VI.BE

De kwetsbare positie van songwriters in het streamingtijdperk

De kwetsbare positie van songwriters in het streamingtijdperk

Grote streamingkanonnen als Ariana Grande, The Weeknd, BTS etc. kennen we allemaal, maar wie schrijft of componeert al die nummers? Aan de tien grootste hits van 2020 schreven gemiddeld 4 songwriters mee, een nummer als Hold Up van Beyoncé telt er maar liefst 15. Songwriters touren niet, verkopen geen merchandise én verdienen veel minder uit streaming dan de artiesten waar ze voor schrijven. MIDiA legt de vinger in een nieuw rapport op de wonde.

23.04.21

Nieuws

Het rapport ‘Rebalancing the Song Economy’ dat je hieronder kan downloaden werd opgesteld door Mark Mulligan en Keith Jopling van MIDiA, samen met Björn Ulvaeus (yup, Björn van Abba). Samen nemen ze de situatie van componisten onder de loep: ze zijn verantwoordelijk voor veel bekende songs, maar opereren achter de schermen en komen in de streaming economy op de laatste plaats als het geld wordt verdeeld. Het rapport vertrekt vanuit de vaststelling dat de digitalisering van de muziekindustrie sinds begin jaren 2000 (eigenlijk sinds de komst van iTunes) ervoor gezorgd heeft dat het albumformat werd losgelaten en dat alle nadruk kwam te liggen op de individuele song. Het Spotify-model van muziekstreaming, dat rond playlists is gebouwd, heeft die trend enorm versterkt. Het ‘tijdperk van de song’ zou ook ‘het tijdperk van de songwriter’ moeten of kunnen zijn, maar dat is het helemaal niet.

De uitvoerende artiesten die op de voorgrond staan, hebben een brede waaier aan inkomstenbronnen. Ze spelen live, verkopen cd's en vinyl, hun opnames worden gestreamd, ze brengen merchandise uit, sluiten sponsordeals, etc. Voor songwriters is dat niet zo: hun enige inkomstenbron is de compositie die ze schreven. Artiesten die niet live kunnen spelen tijdens de pandemie zagen uiteraard een van hun belangrijkste inkomstenbronnen opdrogen, waardoor de aandacht gevestigd werd op hoeveel zij nu eigenlijk verdienen aan streaming (zie de #brokenrecord campagne). Songwriters delen ook mee in de klappen van de coronacrisis: hun songs worden ook niet live uitgevoerd en bovendien werden ontzettend veel cafés, restaurants en winkels gesloten, plaatsen waar traditioneel ook veel muziek wordt gebruikt. Bovendien hebben die songwriters eigenlijk nog meer redenen om te klagen over hun streaminginkomsten. 

Van elke dollar die door een streamingdienst gegenereerd wordt gaat ongeveer 17% naar de rechthebbenden van de song/compositie. Die 17% moet verdeeld worden onder beheervennootschappen, publishers en de songwriters zelf. De rechthebbenden van de opname daarentegen (meestal labels, die de inkosmten volgens het platencontract verdelen met hun artiesten) krijgen van elke dollar ongeveer 53% uitbetaald. Het MIDiA-rapport wijst er dan ook terecht op dat in de song economy de compositie belangrijker is dan ooit, maar dat de inkomsten langs song/compositiekant 3x lager zijn dan langs de master- of opnamekant. Bovendien leidt de constante nood aan nieuwe hitsingles ertoe dat platenfirma's steeds meer een beroep doen op een steeds kleiner groepje van bekende elite-songwriters (denk Max Martin en co.) waardoor opdrachten en opportuniteiten voor anderen schaarser worden.

Mulligan, Jopling en Ulvaeus schuiven ook een aantal mogelijke oplossingen naar voor. Naast de meer voor de hand liggende, zoals het groter maken van het aandeel van songwriters in de streamingtaart of de gehele taart gewoon groter maken door hogere abonnementsprijzen, wijzen de auteurs op nog 2 interessante pistes:

  • maak een onderscheid in uitbetaling tussen ‘lean forward songs’ en ‘lean backward songs’. De eerste categorie vraagt een actieve houding van de luisteraar: ze worden toegevoegd aan de eigen collectie of in een eigen playlist gezet, luisteraars gaan er actief naar op zoek etc. De tweede categorie is meer radio-achtig: ze worden gestreamd vanuit mood-playlists die meer als achtergrond worden opgezet en als muzikaal behang dienen. De eerste categorie zou dan meer royalty's en een hogere vergoeding voor songwriters moeten opleveren. Nieuwe songs zouden eerst een lean back-periode moeten doormaken voor ze naar een lean forward-periode doorstromen.
  • labels moeten meer aandacht hebben voor - en meer investeren in - songwriters die nummers schrijven voor hun artiesten. Dat gebeurt nu al deels door het organiseren van schrijfkampen waar songwriters samengebracht worden om zo snel mogelijk zoveel mogelijk hits te schrijven, maar de auteurs suggereren een meer duurzame en lange-termijnrelatie, waarin songwriters de tijd krijgen om (gesteund door een vast inkomen) de cruciale muzikale identiteit van artiesten mee op te bouwen en te onderhouden.

Hoewel de gesuggereerde oplossingen voor de kwetsbare positie van songwriters in het streamingtijdperk niet makkelijk implementeerbaar zijn, slaagt het rapport erin om de complexe relatie tussen verschillende rechthebbende partijen onderling én met de luisteraar of streaminggebruiker bloot te leggen. De tekst biedt ook een goed inzicht in de vele uitdagingen waarop het huidige streamingmodel een antwoord zal moeten verzinnen.

download het rapport Rebalancing the Song Economy van MIDiA en Björn Ulvaeus
Tunecore juni

Reclame