VI.BE

No Music On A Dead Planet: hoe kan je duurzaam touren?

De tourbus, het eeuwige on the road to the next show, de snelle fastfood hap en het ongezonde leven... het hoort allemaal bij de eeuwige mythe van de rock’n’roll. Maar de realiteit heeft de mythe al een tijdje ingehaald: voor veel artiesten is die romantiek niet meer te combineren met een groeiend besef van de ecologische voetafdruk die ze achterlaten – en met hen de hele crew, de zalen waar ze spelen, tot en met het publiek dat komt kijken.

dimitri vossen

17.10.22

Features
© nina vandeweghe

© nina vandeweghe

De kentering werd ingezet door enkele internationale pioniers die begin deze eeuw een kritische blik gingen werpen op de duurzaamheid van de muzieksector. Zoals wel vaker was Radiohead de absolute koploper. Reeds in 2008 organiseerden ze hun eigen ‘Carbon Neutral World Tour’. Nóg eerder was de Amerikaanse singer-songwriter Bonnie Raitt. De ‘Godmother of green touring’ was in de jaren ’70 al een catalyst voor de anti-nucleaire beweging, en haar activisme leidde in 2002 tot een duurzaam model voor al haar tours, met groene energie en het mobiele ecodorp ‘Green Highway’ waar concertgangers worden geïnformeerd en gesensibiliseerd rond duurzame energie. Bij de meeste artiesten ontbrak echter vaak het besef, dan wel de middelen om voor een veel duurder alternatief op de traditionele tourbus en concertpodium te gaan. 

Vereende krachten

Individuele actie is goed, maar om echt een momentum te creëren is er meer nodig. Het mondiale klimaatbewustzijn dat ondertussen de 21ste eeuw heeft bepaald (met zijn voor- én tegenstanders) kent eigenlijk een niet zo lange voorgeschiedenis. Het is nog maar van 1979 geleden dat klimaatverandering werd erkend als een ernstig mondiaal probleem, tijdens de allereerste Wereldklimaatconferentie. Daarna duurde het nog zeker 10 jaar voor er een gerichte oproep kwam tot een reductie van de C02-uitstoot, en een georganiseerd kennisnetwerk (het Intergovernmental Panel on Climate Change) ontstond van wetenschappers dat vanuit de internationale politiek de opdracht kreeg om het probleem in kaart te brengen, en strategische oplossingen te formuleren. 

Er volgde een klimaatverdrag in 1992 dat in 1997 een concrete invulling kreeg: het Protocol van Kyoto. In twee verbintenisperiodes (van 2008 tot 2012 en van 2013 tot 2020) werd er gewerkt met concrete reductiedoelstellingen die in principe ook bindend waren, maar in de praktijk veel ruimte lieten voor een eigen interpretatie, wat onvermijdelijk zorgde voor hindernissen en oponthoud. Wat bij veel mensen en overheen veel sectoren steeds meer het besef heeft doen groeien dat duurzaamheid vooral ook in de eigen werking moet worden georganiseerd. Een besef dat enkel maar prangender is geworden na twee wereldwijde crisissen die indirect met het klimaatprobleem worden gelinkt, en zeer direct een blijvende stempel hebben gedrukt op verschillende sectoren. Eén van de hardst getroffen industrieën blijkt de muzieksector te zijn.
 

Individuele actie is goed, maar om echt een momentum te creëren is er meer nodig.

Jamband

Vanuit dat groeiende klimaatbewustzijn zijn ook in de muziekindustrie enkele georganiseerde initiatieven ontstaan die mettertijd steeds meer invloed hebben op de manier waarop artiesten en hun entourage omgaan met milieubewustzijn en duurzaamheid.

In 2004 werd in Portland de non-profit REVERB opgestart door een koppel dat twee werelden bij elkaar bracht: milieuactivist Lauren Sullivan en haar echtgenoot, Adam Gardner van de jamband Guster. Met de hulp van Bonnie Raitt werd een werking opgestart die artiesten, festivals en zalen begeleidt in het verkleinen van hun voetafdruk met een concreet en haalbaar stappenplan. Maar daar stopt het niet. Vanuit het besef dat artiesten veel invloed hebben op hun fans, zet REVERB ook hard in op sensibilisering. Concertgangers worden direct aangesproken om zelf actie te ondernemen. 

