Techniekers Aude Vanheste en Kato Ooms: “Als vrouw moet je jezelf twee keer zo hard bewijzen”
We ontmoeten elkaar in Muziekcentrum Trix in Borgerhout op een doordeweekse voormiddag. Aude heeft er sinds augustus 2025 een vast contract. “Ik zit hier goed” glimlacht ze tevreden. “Ik zou mijn freelancewerk niet zomaar voor eender welke plek opgeven.”
Voor de dertigjarige sound engineer begon het allemaal in Jeugdhuis COMMA in Brugge. “Aanvankelijk rolde ik kabels en plaatste ik microfoons, maar na een tijd mocht ik plaatsnemen achter de mengtafel - een oude Soundcraft waarvan al twee kanalen kapot waren”, lacht ze. “Daar ontdekte ik dat ik iets met muziek wilde doen.”
Ze volgde de opleiding muziektechniek bij PXL-Music en liep stage bij MONO in Gent. “Vooral die ervaring is doorslaggevend geweest. Daar werd de basis gelegd voor waar ik nu sta.” Als freelancer werkte ze onder meer in zalen als Het Depot, De Roma en Trix. Vandaag combineert ze haar vaste job met freelance werk voor onder meer OLT Rivierenhof en een aantal vaste bands zoals Myrkur en Sunday Suzy. “Vaak begint het met één goede samenwerking. Als een artiest tevreden is, groeit dat vanzelf uit tot iets van langere duur.”
Ook lichtoperator en designer Kato bouwde haar carrière stap voor stap uit. Na haar opleiding podiumtechnieken aan het Ensorinstituut in Oostende werkte ze als vrijwilliger bij House of Lux, BROEI en Theresia (Democrazy). Daar leerde ze Lander & Adriaan kennen. “Dat heeft alles in gang gezet. Op mijn negentiende stond ik al met hen op Pukkelpop, amper een jaar na mijn afstuderen. Dat was crazy. In 2023 was ik met PITOU mee naar Into The Great Wide Open, en kwam ik zo in contact met Elmer, met wie ik mee het voorprogramma van MEROL verzorgde in de Lotto Arena. En zo kwamen er al veel mooie kansen op mijn pad.”
Bij jullie allebei begon het niet met een strak uitgestippeld plan, wel met een aaneenschakeling van ontmoetingen.
Aude: “Klopt. Vooral tijdens mijn stage heb ik heel sterke contacten opgebouwd in de sector. Als ze opvangen dat er werk is, laten ze mijn naam vallen. Dat netwerk onderhoud ik, maar ik voer geen actieve promotie voor mezelf. Op sociale media ben ik bijvoorbeeld nauwelijks actief.”
Kato: “In het begin maakte ik reclame voor mezelf, maar via Instagram bereikte ik niet de juiste mensen. Daarom ben ik ermee gestopt. Ik deel wel stickers en kaartjes uit. Ik koos voor de naam ‘lichtnicht’, een bijnaam uit het middelbaar die ik naar mijn hand heb gezet.” (lacht)
Lukt het om het hele jaar door je agenda te vullen als zelfstandige?
Kato: “Ik balanceer constant tussen te veel of te weinig werk. Op sommige momenten moet ik mezelf blijven pushen en op andere vraag ik me af of ik mijn huur nog zal kunnen betalen. Meestal komt het goed, maar die onzekerheid blijft. Je weet nooit of je nog van mensen zult horen. Misschien hebben ze bij een volgende show geen budget of werken ze met iemand anders samen. Dat heb je niet zelf in de hand.”
Aude: “Bij samenwerkingen met artiesten is het moeilijk in te schatten hoeveel shows er zullen zijn. Sommigen spelen weinig live of verdwijnen tijdelijk in de studio. Dat kan één jaar duren, maar ook langer. Daarom moet je ervoor zorgen dat je naam blijft circuleren.”
Ik balanceer constant tussen te veel of te weinig werk.
Kato
Kato Ooms © Justine Wolfs
Hoe bepaal je je tarieven?
Aude: “Ik bespreek dat met collega’s en baseer me daarop. Er zijn heel wat mensen met wie ik regelmatig samenwerk. Ondertussen zijn we vrienden geworden. Ik kan hen gemakkelijk opbellen om te vragen wat ze verdienen.”
Kato: “Bij mij ligt dat moeilijker. Ik heb weinig vaste contacten, wat het minder evident maakt om het onderwerp aan te snijden. Niet iedereen wil zomaar met de eerste de beste over hun prijzen praten. Dat zijn soms complexe sociale situaties.”
Aude: “Nochtans is het zo belangrijk. Als je onder de prijs werkt, ondermijn je de sector. Dan kiezen mensen voor de goedkoopste, terwijl kwaliteit zou moeten primeren. Bovendien zou ik niet graag bekendstaan als de persoon die voor een habbekrats meegaat op tour en zo alle jobs inpikt.”
