VI.BE

Spelen in het buitenland: wat met belastingen?

Dankzij streamingservices en andere online media wordt het alsmaar makkelijker om een buitenlands publiek te bereiken. Veel artiesten dromen dan ook van een tournee in het buitenland. Maar hoe zit het financieel en fiscaal precies in elkaar met buitenlandse vergoedingen? 

Inge De Bruyn & Didier Deneuter – Modo Advocaten

Laatst bewerkt op 06.07.22

Advies
© nina vandeweghe

© nina vandeweghe

Of het nu gaat om een enkele show of een ganse tournee, belastingen zorgen vaak voor kopzorgen en onaangename verrassingen. Een goede planning en basiskennis van zaken kan dit voorkomen. Binnen de Europese Unie, waar de vrijheid van beweging geldt, werden alvast een aantal administratieve obstakels weggenomen (voor het Verenigd Koninkrijk werd de klok door Brexit achteruit gezet).

We overlopen de principes hieronder in een notendop. 

Principe: belasting in het land van uitvoering 

Belastingen zijn doorgaans verschuldigd in het thuisland, het land waar je geniet van de sociale voorzieningen. Inwoners van België worden dus belast in België op hun wereldwijd inkomen, ongeacht waar het is verdiend. Dat is voor muzikanten in principe niet anders. Dit betekent dat niet alleen hun binnenlandse maar ook hun buitenlandse inkomsten belastbaar zijn in België. Maar daar blijft het niet bij. De meeste landen hebben namelijk in hun nationale wetgeving ook de mogelijkheid voorzien om belastingen te heffen op de inkomsten die daar door niet-inwoners worden verdiend. Met andere woorden, de gages voor een optreden in Duitsland kunnen niet alleen in België maar ook in Duitsland worden belast. 

Om te vermijden dat dezelfde inkomsten tweemaal belast zouden worden – zowel in het land van de show als in het thuisland van de artiest – waardoor werken in het buitenland weinig interessant zou zijn, hebben de meeste landen met elkaar zogenaamde ‘bilaterale verdragen’ gesloten die voorrang hebben op de nationale wetgeving. In deze verdragen wordt voor verschillende soorten inkomsten bepaald welk land de belasting mag heffen en hoe, en in welke mate deze inkomsten in het andere land vrijgesteld worden van verdere belasting. 

De OESO in Parijs coördineert deze bilaterale betrekkingen met een ‘modelbelastingverdrag’ plus commentaar. Artikel 17 van dat modelverdrag regelt specifiek de vergoedingen toegekend aan uitvoerende artiesten en sportbeoefenaars en is terug te vinden in zowat elk bilateraal verdrag. In dat artikel staat dat gages van artiesten belast mogen worden in het land van de prestatie. Die regeling was bedoeld om belastingontwijking door topartiesten tegen te gaan, maar het artikel schiet haar doel voorbij en zorgt er vooral voor dat grensoverschrijdende belasting voor uitvoerende artiesten een gecompliceerde kwestie is. 

Belangrijk om weten is dat er geen ontkomen is aan de buitenlandse heffing. De vergoeding voor het optreden mag in het land van uitvoering worden belast, ongeacht aan wie ze wordt uitbetaald. Dat kan de muzikant(e) zelf zijn, zijn of haar vennootschap, werkgever, boekingsagent, manager, of eender welke andere (rechts)persoon. Het doet er dus evenmin toe of de prestaties worden verricht als zelfstandige of in loondienst. 

Uitzondering: gesubsidieerde prestaties worden belast in het thuisland 

Wie in sommige gevallen wél ontsnappen aan buitenlandse heffing, zijn artiesten en gezelschappen die voor meer dan 50% gefinancierd worden met overheidsmiddelen. Deze uitzondering is bedoeld om culturele uitwisselingen te stimuleren en vindt men terug in een heel aantal bilaterale verdragen die het OESO-model volgen, bijvoorbeeld in de verdragen die België afsloot met het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Nederland, en Polen, en ook in het nieuwe belastingverdrag met Frankrijk dat wellicht in 2023 in werking treedt. 

Gezelschappen die gebruik willen maken van deze vrijstelling, moeten vaak een officiële aanvraagprocedure doorlopen. Daarin wordt dan gevraagd naar een onderbouwde begroting van hun inkomsten en uitgaven en een bevestiging van het thuisland over de ontvangen subsidies. 

Belastingbasis: netto of bruto? 

Een moeilijkheid die zich voordoet bij belastingheffing in het buitenland is de vaststelling van de belastbare basis en de aftrekbaarheid van kosten. In principe zijn belastingen enkel verschuldigd over netto-inkomsten (de winst dus) en kunnen kosten in mindering worden gebracht om tot de belastbare basis te komen. Bij internationale tournees schept dat echter de nodige problemen: kosten hebben daar vaak betrekking op meerdere shows in verschillende landen en gaan vaak gepaard met overheadkosten die niet specifiek toewijsbaar zijn aan een show. Dat maakt het lastig te bepalen welke kosten precies aftrekbaar zijn van de gage voor die ene buitenlandse show. 

