VI.BE

Soundcheck

Om een soundcheck vlot te laten verlopen, zijn er een aantal zaken die je moet doen en een aantal zaken die je zeker niet mag doen. We lijsten ze op in 10 tips!

22.01.20

Advies
© nina vandeweghe

© nina vandeweghe

  1. Een goede balans begint tijdens de repetitie. Tijdens een soundcheck stelt de geluidstechnieker de onderlinge volumes vast en maakt hij een initiële balans, zodat je optreden meteen goed kan beginnen. Een goede balans in de zaal begint echter met een goede balans op het podium. Dat is iets waar je tijdens repetities aan kan werken en waar je in alle omstandigheden mee gebaat bent. Het maakt de job van de geluidstechnieker een pak gemakkelijker. Bovendien hoor je elkaar on stage beter zonder te hard te vertrouwen op goede monitoring. Een goede podiumopstelling helpt eveneens, experimenteer daarom op voorhand met verschillende opstellingen van muzikanten en versterkers.
  2. Check al je gear op voorhand. Het lijkt heel vanzelfsprekend, maar in de praktijk wordt er al te vaak tegen gezondigd. Zorg dat al je materiaal in orde is voor je vertrekt. Kijk na of je snaren/vellen nog goed zijn, zorg dat alles gestemd is en dat batterijen vol zijn. Zeker (patch)kabels en effecten durven geregeld voor problemen te zorgen. Als je daar tijdens de soundcheck nog aan moet prutsen, zorgt dat voor onnodige vertragingen en frustraties. Snaren vlak voor een optreden vervangen, is meestal ook geen goed idee. Die vragen in het begin wat tijd om zich te ‘zetten’ en je gitaar zal sneller ontstemmen. Probeer ook steeds een reservevoorraad mee te nemen aan snaren, stokken, plectrums, batterijen en kabels, zodat je in geval van nood toch snel verder kan spelen.
  3. Hou je hoofd erbij. Niets zo frustrerend als een verdwenen gitarist tijdens de soundcheck. Meestal heb je wel een goed idee wanneer het jouw beurt is om het podium te bestijgen. Eens je materiaal opgesteld is en de effectieve soundcheck begint, blijf je gewoon op het podium staan. Zo sta je klaar wanneer het jouw beurt is, hoor je ondertussen of de algemene balans goed zit en wat je allemaal nodig hebt in jouw monitor.
  4. De technieker is je vriend. Uiteindelijk is dat de persoon die bepaalt hoe je klinkt in de zaal. Er zijn verschillende manieren om een technieker tevreden te houden en de samenwerking aangenamer te maken. Dat begint al door vooraf goede informatie door te geven: stuur tijdig een technische rider en desgewenst een priklijst door. Zo weet de technieker wat voor materiaal hij moet voorzien en hoe hij zijn mengtafel best indeelt. Op de dag van het optreden kan het zeker geen kwaad om even een babbeltje te slaan met de technieker, om bepaalde verwachtingen met betrekking tot de sound duidelijk te maken.
  5. De technieker is de baas. Is al het materiaal opgesteld? Tijd om eraan te beginnen. Tijdens de soundcheck is de technieker de baas, hij kan op dat moment het beste inschatten wat er nodig is om een goede sound te bekomen. Luister dus naar hem! Wacht om te spelen tot hij je dat vraagt en speel tot hij aangeeft dat het goed is. Als je zelf nog niet tevreden bent, mag je dat natuurlijk ook vriendelijk duidelijk maken.
  6. Less is more. Als het gaat om je volume op het podium, durven muzikanten nog wel eens vergeten dat al dat geblaas op het podium ook in de zaal terechtkomt. Op Werchter heb je daar waarschijnlijk weinig last van, maar in de doorsnee Vlaamse venue zorgt een overdreven volume op het podium voor een slechte balans en een rommelig geluid in de zaal. En dan zwijgen we nog over de gevolgen voor je oren! Voor drummers raden we aan om je kit of speelstijl aan te passen aan de venue. 
