VI.BE

Tweede coronabevraging brengt opnieuw kwetsbare groepen aan het licht
carbon airways @ dour © jokko

Tweede coronabevraging brengt opnieuw kwetsbare groepen aan het licht

De afgelopen maanden organiseerde VI.BE een tweede bevraging bij individuen en ondernemingen in de muzieksector. We focusten op het gebruik van steunmaatregelen in de maanden juni, juli en augustus.

17.09.20

Nieuws

In een eerste bevraging onderzochten we de periode half maart tot eind april. We polsten toen o.a. naar aantal weggevallen opdrachten, het al dan niet bestaan van arbeidsovereenkomsten voor die opdrachten etc. Maar ook de toen geldende steunmaatregelen brachten we in kaart: wie kon van welke maatregelen gebruik maken en wie viel uit de boot? Meer dan 4 maanden later is er nog altijd geen zicht op een echte relance van onze sector; veel steunmaatregelen werden verlengd, andere liepen af en nog andere werden gewijzigd of nieuw in het leven geroepen. Om de vinger aan de pols te kunnen houden, beslisten we om voor de periode juni-juli-augustus specifiek te focussen op toegang tot die maatregelen.

We stuurden 2 bevragingen uit: een voor individuen (zelfstandigen en werknemers, al dan niet via interim of SBK) en een voor ondernemingen (gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde vzws, vennootschappen ...). Op die manier kunnen we zicht krijgen op specifieke maatregelen voor beide groepen en enkele gerichte vragen stellen. We verzamelden uiteindelijk antwoorden van een kleine 400 individuen en net geen 250 ondernemingen.

Algemeen

Eerst een paar algemene cijfers. Zowel bij individuen als bij ondernemingen polsten we naar inkomsten — en omzetverlies in de maanden juni, juli en augustus. Het antwoord was identiek bij beide groepen respondenten: gemiddeld gaat het om 78,5% verlies ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar; het verschil tussen de maanden juli/augustus en juni is ook miniem. We vroegen ook hoeveel bevestigde opdrachten er in de agenda stonden voor juli en augustus. Zowel bij individuen als bij ondernemingen schommelt dat rond de 3, ondanks het feit dat er bij de ondernemingen een aantal uitschieters waren met vele tientallen bevestigde opdrachten. Enige voorzichtigheid is hier wel aan de orde: door de grote onzekerheid in de zomermaanden kan het zijn dat er nog opdrachten zijn bijgekomen nadat de respondenten de bevraging al hadden ingevuld.

Zoals gezegd focusten we met deze tweede bevraging op toegang tot de beschikbare steunmaatregelen van de diverse overheden in ons land. We namen ook de Cultuurcoronapremie (Vlaams Noodfonds) al mee, hoewel die bij de start van de bevraging nog niet aangevraagd kon worden. Deze premie werd wel aangekondigd als een belangrijke steunmaatregel voor individuele cultuurwerkers, dus we wilden respondenten via de bevraging ook van het bestaan ervan op de hoogte brengen. De volledige lijst met maatregelen die we voorlegden aan de respondenten baseerden we op de FAQ van het departement CJM, samengesteld door Cultuurloket.

Individuen

We zetten de opvallendste resultaten bij de individuen op een rij. Overheen de maanden juni/juli/augustus geeft 41% van hen aan op geen enkele steunmaatregel een beroep te kunnen doen. Er is geen opmerkelijke daling vast te stellen in de tijd; ook voor augustus gaat het om 40% van de respondenten die aangeven uit de boot te vallen, hoewel je kan veronderstellen dat het vangnet steeds waterdichter zou worden. We kunnen ook dieper ingaan op de antwoorden gelinkt aan het statuut van de respondent. Zo stellen we vast dat bij de werknemers die voor verschillende opdrachtgevers in de sector werken (dus in de praktijk grotendeels via Sociaal Bureau voor Kunstenaars of interimkantoor) in de maanden juni/juli/augustus gemiddeld 13% op een gewone werkloosheidsuitkering een beroep kon doen of via een kunstenaarsstatuut, en nog eens 13% op een uitkering i.k.v. tijdelijke werkloosheid door overmacht. Bij deze groep kon gemiddeld 48% op geen enkele maatregel rekenen; bij onze vorige bevraging was dat nog 46%.