Oorspronkelijk werkte REVERB vooral binnen de biotoop van Gardner met artiesten als Dave Matthews Band, Jack Johnson, Maroon 5, John Mayer en Barenaked Ladies. Tegenwoordig begeleiden ze heel wat grote mainstream sterren op hun tours: Billie Eilish, Shawn Mendes, Harry Styles en Lorde. De actie zet zich ook door op andere vlakken, zoals merch.  

180.000 auto’s

In 2006 begon Alison Tickell met haar organisatie Julie’s Bicycle, met een missie om de kunsten naar een groenere toekomst te loodsen. Een jaar later was daar al hun eerste wapenfeit. Samen met de ‘Environmental Change Institute’  aan de Universiteit van Oxford berekenden ze de C02-voetafdruk van de Britse muziekindustrie: een uitstoot van maar liefst 540.000 ton per jaar – ruwweg hetzelfde als 180.000 auto’s. 

Sindsdien heeft de organisatie samengewerkt met meer dan 2000 kunstenorganisaties in 27 landen. Daarbij vormt ze een stevige lobby die met een combinatie van concrete actie, informeren en sensibiliseren steeds meer artiesten heeft doen nadenken. Julie’s Bicycle faciliteert duurzame initiatieven waarmee dit ook tot actie kan leiden. Mede hierdoor zijn er steeds meer grote namen die de ommeslag maken: Coldplay, Billie Eilish, Bring Me The Horizon, en Massive Attack hebben met diverse acties hun meest recente tours vergroend, maar tegelijk ook steeds hun invloed aangewend om fans meer bewust te maken van hun eigen voetafdruk, en hoe ze die kunnen verkleinen.

De brede zin

Vanuit de industrie zelf is in 2015 SiPA gegroeid. De ‘Sustainability in Production Alliance’ werd opgericht door de lichtontwerpers Andy Purves en Paule Constable, en Craig Bennett, zelf manager bij het productiehuis voor events White Light. Samen met een hele reeks partners uit alle hoeken van de industrie werden een aantal brainstorms georganiseerd, waaruit een set van 10 duurzame doelstellingen voor het decennium werden gedistilleerd. Het uiteindelijke doel is, in hun eigen woorden: ‘...a culture of sustainability that is supported at all levels of the supply chain and at all stages of the production life cycle.’ Wederom wordt er gemikt op praktische haalbaarheid - met woorden alleen kom je nergens.

Opmerkelijk is hierbij dat SiPA hun doelen stelt voorbij het nauwe begrip van ecologische duurzaamheid, en al helemaal breder dan puur persoonlijke actie. De eerste drie punten op hun lijstje zijn ‘social goals’: inclusiviteit en gelijkheid, mentaal welzijn, en kennisdeling. Bij het daaropvolgende trio ecologische ambities wordt naast duurzaamheid en ‘zero loss’ ook gepleit voor ‘responsable resourcing’ – waarbij de menselijke impact van goedkope wegwerpspullen wordt ingecalculeerd. Ook de laatste drie ‘economische’ doelstellingen (puntje 10 wordt symbolisch opengelaten) vertrekken vanuit een brede interpretatie van duurzaamheid, met de industrie als een ecosysteem in gezonde balans met eerlijke winsten en rechtvaardige verloning. 

Quick Wins

Voor de tourende artiest en zijn entourage heeft SiPA (samen met de vereniging Tour Production Group) een reeks ‘Quick Sustainable Wins’ opgesteld - korte en éénduidige lijstjes van telkens (ongeveer) tien punten die je meteen kan beginnen toepassen, en waar je meteen een verschil mee maakt. De 19 categorieën bestrijken zowat alle aspecten van het tourende leven, van vervoer en techniek, over stage design en productie, tot catering. Daarbij komen een aantal basisprincipes steeds terug: recyclage, efficiënt verbruik van energie en materialen (ondermeer door reparatie en kwaliteit boven goedkoop), en strategische planning. Ook sensibilisering van de venues is een goede manier om met kleine ingrepen toch al een effect te sorteren. Zoals wordt gesteld in een blogbericht op de muzieksite Reverb.com: 

“Je hoeft helemaal niet zo ver te gaan als Coldplay, en stoppen met touren tot je dat helemaal klimaatneutraal kan doen. Met kleine aanpassingen in je routines kan je al heel ver komen, zeker als die daarna worden overgenomen door andere artiesten. En nog een laatste tip van (tourmanager) Abbey Simmons: “Kijk goed naar andere bands die proberen slim en duurzaam op tour te gaan, en leer zoveel mogelijk van andermans ideeën.”

