VI.BE

Op audiëntie bij metalprofessor Didier Goossens
© lucinde wahlen

Op audiëntie bij metalprofessor Didier Goossens

Studenten aller landen maken zich klaar om zich over de boeken te buigen. Wie dat niet hoeft te doen, is Didier Goossens. Hij doet onderzoek aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam naar metalmuziek- en cultuur, en de rol ervan in de samenleving.

sven de potter

08.12.22

Features

Metal music studies is geen nieuwe studie. De eerste boeken rond het thema werden al gepubliceerd in de vroege jaren 1990, vlak nadat de muziekindustrie in een hevige revolutie belandde en luide gitaren door iedereen aan het hart gedrukt werden. Metal music studies vertrok vanuit een sociologische kijk op het genre, maar heeft zijn scope op dertig jaar tijd gevoelig uitgebreid.

Goossens zelf – master in de literatuur- en cultuurwetenschappen – schreef als docent en onderzoeker ondertussen al uitgebreid over glocalisering, lokaliteit en identiteit binnen de scene. En, hij is uiteraard ook een groot liefhebber en kenner van het genre. 

Hij staat in de wereld bekend als de metalprofessor, al is dat uiteraard een koosnaam, want een echte Professor in de metalwetenschappen is er vooralsnog niet – of het moet zijn dat we het hebben over metallurgie, maar dat is nu niet aan de orde. “Ik kreeg die bijnaam van mijn vader”, zegt Didier Goossens. “Na een passage bij De Zwaarste Lijst bij Studio Brussel opperde hij dat ik me dan maar metalprofessor moest noemen. En dat is blijven hangen.”

Toen ik over het eerst over je werk en onderzoek las, was ik eerlijk gezegd verbaasd. Ik wist niet dat het metalgenre zo geliefd was bij academici.

“Jazeker. Ik ben altijd al gefascineerd geweest door het genre en vooral door de wisselwerking tussen metal en cultuur, en hoe beide een impact hebben op elkaar. Metal is zoals talloze andere genres een uiting van cultuur, verbonden aan maatschappelijke veranderingen, zoals de evolutie van genderrollen, discriminatie en toenemende politieke polarisatie, wat je bijvoorbeeld hoort in de onderbuik van extreemrechtse metal. En dat gebeurt wereldwijd en is heel divers. Omdat het muziek is, biedt metal, net zoals andere genres, een platform voor emoties.”  

Ik ben altijd al gefascineerd geweest door het genre en vooral door de wisselwerking tussen metal en cultuur, en hoe beide een impact hebben op elkaar.

didier goossens

Wat me meteen terugvoert naar begin jaren 1990, toen ik als student Germaanse talen tijdens een examen een verhandeling moest schrijven met als titel ‘Death metal: beter maar meteen verbieden’. Het werd een emotioneel betoog waarin ik vooral mijn verontwaardiging uitsprak. Resultaat: gebuisd wegens té emotionele argumentatie. 30 jaar later heeft metal zich vertakt in tientallen subgenres.  

“Sinds de jaren 1990 is er een wildgroei aan – vooral – extremere genres. Metal heeft altijd al de grenzen opgezocht van het extreme. In de jaren 1990 was het inderdaad zo dat death metal een ongelooflijke hausse kende, vooral in de VS en Nederland, met bands als Napalm Death, Asphyx, Autopsy, Pestilence en Morbid Angel; die laatste vond zelfs onderdak op een sublabel van Sony.”

“Toen death metal uit de obscuriteit kwam en meer en meer succes kreeg, kreeg je meteen een tegenreactie van die-hardfans die zich bekeerden tot een nog donkerder variant, zoals je vindt in de Noorse en Zweedse scenes, met groepen als Mayhem, Darkthrone, Bathory, noem maar op. En zo vertakte metal zich steeds meer en zocht het na verloop van tijd ook crossovers met andere genres.”

“De ene zwoer bij oude metal, de andere vond dat het genre te veel vastgeroest raakte. Het leidde tot kruisbestuivingen met bijvoorbeeld rap, waaruit het hele nu metalscene ontstond: Limp Bizkit, Korn, Linkin Park. Die bands gaven er meteen ook een heel commerciële insteek aan. Daar moesten de puristen dan weer niets van hebben.”

Metal heeft altijd al de grenzen van het extreme opgezocht.

didier goossens

Terwijl het genre hier in het westen bloeide in de schoot van de Engelse en Amerikaanse bands, begon in de jaren 1980 en 1990 ook elders in de wereld het een en ander te bewegen. Pantera was bijvoorbeeld de eerste metalband die in de voormalige Sovjetunie speelde, op Monsters of Rock, in 1991.

“Ja, metal werd in de jaren 1990 immens groot, en dat heeft verschillende oorzaken. De val van het Ijzeren Gordijn is er een van. Lang daarvoor was het genre overigens al aanwezig in Rusland, maar moest het letterlijk ondergronds blijven door censuur. Een collega van me, Dawn Hazle, heeft al heel wat onderzoek verricht naar die periode.”