De zelfstandige hoofdberoepers worden blijkbaar vrij goed opgevangen door de steunmaatregelen, al blijft zon uitspraak natuurlijk erg relatief. Gemiddeld 15% van hen geeft aan op geen enkele maatregel te kunnen terugvallen. Het overbruggingsrecht is goed ingeburgerd bij hoofdberoepers: gemiddeld 72% van hen geeft aan daar de voorbije 3 maanden een beroep op te hebben gedaan. Ter vergelijking: in onze vorige bevraging was dat 61%. In juni kon nog 46% van de zelfstandigen hoofdberoep gebruik maken van de compensatiepremie. De maanden erna zakt dat fel, omdat die premie afliep op 30 juni. Ook uitstel van betaling van sociale bijdragen blijkt bij die groep vrij populair: gemiddeld 13% gaf aan er in de maanden juni/juli/augustus gebruik van te hebben gemaakt.

Bij de zelfstandigen in bijberoep zien we een veel grimmiger beeld, dat nagenoeg identiek is aan de resultaten uit onze eerste bevraging. Het overbruggingsrecht is duidelijk niet op hun maat gesneden: amper 5% had er recht op (in de periode maart-april was dat 3%). De voorwaarden om een beroep te kunnen doen op het overbruggingsrecht zijn voor zelfstandigen in bijberoep duidelijk te streng of te complex. De inkomsten uit hun bijberoep in de muzieksector zijn meestal erg belangrijk voor hun persoonlijke situatie, maar liggen soms net te laag om in aanmerking te komen voor deze steunmaatregel. Of het gaat om starters die nog geen omzet hebben gedraaid en dus ook geen omzetverlies kunnen aantonen. Hoe dan ook: veel van de freelancers in onze sector blijven op die manier in de kou staan. Een schamele 10% kon op een compensatiepremie rekenen (vorige keer 11%); gemiddeld genomen kon 60% van de bijberoepers in de afgelopen 3 maanden van geen enkele steunmaatregel genieten, ongeveer evenveel als tijdens de vorige bevraging.

Nog een slotbemerking over de toegang van zelfstandigen tot bepaalde maatregelen. Vaak moeten zij een bepaald percentage omzetverlies kunnen aantonen t.o.v. dezelfde periode vorig jaar om toegang te kunnen krijgen. Maar heel wat zelfstandigen (zeker artiesten) zaten vorig jaar misschien in een periode van weinig omzet, bv. omdat ze enkele maanden aan een album aan het werken waren, in een creatieproces zaten etc. Zij kunnen dat omzetverlies dus niet aantonen, waardoor ze noodzakelijke financiële steun mislopen. Daarom kan het een goed idee zijn om die referteperiode flexibeler te maken en de aanvrager toe te laten om zelf een andere referteperiode te kiezen, uiteraard met de nodige motivatie. De Vlaamse overheid past dit principe al toe in het kader van het Vlaams Beschermingsmechanisme.

Ondernemingen

Over naar de resultaten voor de ondernemingen dan. Hier valt meteen het grote verschil op tussen ondernemingen met en zonder werknemers op de payroll. Gemiddeld genomen geeft 35% van de ondernemingen aan op geen enkele steunmaatregel te kunnen rekenen. Dat is echter een vertekend beeld, want bij ondernemingen zonder personeel loopt dat op tot ca. 50%. Hieruit blijkt dus nog maar eens dat de flexibele en soepele toegang tot de werkloosheidsregeling omwille van overmacht een belangrijke maatregel is voor werkgevers en werknemers. Van de ondernemingen met mensen op de payroll maakte in juni zon 60% gebruik van deze werkloosheidsregeling. Doordat tijdens de zomermaanden opnieuw wat evenementen mogelijk werden gemaakt, zij het in zeer beperkte vorm, zien we dat cijfer in juli dalen naar 50% en in augustus naar 48%. In de voorbije 3 maanden heeft 20 à 25% van de ondernemingen gebruik gemaakt van de compensatiepremie. In onze vorige bevraging was dat nog 1/3.