Met kleine aanpassingen in je routines kan je al heel ver komen, zeker als die daarna worden overgenomen door andere artiesten.

Abbey Simmons

Verkokerd

Hoe is het ondertussen gesteld met de duurzaamheid van onze binnenlandse artiesten? Het thema ligt in elk geval al een hele tijd op tafel. Reeds in 2010 werd van onderuit het Pulse Transitienetwerk opgericht, om sectorbreed te werken rond duurzaamheid in de Vlaamse culturele sector. Met een werkveld van ongeveer 1000 organisaties wordt er geëxperimenteerd met duurzame alternatieven, kennis uitgewisseld en gewerkt aan bewustmaking. Jaarlijks is er een trefdag met alle leden, en op regelmatige ‘praktijksafari’s’ worden duurzame initiatieven en organisaties bezocht voor een kijkje achter de schermen.

“We zitten al op zo’n kleine lap grond, en dan nog hebben we de neiging om alles te verkokeren”, zo stelt coördinator Pieter Delafortrie. “Zo zijn er veel interessante initiatieven die naast elkaar door werken, en daar proberen wij dan een verbinding tot stand te brengen.” De organisatie verzamelde heel wat duurzame ideeën in de toolkit Cultuurzaam. Je vindt er praktische tips en checklists voor productie, planning en budgetbeheer.
 

De eerste stap

Onze Belgische venues geven alvast het goede voorbeeld. Toonaangevende huizen als 4AD, AB, VIERNULVIER en Trix hebben hun eigen organisatie stevig onder de loep genomen, en schuiven elk met hun eigen accent consequente actie naar voren die de werking in het hart raken. 

Zo wordt het Duurzaam Actieplan 2021 van VIERNULVIER als volgt geformuleerd: ”De verschillende teams binnen VIERNULVIER kregen de opdracht dit actieplan te integreren in hun dagdagelijkse werking, met ambities die meetbaar zijn. Die plannen raken elk onderdeel van de organisatie: van de menukaart in het Café, over de mobiliteit van personeel en publiek, tot energiebesparende ingrepen in het gebouw en afspraken met leveranciers over gebruikte materialen.“

Maar wordt er ook gevolgd door de artiesten? Daar is er nog heel wat werk aan de winkel, zo stelt Jeroen Vereecke. Hij was lange tijd organisator van het Boomtown festival tijdens Gentse Feesten, en werkt daarnaast ondermeer als geluidsman voor ondermeer An Pierlé, Mintzkov en Het Zesde Metaal. “Bij Boomtown besteedden we altijd veel aandacht aan duurzame oplossingen op het terrein en backstage, maar ik merkte vaak dat de artiesten die bij ons kwamen spelen het daar bijlange niet zo nauw mee namen. Muzikanten zijn vaak heel geëngageerd en maatschappelijk bewust in hun persoonlijke leven, maar dat stopt blijkbaar wanneer ze als muzikant gaan denken. Duurzaam touren kost natuurlijk geld, het is ook praktisch en logistiek een pak minder evident. Uiteindelijk: de meest duurzame tour is die die je niét organiseert. Maar bij de artiesten waarmee ik werk, hebben we altijd geprobeerd om met kleine acties toch een verschil te maken. Door een intentie uit te drukken naar de sector en naar je publiek, kan je vaak óók al een effect bekomen.”
 

Muzikanten zijn vaak heel geëngageerd en maatschappelijk bewust in hun persoonlijke leven, maar dat stopt blijkbaar wanneer ze als muzikant gaan denken.