Kato: “Als je net begint, kan je het nog doen voor een appel en een ei, maar er komt een moment waarop je je grenzen moet stellen. Alleen is het niet evident om over je prijs te onderhandelen met mensen die twintig of dertig jaar ouder zijn.” (lacht)
Aude: “Ik heb daar minder moeite mee. Ik ben natuurlijk ook ouder.” (lacht) “Mijn stage bij Mono was daarin een belangrijke leerschool. Je leert omgaan met verschillende types mensen. Bovendien merk ik dat ik meer respect krijg naarmate ik ouder word - al is het waarschijnlijk nog steeds niet hetzelfde als bij een man van mijn leeftijd.”
Ik merk dat ik meer respect krijg naarmate ik ouder word - al is het waarschijnlijk nog steeds niet hetzelfde als bij een man van mijn leeftijd.
Aude
Aude Vanheste © Justine Wolfs
Merk je een verschil tussen mannelijke en vrouwelijke techniekers?
Aude: “Als vrouw heb je één groot voordeel: je valt meer op. Mensen onthouden je sneller omdat je niet de zoveelste witte man bent met een bierbuik en een baardje. De keerzijde is dat je fouten ook meer opvallen.”
Kato: “Dat is stresserend. Vaak heb ik het gevoel dat alles perfect moet zijn, dat ik geen fouten mag maken. Soms gaan mensen je zelfs testen: dan maken ze opzettelijk een fout om te zien of je het opmerkt. Op zo’n momenten zou ik gewoon de doorsnee technieker willen zijn, zodat alles normaal kan verlopen. Soms wordt er zelfs achter mijn rug gezegd: “Ik werk niet met haar, ze is te jong en een girlie”, terwijl de show nog moet beginnen. Dan denk ik: oké, wordt een fijne dag.” (sarcastisch)
“Het begint vaak al met aannames: techniekers die vragen of ik de stagiair ben of die mij uitleggen hoe de lichttafel werkt. Goedbedoeld misschien, maar het voelt alsof ze er automatisch van uitgaan dat ik het niet kan. Als ik aangeef dat ik wel hulp zal vragen als het nodig is, dan krijg ik een defensief “ik probeerde alleen maar vriendelijk te zijn, hoor”. Op zo’n momenten vraag ik me af: als ik een man was die aan de lichttafel kwam staan, zou ik dan te horen krijgen dat ik mijn ding mocht doen?”
Aude: “Iemand zei ooit letterlijk: “Ah, een vrouw. Jij zal jezelf eerst moeten bewijzen.” Vervolgens maakte hij de hele dag opmerkingen over mijn lichaam, en dat tijdens een herdenkingsdienst voor een overledene waarbij we moesten samenwerken. Het was op elke mogelijke manier ongepast. Vroeger durfde ik mijn grenzen niet aan te geven uit schrik om een contact of opdracht te verliezen. Nu baken ik duidelijk af wat kan en wat niet. Wie mijn grens overschrijdt, heeft voor mij afgedaan.”
Kato: “Het ergste vind ik fysiek contact zonder toestemming. Mensen denken dat het over heel expliciete dingen gaat, maar ook een hand op mijn schouder kan ongepast zijn. Geef mij de ruimte om zelf te kiezen of ik daarop inga. Anders voelt het neerbuigend.”
Aude: “Er was eens een technieker die heel betuttelend deed tegen mij en een stagiaire. ‘s Avonds, toen de tourmanager aanwezig was, sloeg zijn houding plotseling om. Hij deed poeslief, maar dat voelde nog steeds heel ongemakkelijk. Het was vooral het contrast - en gewoon zo iemand die constant over je schouder komt hangen.” (imiteert kotsgeluiden)
Kato: “Het probleem is dat net die negatieve ervaringen blijven hangen. De keren dat een mannelijke collega je dag redt, vergeet je veel sneller. Als ik een paar keer na elkaar iets vervelends meemaak, vraag ik me soms af: voor wie doe ik het nog? Is dit het wel waard? Ik wil gewoon ergens kunnen aankomen en doen wat ik graag doe, zonder me eerst te moeten verantwoorden.”
Er is nood aan een mentaliteitswijziging.
Aude: “Klopt. En aan visibiliteit. Rolmodellen maken een groot verschil. Denk aan Jo Heijens (OLT Rivierenhof, Peeping Tom, FrouFrou), Tine Coumans (T10), Danielle Van Riel (OLT Rivierenhof, dEUS) en Barbara Buelens (Trix, The Kids). Als niet-mannen met zichtbaarheid in de sector, tonen ze dat het niet uitmaakt wie je bent. Ze verlagen de drempel en creëren meer comfort voor beginnende techniekers.”
