VI.BE

Vinylproductie

Het productieproces van vinylplaten is – ondanks dat er wel wat machines aan te pas komen – nog een echt ambacht en het proces bestaat uit verschillende stappen. 

21.01.20

Advies
© nina vandeweghe

© nina vandeweghe

Vinyl is verkrijgbaar in verschillende formaten: 7 inch, 10 inch en 12 inch zijn de meest voorkomende. Theoretisch zijn ook andere formaten en zelfs afwijkende vormen mogelijk, zolang de groeven maar concentrische cirkels zijn. De maximale duur van een vinyl is niet alleen afhankelijk van het formaat, maar ook van hoe dicht de groeven bij elkaar ‘gesneden’ worden, hoe diep de groeven zijn en ook van de snelheid waarop de plaat wordt afgespeeld. Standaard draait een platenspeler op 33 of 45 toeren per minuut (rpm). Er is ook een kwaliteitsverschil tussen 45 rpm en 33 rpm. De regel is: hoe meer toeren per minuut, hoe beter de kwaliteit. 

Het maximaal aantal minuten wordt steeds uitgedrukt per kant. Voor een 7″ afgespeeld op 45 rpm mag je rekenen op ongeveer drie tot vijf minuten, op 33 rpm wordt dat verlengd tot zeven à acht minuten. Op een 12″ kan je doorgaans om en bij een kwartier muziek plaatsen (33 rpm). Het moet wel gezegd dat dit geen absolute maxima zijn. Het verschilt een beetje van perserij tot perserij en het maximum hangt ook erg samen met de luidheid van de muziek. Bij het snijden van de vinylmaster worden de luidere passages namelijk verder van elkaar gesneden dan de stillere. Een luide plaat kan daardoor minder minuten muziek bevatten dan een stille. Voor een optimaal resultaat kan je dus best niet te veel materiaal op één kant zetten. 

Een andere afweging die je zal moeten maken is het gewicht. 12″ platen zijn beschikbaar in een gewicht variërend van 120g tot zelfs meer dan 200g. Aangezien vinyl door verloop van tijd en vooral door gebruik beetje bij beetje ‘afslijt’, is de algemene consensus dat zwaarder vinyl (letterlijk een dikke plaat) duurzamer is. Doordat de groeven dieper kunnen gesneden worden, kan men in theorie ook iets dynamischer masteren. Zwaarder vinyl is ook duurder en duurt vaak langer om te produceren. Je zal dus een afweging moeten maken tussen kwaliteit, prijs en efficiëntie. Hoewel 120g zeker een kwaliteitsvol product is, lijkt de standaard eerder richting 150g of 180g op te schuiven. 

Het is belangrijk is om te weten dat er voor vinyl anders gemasterd wordt dan voor cd. Bepaalde excessen in panning of dynamiek of fase-verschillen waar je op cd perfect mee kan wegkomen, kunnen er bij vinyl immers voor zorgen dat de naald te snel uit de plaat springt. Als je je muziek wil uitbrengen op cd én vinyl kan het dus aangeraden zijn om je master engineer om een aparte master te vragen. Al zal een goede master engineer je normaal gezien ook wel tips kunnen geven over wanneer een aparte master nodig is en wanneer niet.  

Heel wat producers van elektronische muziek laten hun tracks eerst op een test-vinyl persen om ze als dj op het publiek te kunnen testen, desnoods wat extra te editen en pas een definitieve persing te laten doen als ze echt tevreden zijn. Een test-vinyl is meestal de zogenaamde ‘laquer’ persing die in het begin van het reproductieproces gebruikt wordt om de moederplaat te maken. Deze persing op vinylacetaat (een dun laagje hars) is behoorlijk fragiel en kan slechts enkele keren afgespeeld worden voor er hoorbaar kwaliteitsverlies optreedt. Er bestaan ook vinylsnijders (cutters) die met een diamanten naald rechtstreeks in een echte vinylplaat kunnen snijden. Met deze technologie kan vinyl in zeer kleine oplages gemaakt worden omdat er geen moederplaat moet gemaakt worden. Het is echter een dure aangelegenheid: je mag zeker 25 tot 45 euro per exemplaar rekenen. Bij sommige perserijen zijn een aantal testpersingen inbegrepen als je een normale bestelling plaatst.

Een vraag over jouw situatie? We geven je ook in coronatijden persoonlijk advies via chat / mail / videochat.

VI.BE werkt voorlopig nog van thuis uit. Maak een videochat-afspraak met een van onze adviseurs.