Jeroen Vereecke

Non-rider

Wannes Cappelle en zijn band Het Zesde Metaal is één van die acts die de daad bij het woord voegt. De groep probeert op tour de ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te houden. Tijdens hun theatertour van 2018 bedachten ze bijvoorbeeld een ‘non-rider’, een aanvulling op de klassieke lijst met als onderwerp: ‘Wat u niet hoeft te voorzien: Flesjes plat water voor op het podium’. Op die manier liet de band weten dat ze zelf hun eigen hervulbare flesjes zouden meenemen. 

Ook op gebied van mobiliteit probeert Het Zesde Metaal te gaan voor de meer duurzame oplossingen. Vereecke: “Eens je die oefening begint te maken, is er echt veel mogelijk. Maar het kost moeite, en afwegingen die je als artiest liever niet maakt. Komt iedereen comfortabel met zijn eigen auto, of huren we een busje? Kan dat ook electrisch? En het gewicht dat je meesleept: kunnen de versterkers een maatje kleiner, of vind je die joekel van een bassamp tóch stoerder staan op podium? Wat dat betreft is de industrie niet in de goede richting geëvolueerd. Waar vroeger elke geluidsman op dezelfde mengtafel werkte, zie je nu vaak op een festival dat iedereen zijn eigen materiaal meebrengt. Natuurlijk is dat fijner werken, maar duurzaam is het niet.”
 

Een beetje reizen

Duurzaam touren vergt ook een goede en voorzienige planning, zeker wanneer je naar het buitenland trekt. Je kan samen met de boeker een traject uitstippelen waarbij je zo weinig mogelijk kilometers maakt. Vervolgens kan je ook kijken naar het beste vervoermiddel om die afstanden af te leggen. In de praktijk betekent dat echter een risico dat je speelkansen gaat missen (wanneer de ideale route niet in de timing past van een venue of een festival). Bovendien is het meest duurzame vervoer lang niet het goedkoopste.

Bert De Swert is manager van singer-songwriter Meskerem Mees. Begin dit jaar won de artiest de ‘Grand Jury Award’ op het Europese showcasefestival Eurosonic – een prijs waarmee reeds kleppers als Adele, Lykke Li, Oscar And The Wolf en Stromae werden gelauwerd. Daarbij hoorde ook een groene tourvoucher van 5.000 euro. Het was al snel duidelijk waarvoor dat budget gebruikt kon worden. De Swert: “Meskerem Mees tourt gelukkig in een kleine bezetting, enkel zijzelf en een cellist als begeleiding. Tel daarbij nog de geluidsman en mezelf, en je kan met vier man de baan op. We hebben het budget bij de meest recente Europese tournee ingezet om met de trein te reizen.”


Altijd een beetje

Op zich was het een zeer positieve ervaring, in die mate zelfs dat de artiest nu zélf de trein beschouwt als het aangewezen vervoersmiddel voor een tournee. Als het meezit met treintijden en aansluitingen, kost het niet veel meer tijd dan vliegen. Geen omslachtige boarding of departure, en je arriveert vaak recht in het centrum van de stad, dus je bespaart een taxirit van de luchthaven. Met de trein reizen is vooral ook zeer relaxed, je kan wat werken of surfen, een boekje lezen.. Maar evident is het nog steeds niet. De Swert: “Soms is het onmogelijk om op een realistische tijdspanne tussen twee steden te reizen met de trein. Van Oostenrijk naar Italië? Niet te doen.” In de Cultuurzaam toolkit zit overigens een door Kunstenpunt ontwikkelde kaart met steden die je vanuit Brussel-Zuid kan bereiken binnen de 6,5 uur: Start To Train.

De Swert: “Maar wat ik nog erger vind: het is bijlange niet de goedkoopste optie. Op dit moment zijn de prijzen in de luchtvaart natuurlijk stevig gestegen, en de tijd dat je voor 20 euro naar Berlijn vliegt is misschien wel voorgoed voorbij. Maar dan nog: een treinticket kan makkelijk het tiendubbele kosten! Ik wil gerust het dubbele, zelfs drie keer zoveel betalen voor een groen alternatief, maar het verschil is gewoon buiten proportie.” Met een meer uitgebreide band is de trein al helemaal geen haalbare kaart meer. 
“Ik heb ook blackwave. in mijn portefeuille zitten, een liveband van tien man, met een uitgebreid en specifiek instrumentarium. Uiteindelijk moet je altijd elke factor afwegen. Moet er een drumstel van een specifiek merk helemaal aan de andere kant van het land worden gehuurd? Dan wegen de transportkosten al niet meer op tegen de vertrouwde tourbus.”
 