  7. Weet wat je nodig hebt. Als het moment aangebroken is om de monitors af te stellen, dan moet jij als muzikant aangeven wat je nodig hebt om goed te kunnen spelen. Dat is heel persoonlijk en de technieker kan het dan ook moeilijk beoordelen zonder jouw aanwijzingen. Hoe beter je weet wat je in je monitor wil horen, hoe beter hij kan regelen. Je moet je ook niet inhouden om meermaals een aanpassing te vragen als je nog niet tevreden bent. Zeker als er geen aparte monitormixer op het podium is, kan de technieker maar moeilijk inschatten hoe de monitoring zich vertaalt op het podium en kan hij op geen enkele manier weten dat er iets niet goed zit, tenzij jij het hem zegt. 
  8. Omgaan met feedback (the bad kind). Feedback is niet fijn en kan de beleving van een optreden zowel voor de band als het publiek aardig verstoren. Meestal wordt er al vaak met de vinger gewezen naar de technieker als alles weer eens begint te fluiten, maar wees je ervan bewust dat je feedback voor een groot deel zelf in de hand hebt. Feedback is een welbepaalde frequentie van je geluid die gaat resoneren, met een irritante piep als gevolg. De meeste feedback wordt veroorzaakt doordat een microfoon een bepaald geluid oppikt op het podium, dat vervolgens via de monitors versterkt terugkomt en daar weer door diezelfde microfoon wordt opgevangen. Op die manier ontstaat er een soort van vicieuze cirkel waarbij die welbepaalde frequentie steeds meer versterkt wordt, et voilà: feedback. 
    Enkele tips om dat (mogelijk) te voorkomen: richt nooit een microfoon rechtstreeks naar een speaker (zowel monitors als zaal-luidsprekers) en dek de microfoon nooit af met je hand. Ten slotte geldt ook hier: hoe luider alles staat op het podium, hoe meer kans je hebt op feedback. Door het podium volume te minimaliseren, verkleint de kans op feedback drastisch. Monitors uitfluiten (welbepaalde frequenties verminderen met behulp van een grafische equalizer) kan ook helpen om feedback tegen te gaan, maar denk eraan dat elke frequentie die je wegtrekt ook invloed heeft op de klank en uiteindelijk de helderheid en getrouwe weergave van je monitoring negatief beïnvloedt.
  9. Repeteren (of nog erger, jammen) doe je thuis. Eens je op het podium staat, is het de bedoeling dat je de nummers al onder de knie hebt. Een soundcheck is niet het moment om nummers in te studeren! Vaak is de change-overtijd op het podium al behoorlijk krap, benut dus je tijd zo efficiënt mogelijk. Voor toeschouwers is het daarnaast niet aangenaam om naar je oefengepingel te luisteren, hou dat voor je slaapkamer of het repetitiekot. Een gouden regel is dat je je instrument stilhoudt als je niet aan de beurt bent. Voel je behoefte aan een vorm van opwarming, dan doe je dat voor de soundcheck (of erna als daar tijd voor is) in de backstage.
  10. Doe alsof het ‘voor echt’ is. Tijdens de soundcheck zal de technieker zijn gains(de ingangsniveaus van de microfoons) instellen afhankelijk van het volume dat jij produceert. Als alles goed gaat, moet hij daar tijdens de show niet meer aan komen en kan hij de balans op de faders verder scherpstellen. Daarom is het belangrijk om tijdens een soundcheck te spelen zoals tijdens het optreden. Laat alle klanken aan bod komen die je tijdens de show gebruikt, speel passages uit de hardste en de zachtste nummers, en laat de verschillende effecten (zoals clean, distortion, enz.) even aan bod komen. Als je met effecten werkt, zorg je er ook best voor dat het volumeverschil tussen je clean signaal en je geluid met effecten zo klein mogelijk is. Als de technieker jouw muziek niet kent, kan hij immers niet anticiperen wanneer jij je scheurgeluid boven haalt en dan zorgt een te groot volumeverschil plots voor een slechte balans. Een klein verschil voor solo’s of passages die er moeten uitspringen, kan natuurlijk, maar let op dat je niet overdrijft.

Een vraag over jouw situatie? We geven je ook in coronatijden persoonlijk advies via chat / mail / videochat.

VI.BE werkt voorlopig nog van thuis uit. Maak een videochat-afspraak met een van onze adviseurs.