VI.BE

Muzikale Terzake 2019: hot topics uit de sector

Op woensdag 18 december organiseerde Poppunt (nu VI.BE)​ samen met ​Clubcircuit, Cultuurloket​ en AB de 4e Muzikale Terzake​ in AB Club.

19.12.19

Nieuws
© Jeroen Bossee

© Jeroen Bossee

Het is stilaan een traditie aan het worden: op het einde van het jaar komen we samen om het te hebben over een aantal hot topics (of zijn het hete vuren?) en om het glas te heffen. 

Als kers op de taart reikten we aan het eind van de namiddag voor de 14e keer de ​Popthesisprijs ​uit, aan de beste bachelor- en masterscripties die dit jaar over muziek of de muzieksector geschreven werden.

Financiering in de muzieksector: besparen of investeren?

We moesten het er wel over hebben: subsidies en financiering in de muzieksector. Nu het stof over de aangekondigde besparingen enigszins is gaan liggen, konden we het thema langs verschillende kanten belichten in een panelgesprek met experts ter zake.

Moderator van dienst Maarten Quaghebeur (Cultuurloket) maakt een round-up: de kunstinstellingen (in de muzieksector bv. AB en Vooruit) besparen 3 procent, de gesubsidieerde organisaties besparen 6 procent (oa. de verschillende muziekclubs en gesubsidieerde managementkantoren), en op de projectsubsidies wordt 60 procent bespaard. Deze besparing is al van toepassing op de verschillende projecten die ingediend zijn op 15 september.

Welke impact hebben de besparingen op de carrière van artiesten en hun ontwikkelingstraject? Hanne Valckenaers (manager van o.a. Tamino bij Musickcness) voelt de besparing op de projectsubsidies zeer hard. Musickness heeft momenteel twee projecten lopen waar een subsidie voor aangevraagd is. “De kracht van die projectsubsdies zit net in het afgelijnde kader van een project en de kansen die het biedt aan opkomende kunstenaars en artiesten. Door te besparen op deze subsidielijn komt het proces van de artiest in wording onder vuur te liggen.” 

Valckenaers: “Evengoed brengen de besparingen op de muziekclubs deze artiesten in volle ontwikkeling in de problemen. Subsidies geven clubs namelijk net die broodnodige ademruimte om opkomende artiesten die cruciale eerste podiumkansen te bieden”. 

Arjo Klingens en Hanne Valckenaers © Jeroen Bossee

Arjo Klingens en Hanne Valckenaers © Jeroen Bossee

Even vergelijken met onze noorderburen. Nederland heeft in de vorige legislatuur een zware besparing van 20 procent op cultuur gekend. Welke ontwikkelingen hebben artiesten sindsdien doorgemaakt? Aan het woord: Arjo Klingens – niet alleen manager van De Staat bij LaLaLa management, maar ook bezieler en voorzitter van de popcoalitie, een organisatie die alle actoren uit de Nederlandse muzieksector samenbrengt in overleg. “De impact op die besparingen was groot, maar het was bovenal een aanval op de hele sector.” 

Vanuit de popcoalitie heeft Klingens zich verdiept in de beleidstaal en voorwaarden voor subsidies. Met al die kennis wil ze ten strijde gaan tegen de subsidie-achterstand in de muzieksector. Vervolgens diende ze bij wijze van experiment een subsidieaanvraag in voor De Staat. Die subsidie werd goedgekeurd én bracht een hevig debat op de been in Nederland over wie recht heeft op subsidies. 

Volgens Dirk De Corte (docent Financieel Management aan de Universiteit Antwerpen) is besparingen doorvoeren daarenboven één ding, maar vergeet men het opmaken van de begroting vaak de impact van die besparingen op de inkomsten te meten. Subsidies dienen namelijk vaak voor het bekostigen van de loonkost, en we vergeten daarbij nogal snel dat de helft van die subsidie terugvloeit naar de (federale) overheid in lasten op arbeid”. 

Dirk De Corte © Jeroen Bossee

Dirk De Corte © Jeroen Bossee

De Corte stuurt aan op een impactanalyse van de besparingen: de sector kan universiteiten de opdracht geven om die impact te onderzoeken. Anderzijds is een impactmeting vaak subjectief en heeft ze vaak de neiging te dienen als verantwoording voor subsidiëring. Het klopt dat de return van elke euro die geïnvesteerd wordt in cultuur 2,5 euro oplevert, maar als je die return vergelijkt met andere sectoren is dat niet bijzonder hoog. Op basis van impact subsidies geven valt niet te winnen als cultuursector.

Bestaan er dan andere werkbare financieringsmodellen – een Tax Shelter voor de muzieksector bijvoorbeeld? De Corte: “Tax Shelter financiert de voorbereiding en première van een voorstelling of film. Dat wil zeggen dat touren niet binnen de huidige wetgeving past. Daarnaast is Tax Shelter voor bedrijven minder interessant geworden door de verlaging van de vennootschapsbelasting. Bedrijven investeren nu minder in belastingoptimalisatie.”

Vanuit zijn beroep als backliner en fotograaf vertelt Michel Hakim Moldenhauer ten slotte hoe zijn project ‘Six Strings’ uitgroeide tot een sterk merk en hoe hij een succesvolle crowdfundcampagne afrondde voor het bijhorende boek. De crowdfundcampagne kwam er na verschillende teleurstellende bezoeken aan uitgeverijen. Moldenhauer: “Ik heb zelfs nooit overwogen om subsidies aan te vragen voor dit boek. Zolang het project break-even draait, ben ik een gelukkig man.”