Kato: “Ik kreeg ooit les van Danielle en dat maakte een enorme indruk. Ik voelde me meteen op mijn gemak; ik durfde vragen te stellen zonder bang te zijn om dom over te komen. Er was gewoon veel meer openheid. Ik kon stoppen met nadenken en met sociale cues lezen, het ging vanzelf. Ze behandelde mij als een mede-technieker die ze wilde helpen.”
Aude: “Wat niet betekent dat mannen geen rolmodel kunnen zijn, integendeel. Ik heb heel veel gehad aan de geweldige mannen die mij opnamen in de PA-werkgroep van het jeugdhuis waar ik begon. Voor hen maakte het niet uit dat ik een vrouw was. Dat was essentieel. Dat is voor de overgrote meerderheid van de mannen in deze sector zo, trouwens.”
Kato: “Klopt. Het zijn niet alle mannen, maar het is wel altijd een man.”
Zijn jullie zelf ook mentoren?
Kato: “Ik begeleid af en toe stagiaires. De beperkte plaatsen die ik heb, geef ik bewust aan niet-mannen omdat zij vaak moeilijker toegang krijgen tot de sector. Grote firma’s kiezen hen minder snel, vaak vanuit de aanname dat ze het werk fysiek niet aankunnen. Die mentaliteit leeft nog steeds.”
“Wanneer ik in de zomer cursussen geef in Trix, komen deelnemers achteraf soms zeggen dat ze zich bij mij veel vrijer voelen om vragen te stellen dan op school. Dat vind ik jammer om te horen. Voor mij is het net essentieel dat ze alles kunnen vragen - desnoods leg ik het tien keer opnieuw uit. Bovendien probeer ik om ruimte te laten voor fouten. Veilige plekken om op je gezicht te gaan - die zijn belangrijk.”
Aude: “Tot nu toe heb ik enkel niet-mannen als stagiairs begeleid, zowel als freelancer als binnen Trix. In het voor- en najaar geef ik workshops voor Venster, een creatieve ontmoetingsplek voor jongeren die deel uitmaakt van Trix. Ik geef ook workshops tijdens andere initiatieven die niet specifiek op jongeren gericht zijn, bijvoorbeeld het FLINTA-evenement van VI.BE. Dat wordt jaarlijks georganiseerd en is een heel waardevol initiatief, omdat het niet-mannen uit de sector samenbrengt.”
Vroeger durfde ik mijn grenzen niet aan te geven uit schrik om een contact of opdracht te verliezen. Nu baken ik duidelijk af wat kan en wat niet. Wie mijn grens overschrijdt, heeft voor mij afgedaan.
Aude
Wat hopen jullie daarmee te bereiken?
Aude: “Die groepen zijn zo uiteenlopend dat je automatisch met heel verschillende mensen in contact komt. En opnieuw: je creëert zichtbaarheid. Als vrouw sta je daar die workshop te geven, als degene met de expertise.”
Kato: “Ik hoop vooral dat de mensen na ons iets makkelijker kunnen instappen, zonder het gevoel dat ze voortdurend tussen mannen zullen staan die ongepaste grapjes maken of hen een ongemakkelijk gevoel geven.”
“Vaak ben ik onderweg naar huis na een show en kan ik alleen maar denken: “Wow, wat was dit nu weer? Zin om dit opnieuw te doen!” Dat is de drive van deze sector. Je slaapt niet veel, je hebt niet veel tijd om vrienden te zien, je wordt er niet rijk van. Maar het geeft een kick wanneer je een fantastische show hebt neergezet samen met mensen die je graag ziet. Leuke adrenaline, positieve verslaving.” (lacht)
Je slaapt niet veel, je hebt niet veel tijd om vrienden te zien, je wordt er niet rijk van. Maar het geeft een kick wanneer je een fantastische show hebt neergezet samen met mensen die je graag ziet.
Kato
Wat willen jullie nog meegeven aan mensen die in de sector willen starten?
Aude: “Gewoon starten. Probeer dingen uit. Zoek een paar mentoren die je kunnen helpen door materiaal uit te lenen of je mee te nemen naar een paar shows. Je hoeft er helemaal niet voor gestudeerd te hebben. Gewoon doen. Ervaren. Luisteren. Kijken. Vragen stellen.”
Kato: “En jezelf niet verliezen. Op tijd rust nemen. Ik heb op mijn tweeëntwintigste zona gekregen door te lang aan een stuk te werken; een schreeuw van mijn lichaam om te zeggen dat het genoeg was geweest. Verzorg jezelf. Zoek een hobby - buiten de sector.” (lacht) “En draag gehoorbescherming. Je werkt in luide omgevingen en gehoorschade is permanent.”
Reclame