VI.BE

Werken met een vzw

De vereniging zonder winstoogmerk (vzw) is zowat de makkelijkste en goedkoopst op te richten onderneming. Een vzw laat je toe om als collectief naar buiten te komen, en tegelijk een juridische beschermingslaag te bouwen tussen de individuele leden en ‘de buitenwereld’. Dat kan allemaal zeer handig zijn, maar vergeet niet dat er ook wat administratieve verplichtingen aan verbonden zijn!

16.01.20

Advies
© nina vandeweghe

© nina vandeweghe

In sommige gevallen is het absoluut nodig om een rechtspersoon op te richten, in andere gevallen sterk aan te raden. Voor veel vormen van subsidies is een vzw bv. een voorwaarde, en ook als je als groep geld wil lenen of een gebouw wil kopen, zal (minstens) een vzw nodig zijn. Als er grotere sommen geld verdiend en beheerd worden, of als je het geld van de band/het dj-collectief/… juridisch en fiscaal gezien wil gescheiden houden van het persoonlijke geld van de leden, dan is de oprichting van een rechtspersoon heel sterk aan te raden. Op die manier kunnen schuldeisers bv. niet de persoonlijke rekeningen van de leden komen leegplunderen als er iets fout gaat. Een belangrijke uitzondering is de bestuurdersaansprakelijkheid in geval van faillissement. Meer over de verschillende redenen om al dan niet een rechtspersoon op te richten, lees je hier.

Een vzw is in de eerste plaats een goeie optie als je als collectief een aantal dingen wil vergemakkelijken: facturen sturen naar een organisator, geld uit verschillende hoeken (cd-verkoop, optredens, royalties, merchandise …) op een eenvoudige manier beheren, etc. Eén ding moet je wel altijd voor ogen houden: een vzw is geen goed idee voor puur commerciële doelstellingen. Als je daarnaast ook puur artistieke activiteiten hebt met een ‘maatschappelijke meerwaarde’, dan wordt dat probleem weer minder groot.

Een vzw mag, in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, wel degelijk winst maken. Het grote punt is dat die winst niet zomaar mag verdeeld worden onder de leden. De uitkering van winst is wettelijk verboden. Dat wil niet zeggen dat je geen geld uit de vzw op je persoonlijke rekening kunt krijgen, maar het moet dan gaan om een vergoeding voor werkelijke prestaties die je voor die vzw levert (dat kan met een KVR, vrijwilligersvergoeding, een andere kostenvergoeding, via een SBK, een factuur als zelfstandige …), en niet om een uitkering van winsten. Dus: als de inkomsten/winsten die je genereert enkel bedoeld zijn om opnieuw in je organisatie te investeren, kan je kiezen voor een vzw.

De vzw is onderworpen aan de rechtspersonenbelasting. Dat betekent dat er enkel belastingen moeten betaald worden op inkomsten uit onroerende goederen en beleggingen. Je zou de vzw dus ook kunnen omschrijven als een soort van onbelaste spaarpot. Maar als het vermogen van de vzw groter is dan €25.000, dan betaalt die ook de zgn. ‘patrimoniumtaks’. Alles over de rechtspersonenbelasting lees je hier

Uiteindelijk is het de fiscus die zal oordelen of je al dan niet een commercieel doel nastreeft. Indien je de vzw gebruikt voor commerciële doeleinden loop je het risico om door de fiscus aan de vennootschapsbelasting te worden onderworpen, met alle financiële gevolgen vandien. Als je twijfelt over het commerciële karakter van jouw onderneming is het dus veiliger om voor een  vennootschap te kiezen zijn.

Meer over het verschil tussen een vzw en een vennootschap lees je op de website van het Cultuurloket. Je kan bij hen ook een afspraak maken voor de oprichting van een onderneming.

De vzw betaalt zelf geen sociale zekerheidsbijdragen, tenzij ze lonen uitbetaalt aan eventuele werknemers en dus bovenop die brutolonen de verplichte sociale zekerheidsbijdrage werkgever betaalt.

Als er geld vanuit de vzw op de rekening van de leden terecht komt (als vergoeding voor een prestatie), dan moet elk lid apart belastingen en sociale bijdragen betalen op die inkomsten (tenzij het om een reële kostenvergoeding of een forfaitaire kostenvergoeding als de KVR of de vrijwilligersvergoeding gaat). 

Afhankelijk van de activiteiten van de vzw, kan die vrijgesteld, deels of volledig btw-plichtig zijn. Om dat te weten te komen, ga je in de oprichtingsfase langs het lokale btw-kantoor. Blijft de omzet van de vzw beperkt tot €25.000 per jaar, dan kan die op eigen vraag vrijgesteld worden op basis van de ‘kleine ondernemingsregel’ (art. 56bis WBTW). Ook als je zeker bent dat je vrijgesteld bent, neem je best even contact op met de lokale btw-administratie want in sommige gevallen moet je toch een btw-identificatienummer aanvragen, ook al ga je uiteindelijk toch geen btw mogen aanrekenen. Als de vzw btw-plichtig is, dan moet er een bepaald percentage btw worden aangerekend op de facturen die uitgestuurd worden, en kan die vzw ook de btw recupereren die ze zelf betaalt op aankopen.

Een vraag over jouw situatie? We geven je ook in coronatijden persoonlijk advies via chat / mail / videochat.

VI.BE werkt voorlopig nog van thuis uit. Maak een videochat-afspraak met een van onze adviseurs.