Wat brengt de Strategische Visienota Kunsten en Erfgoed in Vlaanderen (2026–2030)?
Wat betekent dit concreet voor de muzieksector? Tijdens Rendez-Vous — onze eerste sectordag voor muziekprofessionals — in de Ancienne Belgique op 26 mei gaan we hierover in gesprek met de minister. Daarnaast organiseren we op 12 mei een infosessie Strategische Visienota Kunsten i.h.k.v. de werkingssubsies. Hieronder zoomen we alvast in op de belangrijkste inzichten en aandachtspunten.
Uitdagingen voor de toekomst
De visienota benoemt de leidende principes van de strategie en schetst de belangrijkste uitdagingen voor de komende jaren. De sokkel waarop het cultuurbeleid rust steunt op drie basisprincipes: cultuur als universeel recht en publiek goed; autonomie, artistieke vrijheid en solidariteit; meerstemmigheid en inclusie. Die principes moeten dienen als leidraad om de voornaamste uitdagingen in het veld aan te pakken:
- De autonomie van cultuur staat onder druk van overheid en samenleving
- Structurele ongelijkheid en drempels in cultuurdeelname
- Hoge werkdruk, de nood aan een andere vorm van leiderschap, het belang van een veilige werkomgeving en streven naar meer diversiteit
- Spreiding en oververhitting in de Kunsten; de nood aan reflectie en ontwikkeling
- Samenwerking met andere sectoren zoals onderwijs, welzijn, jeugd, lokale besturen, media, academische wereld, private actoren en internationale netwerken.
- een versnipperd instrumentarium en zwakke afstemming tussen beleidsniveaus: Het decreetlandschap is rijk maar ook gefragmenteerd. Er is nood aan een betere rolverdeling en structurele afstemming met lokale overheden. Ook overleg tussen Vlaanderen en andere gemeenschappen, de federale en internationale partners blijft noodzakelijk.
Beleidskeuzes voor een coherent en duurzaam Kunsten- en Cultuurerfgoedbeleid
De nota stelt vervolgens concrete antwoorden voor op de uitdagingen en definieert prioriteiten voor de komende jaren, zowel gemeenschappelijk voor Kunsten en Cultureel Erfgoed alsook meer sectorspecifiek. Concreet betekent dit:
- streven naar meer efficiënte en coherente subsidiestelsels en werken aan een toekomstgericht cultuurbeleid, verankerd in een Codex Cultuur die bruggen bouwt tussen sectoren en decretale verkokering.
- Initiatieven stimuleren die cultuur voor iedereen toegankelijk maken (democratisering van cultuur) en iedereen betrekken bij het culturele proces (culturele democratie).
- Kunsten- en erfgoedorganisaties ondersteunen in hun rol als brug tussen cultuur, onderwijs en welzijn. Dit in samenspraak met de relevante departementen binnen de Vlaamse Overheid die hiervoor een nieuw, cross-sectoraal beleid uitwerken en faciliteren.
- Ruimte creëren voor creatief talent in kunsten en erfgoed :
- macht en ruimte delen
- zorgen voor een veilige werkomgeving en eerlijke praktijken (fair practice);
- werken aan inclusief leiderschap;
- vrijwilligers ontzorgen en omkaderen;
- het versterken van de maturiteit van het kunstenlandschap op het vlak van digitalisering en ecologische duurzaamheid;
5. Gedeeld, gemengd en tijdelijk ruimtegebruik, de culturele invulling van leegstaande ruimtes, het stimuleren van ondernemerschap en innovatie, cross-sectorale kruisbestuiving
6. Een gerichte exportstrategie die ook andere overheden aanspreekt op hun bevoegdheden, die zowel inzet op subsidiëring als op talentontwikkeling, capacity building, het opbouwen van netwerken en kennisdeling en die de dienstverlening door steunpunten en contactpunten stroomlijnt. Een optimale benutting van internationale subsidielijnen binnen de verschillende decreten en een harmonisering van beoordelingscriteria en uniformisering van de in te brengen kosten.
Specifiek voor de Kunsten- en muzieksector
- De Vlaamse Regering kent aan de Vlaamse Kunstinstellingen en aan de organisaties met subsidies voor twee beleidsperiodes een sleutelrol toe als facilitator voor een dynamisch, zorgzaam, duurzaam en solidair landschap.