Het is belangrijk om stil te staan bij de situatie van vzws in onze sector. Een aantal steunmaatregelen is wel toegankelijk voor verenigingen, maar doorgaans enkel als er minstens 1 VTE op de payroll staat. Uit onze bevraging blijkt dat gemiddeld 52% van alle vzws van geen enkele steunmaatregel kan genieten, maar het wordt pas echt dramatisch bij de vzws zonder werknemers: ;daar geeft maar liefst 88% aan in juni geen enkele vorm van steun te krijgen. In de maanden juli en augustus zakt dit percentage naar ca. 75%, vooral dankzij toegenomen steun vanuit de steden en gemeenten. De vzw-structuur is een veelgebruikte rechtsvorm voor bands/groepen/ensembles/... en dat blijkt tijdens deze crisis vaak problematisch te zijn. Doorgaans hebben die bands (ook grotere namen uit het circuit) niemand op de loonlijst, waardoor ze naast een aantal premies grijpen. Groepen die veel live spelen en daarmee de kas spijzen om vervolgens een plaat te financieren, zitten nu in zware financiële nood waardoor hun hele planning wel eens op de helling kan komen te staan. Er is altijd de mogelijkheid om bv. een Herstel Cultuurkrediet aan te vragen, maar de administratieve last blijkt daar toch behoorlijk groot te zijn. Vzws kunnen uiteraard ook een beroep doen op bv. de Winwinlening, maar de vraag rijst dan of de inkomsten uit optredens de komende maanden en jaren niet vooral zullen moeten dienen om dat soort van leningen af te betalen i.p.v. te investeren in nieuwe opnames, verdere ontwikkeling etc.

Tot slot zien we in de resultaten ook duidelijk het onderscheid tussen gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde vzws. Bij die laatste categorie geeft gemiddeld 63% aan van geen enkele maatregel te kunnen genieten. Bij de gesubsidieerde vzws is dat 11%. Zij hebben in het merendeel van de gevallen werknemers, waardoor ze vaak een beroep doen op tijdelijke werkloosheid (gemiddeld 55%). Nog opvallend: 19% van de gesubsidieerde vzws geeft aan in de voorbije 3 maanden geen extra steun nodig gehad te hebben, bij de niet-gesubsidieerde is dat 9%.

Tot slot

Ondanks een waslijst aan steunmaatregelen die door de verschillende overheden werden gecreëerd, en ondanks verschillende aanpassingen, verlengingen ... in de afgelopen maanden, zien we nog steeds hetzelfde patroon als voor de zomer. De meest kwetsbare groepen in onze sector blijven enerzijds werknemers die (vaak met korte contracten) aan de slag gaan via interimkantoren en SBKs en anderzijds zelfstandigen in bijberoep. Bij hen vinden we de grootste groepen die aangeven op geen enkele maatregel te kunnen rekenen. Mogelijks zit er nog wat vertraging op de resultaten (bv. aanvragen die nog niet verwerkt waren, uitbetalingen die nog moeten volgen etc.) en vertekent dat enigszins de resultaten. Maar hoewel twee metingen niet echt volstaan, kunnen we toch stilaan van een trend spreken. Ook vzws moeten we blijven in de gaten houden. Zeker de verenigingen zonder VTEs op de payroll kunnen de verloren inkomsten doorgaans niet aanvullen via de huidige steunmaatregelen.

Binnenkort lanceren we een derde golf van de bevraging om zo de evoluties te kunnen blijven monitoren.

Kwetsbare groepen in de muzieksector: resultaten bevraging VI.BE en MuziekOverleg

Vraag steun aan LIVE2020