Bio
Waar Stanislas De Groot precies vandaan komt weet niemand. Hij dook een paar jaar geleden plots op uit de nevelen die permanent boven de moerassen ten zuiden van Brussel hangen. Sop in de schoenen, slijk aan de broek, een tas op de heup. Het was een stroper die hem spotte. Zijn instinctieve reactie op Stanislas’ verschijning was hem vanachter te bespringen en hem het leven uit de keel te wringen, maar toen de stroper halverwege de uitvoering van dat plan was, keek Stanislas hem aan en zei: ‘Stanislas De Groot is niet god.’ Hierdoor raakte de stroper even de kluts kwijt. De moordlust sijpelde weg uit zijn handen. Hij vroeg Stanislas waarvan en waarheen. Een antwoord bleef uit, want nee, daarvoor was Stanislas De Groot niet gekomen. Ooit gehoord van iemand die een moeras uitloopt met antwoorden in zijn zakken?
De stroper krabde zich langdurig het hoofd en nam hem tenslotte mee naar een herberg even verderop. Hij plantte Stanislas neer op een kruk aan de bar en overhandigde de waard een jute zak met daarin twaalf verdoofde mussen. De bestudeerde één van de mussen in zijn handpalm. ‘Die leeft,’ concludeerde hij tevreden. Hij betaalde de stroper en vroeg wat zijn vriend van plan was. De stroper keek over zijn schouder en zag dat Stanislas De Groot op het kleine houten podium achteraan de herberg stond.
Stanislas De Groot haalde besmeurde papieren uit zijn tas. Het gemurmel in de herberg verstomde. Traag stampte Stanislas De Groot een ritme op de podiumplanken. De dreun trok door de vloer, kroop langs de stoel van de stroper omhoog en zette zich vast in zijn borst. In het donker van de jute zak ontwaakten langzaam de mussen uit hun sluimer. En toen kwamen de woorden, eerst hortend en stotend, daarna vlottend en stromend. Ja, Stanislas De Groot bleek zelfs tot rijmen in staat, maar daar hield het niet op. Elk woord was slechts een begin.
Zo zag de stroper plots zijn vrouw, die jaren geleden door moeraskoorts was geveld, naast hem aan de bar zitten. Ze dronk zijn bier op, lachte haar scheve tandjes bloot en fluisterde hem iets in het oor, waarvan hij wit wegtrok.
De waard zag iets anders, de waard zag zichzelf. Jong en slank zat hij aan een tafel in wat toen nog niet zíjn herberg was, maar hij kon het al dromen, aanraken haast. Eén probleem echter: deze herberg had al een waard. Viel dat niet op te lossen? Niemand leeft eeuwig en een ongeluk is zo gauw gebeurd.
De waard verslapte zijn greep op de mond van de jute zak en mus na mus glipte naar buiten. Boven de hoofden schoten ze heen en weer, vlogen mensen in de haren, prikten in oorlellen en neuzen. Ze stootten kaarsen om. Vlammen sprongen van de tafels in de gordijnen. Rook kraste in kelen en ogen. Iemand gooide een deur open en de mussen wiekten zich een weg naar het licht. Ze zaten al diep in een haag verscholen, toen Stanislas De Groot de as uit zijn kleren klopte, om zich heen keek en tenslotte jouw kant op stapte.
Afbeeldingen
Groepsleden
-
Stanislas De Groot
- 29
-
Halle
Andere
Contact
Je moet ingelogd zijn om Stanislas De Groot te kunnen contacteren. Inloggen.