VI.BE

De organisatoren van jazz- en rockconcerten in Gent tijdens de jaren vijftig: een sociaal-culturele analyse

Hoe komt het dat twee van ’s werelds meest memorabele muzikanten van de twintigste eeuw, de rock ‘n’ roll pionier Bill Haley en de jazzkoning Louis Armstrong, aan het einde van de jaren vijftig optraden in Gent?
Research

De vraag hiernaast zou een ludieke quizvraag kunnen zijn. Het zou het startpunt kunnen zijn voor verhalen en herinneringen over de carrière van de muzikanten. Het zou een nieuwe voedingsbodem kunnen zijn om de oude mythes rond de artiesten nog maar eens op te rakelen. Concentreren we ons nu niet op de muzikanten en trachten we de praktische kant van het verhaal te ontleden, dan roept de passage van Armstrong en Haley onherroepelijk een nieuwe vraag op: wie wist zo’n wereldsterren naar Gent te halen? De nadruk verplaatst zich van de artiesten op de planken naar de personen naast het podium. Vanuit dit opzicht startte ik mijn thesisonderzoek en bakende ik mijn onderwerp en vraagstelling af.

In de eerste plaats wilde ik geen culturele muziekgeschiedenis schrijven, waar bijna uitsluitend aandacht wordt besteed aan de producenten of de consumenten. Ik hoopte meer te weten te komen over de middengroep tussen deze twee polen. In zijn artikel ‘Sociale en culturele geschiedenis: naar een toenadering?’ beschrijft historicus Christophe Charle deze intermediairen als een ideale onderzoekgroep om culturele en sociale geschiedenis met elkaar te combineren. De intermediairen bieden enerzijds een cultureel product aan een grote massa consumenten aan. Daarnaast moeten deze personen gezien worden als pionnen binnen een maatschappelijk veld, en zijn ze ingeburgerd in een netwerk met een bepaalde politiek, ideologie of met zekere economische machtsverhoudingen. Zo’n intermediairen kunnen bijvoorbeeld journalisten, TV – producenten of concertoganisatoren zijn.

In deze scriptie focus ik me op de concertorganisatoren van jazz – en rockmuziek. Deze personen staan misschien wel het dichtst bij de muzikanten, en het uitdiepen van hun uitdagingen, interesses, netwerken en belangen bieden me de mogelijkheid om nieuwe inzichten te bekomen binnen de geschiedwetenschap. De jazz – en rockmuziek zijn populaire thema’s als scriptieonderwerp. Verschillende studenten schreven hier reeds over, maar zij deden dat voornamelijk vanuit cultureel ooghoek. Met mijn sociaal – culturele analyse van de concertorganisaties en hun netwerken wil ik dan ook enige vernieuwing brengen. Voor deze specifieke groepscategorie van organisatoren koos ik de jaren vijftig als tijdskader omdat met het ontstaan van de rock ‘n’ roll de basis werd gelegd voor onze hedendaagse popcultuur.

Naast de rockmuziek schenk ik ook aandacht aan de commercieel gerichte jazz, die tijdens de jaren vijftig nog vrij grote belangstelling genoot bij het grote publiek. Het opereren van deze twee muziekgenres naast elkaar was een interessant gegeven. Ondanks het feit dat ik hierbij een korte vergelijkende analyse tussen jazz en rock ‘n’ roll maakte, zal de muziek op zich niet als rode draad fungeren doorheen mijn onderzoek.

Naast de historisch afgelijnde groep van organisatoren en het tijdskader van de jaren vijftig koos ik Gent als geografisch afgebakende gebied. Dit laatste lijkt misschien niet evident aangezien Brussel en in mindere mate ook Antwerpen op concertgebied veel meer te bieden hadden dan Gent. Over de jazz en rock ‘n’ roll beleving in Gent tijdens de jaren vijftig is tot op vandaag nog niets gepubliceerd, en dit maakt het onderzoek des te interessanter. Gent is in vergelijking met Brussel en Antwerpen eveneens een kleinere casus, en is hierdoor gemakkelijker in te bedden binnen het Vlaamse muzieklandschap. Deze kleinere casus biedt me daarnaast de mogelijkheid dieper in te gaan op de historische onderzoeksgroep, zodat ik mijn onderzoeksvragen uiteindelijk krachtiger zal kunnen becommentariëren. Voor Gent werk ik tevens met het zeer interessante archiefmateriaal van de CAO Music Club. Deze primaire bronnen over de concertorganisatie die tussen 1955 en 1959 actief was binnen Gent zijn voorheen nog nooit verwerkt, en spelen een cruciale rol binnen mijn onderzoek.