- Organisaties dienen een kunstenaarsgericht beleid te voeren. De overheid faciliteert het gesprek tussen de Kunstensector en het hoger onderwijs en verlaagt de drempels voor beurzen: er wordt onderzocht of de forfaitaire bedragen kunnen opgetrokken worden, aanvragen zullen twee keer per jaar kunnen en projectsubsidies zullen nu ook aangevraagd kunnen worden tijdens de looptijd van een beurs. Ze stemt af met lokale en federale overheid voor bevoegdheden die een rechtstreekse impact hebben op de loopbaan van kunstenaars (bijvoorbeeld kunstwerkattest, een lokaal stimuleringsbeleid voor kunstenaars).
- Instroom in het veld wordt bevorderd. Jonge organisaties die hun werking willen professionaliseren en duurzaam willen uitbouwen kunnen vandaag, in aanloop naar een structurele ronde, projectsubsidies aanvragen voor een jaarwerking. De beoordeling en toekenning van die projectsubsidies is echter grillig. Sommige initiatieven hebben nood aan een grotere continuïteit, zodat ze hun werking voldoende kunnen professionaliseren en nadien mogelijk instromen in de werkingssubsidies. Via projectsubsidies zullen nu middelen voorzien worden die heel specifiek bedoeld zijn voor het verder professionaliseren van jonge organisaties. Om de uitstroom van werkingen uit de werkingssubsidies in goede banen te leiden, wordt nieuw beleid ontwikkeld.
- Oververhitting wordt aangepakt door de samenhang in het creatieproces explicieter in beeld te brengen, te ondersteunen en een langetermijnvisie op creatie en presentatie te articuleren. Tegelijkertijd wil de regering inzetten op een betere spreiding door uitwisseling en kennisdeling tussen het lokale niveau en het Vlaamse niveau te stimuleren en hiervoor een nieuwe beleidsvisie voor de subsidies voor grootschalige projecten binnen het Bovenlokaal Cultuurdecreet te ontwikkelen.
- Aan beoordelingscommissies wordt speciale aandacht gevraagd voor festivals en festivalgerichte formules (multidisciplinair en cross-sectoraal) als laboratoria voor dynamiek en vernieuwing. Opvallend is de aandacht voor muziekclubs, die minister Gennez - rekening houdend met de juiste geografische spreiding - wil laten uitgroeien tot ‘Huizen van de Muziek’ waarbij talentontwikkeling, repetitie, creatie, coaching op maat, opname/captatie en presentatie één samenhangend traject vormen. Huizen van de Muziek worden idealiter ook plekken waar de ondersteunende profielen door ontwikkelen in samenwerking met opleidingspartners en VI.BE. Zo kan in de praktijk de koppeling van muzikanten met managers, bookers, tourmanagers, technici, muzikanten, producers, PA/licht, visuals, marketing, enz. gemaakt worden. De nota vermeldt ook “onderzoek naar een stimuleringsregeling voor de muzieksector”. De nieuwe stimuleringsregeling moet de Vlaamse muzieksector versterken en de investeringen in muziekproducties aanmoedigen.
Aandachtspunten voor werkings- en projectsubsidies
In de visienota formuleert de minister belangrijke aandachtspunten voor de beoordeling van aanvragen voor werkings- en projectsubsidies binnen het Cultureelerfgoeddecreet en het Kunstendecreet. Deze richtlijnen dienen als kader bij het beoordelen van de decretale criteria en houden rekening met de aard, schaalgrootte en eigenheid van de organisatie.
Voor alle soorten subsidies is bovendien een specifiek criterium opgenomen over de aansluiting bij de Strategische Visienota. Hiermee wordt nagegaan in hoeverre aanvragen inspelen op de prioriteiten en aandachtspunten die de minister voor de sector belangrijk vindt. Meer info daarover vind je hier.
Op 12 mei, van 14 tot 15u, organiseren VI.BE, Kunstenpunt, Cultuurloket en VAI ook een online infosessie. We leggen uit hoe je je tot deze Strategische Visienota kan verhouden, zoals in je aanvraag voor werkingssubsidies binnen het Kunstendecreet. Inschrijven kan via deze link.
De volledige nota “Strategische Visienota Kunsten en Cultureel Erfgoed in Vlaanderen (2026 - 2023). Uitdagingen en prioriteiten voor de kunst-en cultureelerfgoedsector in Vlaanderen” valt hier te lezen.
Reclame