De oplossing die de OESO aanreikt, laat de lidstaten toe om de zogenaamde ‘artist tax’ te heffen op de bruto-vergoeding van de artiest zonder aftrek van enige kosten, maar dan aan een verlaagd tarief. Van die oplossing werd gebruik gemaakt in een groot aantal Europese landen waaronder Frankrijk, Spanje, Portugal, Italië, Noorwegen en Zweden (ook al werd deze oplossing al meermaals weggefloten door het Europese Hof van Justitie wegens in strijd met de vrijheid van diensten). En ook de Angelsaksische landen, zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Australië, laten al lange tijd toe dat kosten worden afgetrokken van de belastbare basis. 

In landen waar de belasting niettemin nog steeds wordt berekend over de bruto-vergoeding is het soms wel mogelijk om de vergoeding op te splitsen in enerzijds een bijdrage in de productiekosten en anderzijds de ‘artist fee’. Zo wordt met een omweg alsnog het resultaat bereikt dat de belastbare basis verminderd wordt met een aantal show-gerelateerde kosten en dat de belasting enkel verschuldigd is over de eigenlijke fee. 

In de andere landen, waar aftrek van kosten dus wel wordt toegestaan, bepaalt de nationale wetgeving hoe dat precies in zijn werk gaat. Elk land heeft hiervoor een eigen procedure. In sommige landen moet hiervoor een aanvraag worden ingediend bij de lokale belastingdienst of speciale belastingkantoren, terwijl andere landen het aan de promotor overlaten of de aftrek van kosten al dan niet kan worden geaccepteerd. Welke kosten precies in aanmerking komen als aftrekbare productiekosten verschilt eveneens van land tot land.

Of het nu gaat om een werkelijke aftrek van kosten dan wel om een opsplitsing van de vergoeding in gage en productiekosten, doe tijdig navraag bij de lokale promotor over de mogelijkheden en specifieer de productiekosten waar mogelijk ook in het contract. 

Belastingvrijstelling voor beperkte vergoedingen 

Het vermijden van dubbele belasting zorgt meestal voor de nodige administratieve rompslomp. Om die last te verlichten voor kleinere artiesten, staan sommige landen een gehele vrijstelling van belastingen toe in het land van de prestatie voor gages onder een bepaalde drempel. 

Een goed voorbeeld hiervan is Duitsland. De Duitse nationale wetgeving voorziet in een belastingtarief van 0% voor bruto-vergoedingen tot € 250 per artiest per show. Concreet betekent dit dat een groep met vier bandleden geen belasting verschuldigd is wanneer de show fee minder dan € 1.000 bedraagt. 

Ook de Verenigde Staten werken met een minimumdrempel. Onder het dubbelbelastingverdrag met België bedraagt die drempel voor Belgische artiesten $ 20.000 per artiest per jaar. Blijft men onder die grens, dan is de vergoeding belastingvrij. Verdient men meer, dan wordt het totale verdiende bedrag onderworpen aan de Amerikaanse belasting. 

In de praktijk is het evenwel zo dat een Amerikaanse promotor niet snel bereid zal zijn om de gages belastingvrij uit te keren omdat die niet weet hoeveel andere inkomsten de muzikant in een bepaald jaar nog zal ontvangen. Daarom zal die veiligheidshalve de belasting wellicht alsnog inhouden (in de Verenigde Staten bedraagt de artist tax 30%) en is het aan de muzikant zelf om op het einde van het jaar de ingehouden belasting terug te vorderen middels een Amerikaanse belastingaangifte. Of die terugvordering zin heeft, hangt uiteraard af van de kosten voor het indienen van zo’n aangifte. Dat kan gaan van gratis (als je het zelf doet) tot ettelijke honderden dollar als je gebruik maakt van een commerciële dienstverlener. 

Ook het Verenigd Koninkrijk laat buitenlandse muzikanten, zelfs na Brexit, nog steeds toe om tot £ 11.000 per jaar belastingvrij te verdienen. Deze vrijstelling geldt bovendien ongeacht het totale verdiende bedrag per jaar — de eerste £ 11.000 is sowieso belastingvrij. 

Het Amerikaanse systeem wordt sinds 2014 ook door de OESO aanbevolen in haar commentaar bij artikel 17 van het modelverdrag maar kent nog geen wijde toepassing in de OESO-lidstaten. Het nieuwe dubbelbelastingverdrag tussen België en Frankrijk voorziet (wellicht) vanaf 2023 een vrijstelling van € 15.000 per artiest per jaar.

Het gunstregime in Nederland, Denemarken en Ierland 

Beter nog dan de landen die voorzien in een gedeeltelijke vrijstelling van inkomsten, zijn die landen wiens nationale wetgeving in zijn geheel afstand doet van taxatie van vergoedingen uitgekeerd aan buitenlandse artiesten. Dit is het geval in Denemarken en Ierland, zonder verdere voorwaarden, en ook in Nederland voor zover de artiest een inwoner is van een land waarmee het een bilateraal verdrag heeft afgesloten. Hierdoor zijn Belgische muzikanten al jaren vrijgesteld van Nederlandse belastingen op hun optredens daar. 