“Een tweede grote factor in de ontvoogding van het genre, is media-aandacht via muziekprogramma’s als Headbanger’s Ball op MTV, en tot slot uiteraard de opkomst van het internet, het web 2.0.. Metal was vanaf het begin geglobaliseerd door tape trading, maar door het internet raakten bands en fans in Europa, Noord- en Zuid-Amerika, Zuidoost-Azië, Oceanië veel sneller met elkaar geconnecteerd. Vanaf dan sprak men ook meer en meer van een wereldwijde community.”

“Ook vandaag is het internet een zegen voor metalgemeenschappen- en onderzoekers als mezelf. Als ik in contact wil komen met deze of gene band, gaat dat vaak eerst via Facebook, en niet via mail. Ik heb hier trouwens een boek staan van socioloog Keith Kahn-Harris uit 2007 – Extreme Metal: Music and Culture on the Edge – waar het potentieel van internet besproken wordt, en dat is nog steeds heel erg relevant, omdat alles wat erin vermeld staat zowat is uitgekomen. Dat boek staat nog als een huis.”

didier goossens © lucinde wahlen

didier goossens © lucinde wahlen

Er wordt wel eens beweerd dat metal heel democratisch is: het is de grote sociale gelijkmaker. Wie naar een metaloptreden gaat, belandt in een heel verscheiden publiek. Dokters, arbeiders, cultuurliefhebbers, iedereen houdt van metal.

“Dat klopt maar ten dele, want ook bij metal bestaan een hele hoop ongeschreven regels en wetten. Over hoe je je bijvoorbeeld gedraagt in een moshpit, wanneer je je ‘horns’ gebruikt ... Het is een soort van niet-geformaliseerde codex die elke metalfan zou moeten respecteren. Het hangt er ook vanaf met wie je praat.”

“Online staat bijvoorbeeld op heel veel plekken beschreven wat kan en niet. Het stelligste voorbeeld vind je bij de gigantische online Encyclopaedia Metallum, waar je alle metalbands van over heel de wereld vindt, met een heel uitgebreid FAQ-hoofdstuk. Een fantastische bron voor onderzoekers als je iets te weten wil komen over een band – ontstaan, lyrics, leden etc. –, maar het probleem ermee is dat de site gerund wordt door een viertal webmasters die er een heel strakke regelgeving op nahouden, wat betreft ‘dit is metal en dit niet’.”

“Alles wat bijvoorbeeld onder de noemer nu metal valt – bands zoals Slipknot, Linkin Park en consorten – krijgt er geen lemma, omdat de webmasters het geen metal vinden. En dat is toch frappant. Het toont aan dat het toch niet allemaal zo vrij is, en dat er toch een soort van onofficiële blauwdruk bestaat van hoe metal er moet uitzien.”

“Aan het begin van de coronapandemie stuurde het gitaarmerk Fender een bericht de wereld in waar ze vertelden dat de meeste gitaren die ze verkochten naar vrouwen gingen, en de algemene reactie was: “huh, spelen vrouwen gitaar?” In de metalwereld is dat altijd al heel hard in een hoekje gedrongen.”

“Het feit dat er nog zo vaak sprake is van female fronted metal als een apart genre, zet een enorm verscheiden groep artiesten in één hokje. Het toont aan dat de meest bekende feiten over metal drijven op een gemeenschappelijke consensus: ‘dit is hoe het is’, maar dat rijmt al lang niet meer met hoe de realiteit vandaag is.”

Bij metal bestaan een hele hoop ongeschreven regels en wetten over hoe je je bijvoorbeeld gedraagt in een moshpit, wanneer je je ‘horns’ gebruikt ...

didier goossens

De perceptie en wat er echt achter het behang schuilt

“Ze zien er allemaal ruig uit, maar het zijn allemaal lieve mensen. Het is een van de grootste clichés over metal”, aldus Goossens. “En het zou geen cliché zijn, mocht er geen grond van waarheid in zitten. Op de allereerste onderzoeksconferentie over metal die ik ooit bijwoonde, sprak er iemand die ab-so-luut geen typisch ‘metal-uiterlijk’ had. Dat ging compleet in tegen mijn verwachtingen van hoe een metalonderzoeker eruit moest zien, maar die persoon was er wel in geslaagd om met super-underground black metal bands op te trekken, gewoon omdat die ook zelf muziek speelde en zich openstelde voor de ervaring.”

“Je weet dus nooit precies wie er achter het decorum schuilt. Een tiental jaren geleden was er een onderzoek naar de achtergrond van de fans die naar Hellfest kwamen, het Franse broertje van Graspop. 3% van de bezoekers had er een PhD, een hoger diploma dus. Het hele blue-collarverleden van metal (het ontstaan van bands als Black Sabbath wordt gesitueerd in en rond Birmingham in de jaren 1970-80, een donkere stad met een grote metaalindustrie, nvdr.) bestaat nog wel, maar ondertussen is er veel meer aan de hand.”