Music Is Not Noise: over een bloeiend livecircuit en nachtleven

Over naar de concert- en fuifzaal. Een rijk muzieklandschap heeft uiteraard een bloeiend livecircuit en nachtleven nodig. Hoe kunnen we die verzoenen met wetgeving rond geluids- en andere overlast? Wat met de culturele en economische waarde van live muziek? En bestaat er zoiets als een meetbare impact van live muziek op de ondernemingszin en de samenhorigheid binnen een lokale community? 

Voor dit panelgesprek lieten we Jeroen Vereecke (ex-Boomtown/Video, geluidsman bij o.a. Het Zesde Metaal), Ken Veerman (ex-Trix, werkgroep Music is not Noise, Live DMA), Souria Cheurfi (hoofdredacteur VICE Belgium, organisator Psst Mlle) en Jeroen Ackerman (Coördinator Lokale Helden bij Poppunt) aan het woord. 

Naar aanleiding van een WHO-rapport, waarin te lezen valt dat muziek even schadelijk is als industriële geluiden, schreef Live DMA (de Europese koepelorganisaties van muziekclubs) een White Paper genaamd ‘Music Is Not Noise’. De White Paper contesteert de aanname van het WHO en wil het debat aanzwengelen om popmuziek tot bij lokale besturen te brengen.

Ken Veerman © Jeroen Bossee

Ken Veerman © Jeroen Bossee

Alle panelleden zijn het wel eens over de noodzaak van geluidsnormen. Zo vindt Ken Veerman dat professionals een verantwoordelijkheid dragen naar het publiek toe. Zij moeten er mee voor zorgen dat het risico op gehoorschade zo klein mogelijk is. Veerman benadrukt daar wel dat het recht op muziek en feesten op gelijke hoogte staat met het recht op een goede nachtrust. 

“Het gebeurt nog te vaak dat één kwade buur een feest kan stilleggen”, merkt ook Souria Cheurfi op. Zij organiseert met Psst Mlle feesten op verschillende locaties in Brussel. “Door de grote verschillen in regelgeving tussen de verschillende Brusselse gemeenten is het niet evident om een lijn te kunnen trekken in je werking. Gelukkig merken we de laatste tijd een open karakter om te praten en om Nightlife een volwaardige plek te geven in Brussel.”

Jeroen Vereecke werkte mee aan de wet rond geluidsnormen toen Joke Schauvlieghe Minister van cultuur was. De wet biedt een gebalanceerd kader voor techniekers en organisatoren. Het probleem zit vaak bij de lokale overheden die maatregelen heffen bovenop die wetgeving. “Deze maatregelen houden vaak weinig steek en worden eenzijdig beslist”, aldus Vereecke. Een warme oproep voor meer overleg dus? “Na elke Gentse Feesten vroeg ik de stad: ‘blijf nu eens het hele jaar op die manier samenwerken. Ga in overleg, wacht niet tot je tot repressie moet overgaan.’”

Jeroen Ackerman © Jeroen Bossee

Jeroen Ackerman © Jeroen Bossee

Bestaat er ten slotte zoiets als een meetbare impact van live muziek op een lokale community? Jeroen Ackerman: “De positieve resultaten van een lokaal bestuur dat investeert in zijn muzikanten is enorm: het creëert samenhorigheid en ondernemingszin op lokaal niveau, en zorgt voor een breder draagvlak voor muzikanten om te kunnen groeien.” 

“Het project Lokale Helden (waarmee Poppunt organisatoren over heel Vlaanderen en Brussel uitdaagt om op één dag hun lokaal, muzikaal talent de (brood)nodige speelkansen te geven) heeft getoond dat er zich een enorme grijze zone bevindt op lokaal niveau waar pop- & rockmuzikanten, samen met alle andere niet-georganiseerde muzikanten, zich in bevinden”, vertelt Ackerman. Niet-georganiseerd muzikanten krijgen nauwelijks de mogelijkheid om hun noden en wensen kenbaar te maken naar hun lokale beleidsmakers. Om hier verandering in te brengen, zijn deze lokale besturen nu ook een verankerde doelgroep binnen de Poppunt-werking.

Zo organiseerde Poppunt de voorbije jaren Popraden in meer dan 25 gemeenten en steden, waarbij muzikanten en het beleid rond de tafel gaan zitten om te praten over de verschillende noden en wensen. “Het moet ook duidelijk zijn dat een stad of gemeente niet per se dingen moet organiseren, maar moet faciliteren en ruimte creëren om het lokale muziekveld te laten groeien.”, aldus Ackerman. 

Jeroen Vereecke en Ken Veerman bevestigen dit. Vereecke: “In elk dorp is er de mogelijkheid om te voetballen en dwarsfluit te spelen, maar pop & rock blijft ondervertegenwoordigd. Het eerste contact tussen de lokale overheden en de sector is vaak wanneer er zich een probleem voordoet. Je mag van je lokale besturen verwachten dat ze investeren in muziek.”

14e Popthesisprijs bekroont heet-van-de-naald onderzoek over de muziekindustrie