VI.BE

Platenindustrie boomt, songwriters blijven achter

Platenindustrie boomt, songwriters blijven achter

Terwijl de waarde van major platenfirma's door het dak gaat en omzet uit streaming blijft stijgen, bevinden de songwriters achter de hits zich nog steeds in een kwetsbare positie.

23.09.21

Nieuws

Meer dan 50 miljard dollar. Dat is de officiële waarde van Universal Music Group na de introductie op de Amsterdamse Euronext-beurs. Dat is een pak meer dan de totale waarde van het Franse moederbedrijf Vivendi, dat de beursgang van Universal zwaar onderschat had. De dag voor de lancering sprak Vivendi nog van een geschatte waarde van ‘amper’ 39 miljar dollar. 

Ook de concurrentie profiteerde van de beursgang van Universal. Op dezelfde dag steeg de prijs van een aandeel in Warner Music Group op de Nasdaq-beurs met bijna 4%. Op één dag tijd schoot de waarde van Warner met zo'n 2 miljard dollar de hoogte in tot ongeveer 23 miljard. Mark Mulligan van MIDiA bespeurt een duidelijke trend: major platenfirma’s zijn dankzij de beursgang van Universal nu ook aantrekkelijke investeringen geworden voor kleinere investeerders. Verdere stijgingen in aandelenprijs en waarde zijn dus zeker niet uitgesloten.

Uit Amerika kwam nog meer goed nieuws voor de platenindustrie: in de eerste helft van 2021 stegen de inkomsten met maar liefst 27% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar tot $ 7,1 miljard. Ondanks het feit dat al enige tijd gewaarschuwd wordt voor de vertragende groei op het vlak van streaming, groeiden ook de streaminginkomsten met 26% tot zo'n 6 miljard dollar. Betaalde abonnementen waren goed voor $ 4,6 miljard, het leeuwendeel dus van de streamingomzet.

Toch is het niet allemaal rozengeur en maneschijn, vooral niet voor de major firma’s. Deze zomer formuleerde het Britse parlement aanbevelingen voor een meer faire streamingmarkt, waarin vooral de majors het zwaar te verduren kregen. Intussen blinkt het antwoord van de Britse regering op de aanbevelingen uit in vaagheid en zal de soep waarschijnlijk lang niet zo heet gegeten worden als ze geserveerd werd.

Maar in elk geval is de toon gezet; de jongste studie van Complete Music Update over royaltyverdelingen uit streaming en het rapport Music Creators’ Earnings in the Digital Era van de Britse Intellectual Property Office wijzen ook nog eens op de constructies die er vooral in ‘oldschool’ platencontracten voor zorgen dat de inkomsten van artiesten uit streaming op z‘n zachtst gezegd aan de lage kant zijn. 

Maar genoeg over de Britten, over naar een Canadees. En niet zomaar eentje: Merck Mercuriadis van Hipgnosis Songs Fund. In het licht van de beursgang van Universal zette hij eerder deze week nog eens de spotlights op de weinig benijdenswaardige positie waarin songwriters zich bevinden als het over streaming gaat. Van 1 euro opbrengst uit streaming zien zij door de band genomen amper 9 cent. Dat is iets minder dan de artiest die hun song heeft opgenomen (die krijgt ongeveer 13 cent), maar een héél pak minder dan het label dat ca. 47 cent opstrijkt. 

Volgende Mercuriadis ligt de kern van dat probleem bij de major labels. Zij controleren namelijk ook de major publishers, die onder hetzelfde dak huizen. Die publishers zouden in principe de macht hebben om hogere vergoedingen te onderhandelen voor de songwriters die ze vertegenwoordigen. Maar omdat dat ten koste zou gaan van het aandeel van de labelkant, zetten de labels hun eigen publishingafdelingen onder druk om de situatie te laten zoals ze is, beweert Mercuriadis.

Dat leverde hem een boze brief op van David Israelite, hoofd van de National Music Publishers Association, die in de US de (grote) publishers vertegenwoordigt. Volgens Israelite zijn de beweringen totaal verkeerd en zorgen ze voor nog meer verdeeldheid die de songwriters niet vooruit helpt. Maar trouw aan zijn reputatie houdt Mercuriadis zich niet in; in een antwoord aan Israelite doet hij er zelfs nog een schepje bovenop

Hoewel beide partijen het beste voorhebben met de songschrijvers die ze vertegenwoordigen, is een dergelijke discussie via open brieven niet altijd de meest constructieve oplossing. Gelukkig kunnen we nog rekenen op ABBA (of moeten we zeggen ABBAtar) icoon Björn Ulvaeus. Nadat hij eerder al zijn kijk op de kwetsbare positie van songwriters neerschreef in het rapport Rebalancing the Song Economy, lanceert hij nu de campagne Credits Due.

Daarmee wil hij er in de eerste plaats voor zorgen dat het aandeel van elke songwriter in een bepaalde compositie correct wordt opgeslaan en weergegeven. Eén van de grootste problemen met het correct identificeren (en dus ook uitbetalen) van componisten is het gebrek aan juiste en volledige metadata. Met de Credits Due campagne wil Ulvaeus ervoor zorgen dat élke opname die gemaakt wordt voortaan ook correcte data bevat over de schrijver(s) van de song die opgenomen wordt. 5 vormen van gegevens zijn hiervoor noodzakelijk:

  • de codes en de rol van elke songschrijver (de zgn. IPI, IPN en ISNI-codes),
  • de code van de compositie (ISWC),
  • de code van de opname van die compositie (ISRC),
  • de titel (en eventueel alternatieve titels) van de compositie,
  • de namen van de songwriter(s), de uitvoerder(s), de producer(s) en iedereen die aan de opname heeft meegewerkt. 

Als elke opname al die gegevens bevat, zo zegt Ulvaeus, dan wordt het op z'n minst al een pak makkelijker om de songschrijvers op te sporen en hun deel uit te betalen. Vandaag gaan miljoenen verloren doordat bijvoorbeeld streaming services, maar ook beheersvennootschappen, gewoonweg niet over de juiste gegevens beschikken om iedereen correct te kunnen uitbetalen.

Maar daarmee is de hele kwestie natuurlijk nog niet van de baan: songwriters mogen dan wel beter te identificeren zijn, hun aandeel in de hele royalty-keten wordt er niet groter op. Pasklare oplossingen daarvoor zijn er voorlopig helaas niet. En er lijkt nog een lange weg af te leggen voor het zover is...

De kwetsbare positie van songwriters in het streamingtijdperk

DNL 2021 v2

Reclame