Vermijding van dubbele belasting in andere gevallen 

Wanneer er in het buitenland belasting wordt geheven op de gage is het zaak om een dubbele heffing in België te vermijden. De meeste bilaterale verdragen die België heeft afgesloten voorzien daartoe – meestal in artikel 23 – in een vrijstelling van belastingen in België met ‘progressievoorbehoud’.

Concreet betekent dit dat de gage die de artiest in het buitenland heeft verdiend wel in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de belastingschijf, en dus het belastingpercentage, dat van toepassing is op het totale inkomen van de muzikant in België, inclusief zijn buitenlandse gage, maar dat de buitenlandse gage zelf vrijgesteld wordt van Belgische belasting. 

Bij wijze van voorbeeld, nemen we de situatie waarin een muzikant € 50.000 heeft verdiend, waarvan € 2.500 voor één enkel optreden in Duitsland. Op basis van het dubbelbelasting verdrag met Duitsland en de Duitse nationale wetgeving zal de muzikant hierover 15,825% belasting moeten betalen in Duitsland. Terwijl die € 2.500 wel in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van het belastingpercentage dat van toepassing is op het totale inkomen van de artiest in België, zal die € 2.500 niet nog eens apart belast worden in België. 

België verschilt hierin van de meeste andere OESO-landen die niet voorzien in een vrijstelling voor buitenlandse inkomsten maar die in plaats daarvan een belastingkrediet toestaan. In dat geval worden de buitenlandse inkomsten wel onderworpen aan belastingen in het thuisland maar kunnen de belastingen die in het buitenland betaald werden in mindering worden gebracht van de belastingen die in het thuisland verschuldigd zijn. 

Onder het Belgische systeem zal de uiteindelijke belasting die in het buitenland werd betaald dus meer of minder zijn dan de belasting die normaliter in België verschuldigd zou geweest zijn waren de inkomsten hier belast. 

Good practices 

1. Hou bij het begroten van internationale tournees steeds rekening met de belastingen die hierover in het buitenland verschuldigd zijn. Dat zal nagenoeg steeds het geval zijn, behalve in Nederland, Denemarken en Ierland. 

2. Specifieer duidelijk in alle contracten met promotoren – of je die nu zelf onderhandelt dan wel door een agent laat opstellen – of de overeengekomen gage netto of bruto is. Ongeacht, informeer je bij de lokale promotor over het toepasselijke belastingpercentage in het gastland of een aftrek van productiekosten wordt toegestaan. En zo ja, welke kosten in mindering kunnen worden gebracht en op welke manier. 

3. Doe bij de promotor ook navraag of er in het gastland een minimumdrempel van toepassing is (per optreden of per jaar) waaronder geen belasting verschuldigd is.

4. Neem, waar mogelijk, de productiekosten op in het contract. Specifieer daarbij ook de kosten die rechtstreeks door de promotor worden betaald (hotels, transport, maaltijden, etc.) 

5. Hou goed alle facturen en bonnetjes bij van aftrekbare productiekosten zodat je die ter staving kan voorleggen zowel in het buitenland als in België. Stel ook een lijst op van alle tourpersoneel en hun functie en van de vergoeding die ze ontvangen voor het optreden. Vergoedingen uitbetaald aan technisch personeel zijn immers niet onderhevig aan de speciale artist tax (hun loon wordt doorgaans belast in het thuisland) en kunnen soms als productiekost in mindering worden gebracht. 

6. Als je organisatie voor meer dan 50% gefinancierd wordt met Belgische subsidies, ga dan na of je kan genieten van een vrijstelling van buitenlandse belastingen. Je kan hiervoor het dubbelbelastingverdrag tussen België en het gastland raadplegen (meestal artikel 17 paragraaf 3). Zo ja, vraag dan tijdig de vrijstelling aan. 

7. Vraag steeds aan de promotor om je een certificaat te bezorgen van de ingehouden belasting, zelfs wanneer een netto-gage werd overeengekomen, als bewijs van de belastingen die in het buitenland werden betaald. Als je onder vennootschap of vzw factureert aan de buitenlandse promotor, check dan met je boekhouder of dit belastingcertificaat op naam van de entiteit mag staan, dan wel op naam van de individuele artiesten moet worden opgemaakt. 

Neem een fiscaal adviseur onder de arm met ervaring in de entertainmentindustrie om je te helpen bij de set-up en financiële afwikkeling van je internationale tournee. 

Ook bij Cultuurloket kan je terecht met vragen over fiscaliteit over de grenzen heen.

Een overzicht van de bilaterale verdragen en contactgegevens het van vind je hier.

Een vraag over jouw situatie? We geven je persoonlijk advies via mail of telefoon.

Wil je een uitgebreide babbel? Stuur een mailtje en we plannen een adviesgesprek via videocall of bij ons op kantoor.