Via de informatie over de werking van de Music Club probeer ik een beeld te schetsen van het concertleven in Gent tijdens de jaren vijftig. Hierbij deed ik ook een beroep op het archiefmateriaal van de overleden Belgische jazzkenner Robert Pernet, die zijn immense collectie over de jazzmuziek in ons land afstond aan het Muziekinstrumentenmuseum te Brussel. Voor de onopgeloste vraagstukken waar de geschreven bronnen geen antwoord op gaven, zocht ik toenadering tot personen die actief of passief deelnamen aan het concertgebeuren in Gent tijdens de jaren vijftig. Ik wist zo via enkele concertorganisatoren, muzikanten en muziekliefhebbers van toen nuttige informatie los te weken.

In het eerste hoofdstuk onderzoek ik of er wel sprake was van een jazzbeleving in Vlaanderen en specifiek in Gent en wat dit precies voorstelde. Hetzelfde scenario bestudeer ik voor de rock ‘n’ roll die tijdens de jaren vijftig ontstond. Hierbij plaats ik deze twee muziekgenres ten opzichte van elkaar en probeer ik een vergelijkende analyse te construeren. Los van deze muzikale inleiding ligt de klemtoon binnen mijn onderzoek niet op de artiesten maar op de organisatoren. Dit wordt al vlug duidelijk in het tweede hoofdstuk, waarin ik de verschillende spelers binnen het Gentse concertgebeuren behandel. Hierbij focus ik me op verschillende aspecten, zoals de achterliggende gedachte om de concerten te organiseren. Konden de organisatoren als echte muziekkenners gezien worden en speelden zij in op de behoeften van de consumenten of probeerden zij gewoon geld te verdienen binnen het circuit? En was er eigenlijk wel een circuit in de stad? Waar gingen deze optredens dan door en welk muzikaal concept hanteerde de inrichter? Vonden enkel concerten plaats of viel op andere evenementen ook live muziek te bezichtingen? Traden hier jazz – en rockensembles op en leefde deze muziek onder het Gentse publiek?

Vanuit de krachtlijnen in de eerste twee hoofdstukken vang ik mijn laatste en belangrijkste onderdeel aan. Hierin probeer ik aan de hand van het bronnenmateriaal over de Music Club een breed beeld te geven van het Gentse concertgebeuren waarbinnen de jazzclub van de CAO een belangrijke rol speelde. Ik onderzoek wat de Music Club precies was en hoe die ontstond. Wie waren daarbij de prominente spilfiguren en waarom organiseerden zij concerten? Speelden financiële motieven een rol en kon hieruit afgeleid worden dat in Gent een commercieel muzieknetwerk aanwezig was? Welke activiteiten richten deze personen in en promootten zij de moderne jazz en rock ‘n’ roll muziek? Hadden zij hier een publiek voor en pasten zij hun programma speciaal aan de consument aan? Of hoe maakten zij reclame rond hun evenementen?

Daarnaast tracht ik te achterhalen hoe de organisatoren van de Music Club de algemene werking van de concertorganisatie aanpakten en of dit in een teamverband of individueel gebeurde. Voor deze personen achterhaal ik ook het netwerk van contacten: ik zoek uit wie deze waren en in welke relatie zij stonden ten opzichte van de concertorganisatie. Welke boekingsagenten benaderden zij en was de rest van het Gentse muziekgebeuren op dezelfde impresario’s toegewezen indien zij een artiest wilden contracteren? Wisten de boekingsagenten de organisatoren grote internationale muzikanten te bezorgen of stelden zij de concertinrichters enkel nationale artiesten voor? Binnen de persoonlijke netwerken tracht ik te achterhalen of de organisatoren in Gent ook onderling contact zochten met elkaar en of zij al dan niet samenwerkten.

Als laatste hoop ik het belang van de Music Club binnen de Gentse stad en de invloed die zij al dan niet hadden op de overige spelers binnen het concertgebeuren na te gaan. En in een groter geografisch kader zal ik het muziekcircuit van Gent positioneren binnen het Vlaamse concertgebeuren. Deze waterval aan vragen zal ik krachtig en gestructureerd beantwoorden. Toch blijf ik indachtig dat de omvang van mijn onderzoek zich slechts beperkt tot de regio Gent. De werkwijze om deze middengroep, tussen producent en consument, te analyseren is wel universeel. Het biedt overige wetenschappers de mogelijkheid om via dezelfde methode interessante resultaten te boeken over andere lokale, nationale of internationale muziekcircuits. Hier focus ik me op een kleine casus, maar hoop ik toch enigszins bij te dragen aan de sociaal – culturele geschiedschrijving van Vlaanderen, en specifiek Gent.

Download scriptie
Onderwijsinstelling
UGent
Studierichting
Geschiedenis
Promotor
Christophe Verbruggen
Student
Kasper-Jan Raeman
Publicatiejaar
2010