Uiteindelijk moet je altijd elke factor afwegen. Moet er een drumstel van een specifiek merk helemaal aan de andere kant van het land worden gehuurd? Dan wegen de transportkosten al niet meer op tegen de vertrouwde tourbus

Bert De Swert

Go veggie

Naast mobiliteit noemt Jeroen Vereecke ook de catering in de backstage een belangrijke post waar je als artiest het verschil kan maken. “Stoppen met vlees eten is één van de meest duurzame stappen die je als individu kan zetten. Onze Belgische venues bieden vaak al spontaan een vegetarisch alternatief aan voor de artiesten, maar het kan geen kwaad om hier binnen de band en de entourage ook een punt van te maken.” De Swert treedt hierin bij: “Ik ben zelf overtuigd veganist, dus ik probeer mijn groepen toch altijd in die richting te sturen. Natuurlijk: als er dan tóch iemand op staat om biefstuk friet te krijgen, dan zorgen we daarvoor. Maar het is een streefdoel om vegetarisch niet het alternatief te maken, maar de standaard. Dat is zo’n belangrijke nuanceverschuiving, en je ziet ze gelukkig steeds vaker opduiken – ook in de maatschappij.” 

Daarmee komen we op een derde cruciale terrein waar je als artiest het verschil kan maken: het publiek. De Swert: “Dat wordt vaak vergeten, maar het is misschien wel de belangrijkste manier om op termijn in duurzaamheid te investeren. Je hebt een publiek dat bereid is om naar jou, de artiest, te luisteren. En je hebt in de hand hoe ze consumeren tijdens je concert. Spoor ze aan om met het openbaar vervoer te komen. Probeer te bewerkstelligen dat er vegetarische hap wordt geserveerd aan de eetkraam. Investeer in duurzame merch, en maak je fans duidelijk waarom die dan wat duurder is in productie. En wees daar consequent en oprecht in. Een artiest als Billie Eilish heeft dat goed begrepen: als ze naar een gala gaat in een jurk van Gucci, dan is die geüpcycled. In al haar acties toont ze dat ze wil gaan voor duurzaamheid, en ze neemt daar duidelijke standpunten in. Zo creëert ze bewustwording bij een hele generatie, en dat is het meest krachtige dat je kan doen.”

Je hebt een publiek dat bereid is om naar jou, de artiest, te luisteren. En je hebt in de hand hoe ze consumeren tijdens je concert.

bert de swert

Tot slot

Ben je zelf geïnspireerd geraakt om je steentje bij te dragen? We geven je graag nog enkele andere bronnen mee waar je al heel wat informatie vindt om elk aspect van je muzikantenleven op de baan te verduurzamen. De volgende stap: inspireer je omgeving, en blijf bewust dat je met elke actie goed bezig bent, maar dat het ook altijd beter kan.

Deze longread kwam tot stand met de waardevolle bijdragen van: Pieter Delafortrie (Pulse Transitienetwerk), Jeroen Vereecke, Bert De Swert, Nikol Wellens (Kunstenpunt), en Yacoba Corral Davalos.

Wil je graag meer weten? Op 27 november organiseren VI.BE, AB en KU Leuven een panel rond dit thema in de AB met o.a. Jamal Chalabi (tourmanager Bring Me The Horizon, Massive Attack, …), Claire O’Neill (A Greener Festival), Wannes Capelle (Het Zesde Metaal), Johan Eyckmans (KU Leuven) en Marlene Boere (ESNS Green Touring Support). Alle info vind je hier

Nog meer interesse in dit thema? Check dan de Guestlist podcast van AB over duurzaam touren met Aurora en Mathias Cobbaut. 
 

VI.BE, AB en KU Leuven organiseren ‘No music on a dead planet’: kijk zondag mee

27 november 2022 van 19:00 tot 21:30

Nationale Loterij feestdagen 2022

Reclame