“Kijk naar landen als Iran en Saoedi-Arabië, daar leeft metal evengoed, maar veel meer underground. Het livegebeuren vindt er niet plaats in kraakpanden, maar op privéfeestjes. Het is het tegenovergestelde van hoe metal bij ons beleefd werd en wordt.”

Ze zien er allemaal ruig uit, maar het zijn allemaal lieve mensen. Het is een van de grootste clichés over metal.

didier goossens

“De authenticiteit van een metalshow hangt in de Europese perceptie vaak af van het feit of je die zelf organiseert, zelf flyers drukt, gaat uitdelen … Hier hangt de organisatie soms met haken en ogen aan elkaar en dat geeft charme én meerwaarde, terwijl het in landen waar metal bijna illegaal is of een slechte naam heeft, heel secuur wordt aangepakt. Daar is het vooral een kwestie van juridische gevolgen of zelfs een doodstraf te vermijden.”

“En je hebt in landen waar metal illegaal is of aanschurkt tegen de illegaliteit net geld nodig om in het geniep een concert te organiseren. De stereotypes die hier vandaag over metal bestaan, zijn dus geënt op een lange westerse traditie, maar rijmen niet meer met hoe het genre zich in de rest van de wereld heeft ontwikkeld.”

“Het is alleszins een van de redenen waarom ik mezelf in de media wil profileren: ik wil een genuanceerder beeld schetsen van hoe metal beleefd wordt, wereldwijd. Het is al lang niet meer dat duistere genre waar jongeren in het geheim naar luisterden. De clichés moeten dringend ontkracht worden. Ons referentiekader van metal is extreem beperkt.”

Het is alleszins een van de redenen waarom ik mezelf in de media wil profileren: ik wil een genuanceerder beeld schetsen van hoe metal beleefd wordt, wereldwijd.

didier goossens

Metal is overal. Eindelijk! Overal ter wereld waar gelijkgestemde mensen elkaar ontmoeten, ontstaan scenes. Dat is bij metal niet anders. Heb jij een idee waar in de wereld zich vandaag nieuwe en interessante metalscenes ontwikkelen?

“Als we praten over een scene met de bril van een onderzoeker, dan spreken we niet enkel van een muzikale eenvormigheid, maar hebben we het ook over plekken waar gelijkgestemden elkaar ontmoeten, hetzij online, hetzij in de fysieke wereld. Facebook, Instagram, Graspop, zaalshows … Online gebeurt veel, maar je moet voor het ontstaan van een scene vandaag ook kijken naar de politieke en economische situatie van het land of de regio waar de scene geboren wordt. Een scene ontstaat heel erg contextgebonden.”

“Een eerste voorwaarde is het hebben van een instrument, maar hebben de mensen die muziek willen maken, wel de centen om hun eigen instrumenten te kopen? In bepaalde Afrikaanse landen is dat bijvoorbeeld niet vanzelfsprekend, omdat de koopkracht er laag ligt.”

“Persoonlijk zie ik vandaag heel interessante ontwikkelingen in Aotearoa/Nieuw-Zeeland, waar bands metal vermengen met inheemse talen zoals het te reo en Gagana Sāmoa (inheemse talen van de Māori en Samoa respectievelijk, red.). In hun lyrics kaarten bands het koloniaal verleden aan. Eenzelfde tendens zie je in Latijns-Amerika, waar bands ontstaan die zich bedienen van heel activistische lyrics, en in steden in de VS, waar bands als Zeal & Ardor bijvoorbeeld politiegeweld aan de kaak stellen. De zanger van Zeal & Ardor is zwart en was verafschuwd door de moord op George Floyd. Voor hem was dat de trigger om zelf heel activistische muziek te beginnen maken.”

“Persoonlijk vind ik dat zelf de meest interessante ontwikkeling: het activisme, het vertellen van een relevant verhaal en het op de korrel nemen van de fucked-up-shit in de wereld. Ik ben absoluut niet te vinden voor metalbands die zomaar ‘fuck this’ en ‘fuck that’ lopen te roepen. Een band als Five Finger Death Punch gaat bijvoorbeeld volledig aan mij voorbij.”

“Een groot deel van mijn onderzoek bestaat daarom uit samenwerking met groepen zoals Alien Weaponry, Shepherds Reign en Pull Down The Sun uit Aotearoa/Nieuw-Zeeland. Tijdens informele interviews hebben we veel gepraat hoe hun inheemse- en metalidentiteiten overlappen, clashen en elkaar versterken. Die informaliteit bracht een gevoel van veiligheid en verbondenheid – we zijn allemaal metalfans in de eerste plaats – om die thema’s uitvoerig te bespreken.”

Ik ben absoluut niet te vinden voor metalbands die zomaar ‘fuck this’ en ‘fuck that’ lopen te roepen.

didier goossens

Is het juist te stellen dat in hoe de nieuwe metalscenes vandaag ontstaan, veel echo’s zitten van hoe het ooit met hardcore punk was? Activistisch, geëngageerd … 
 
“Jazeker. Je vindt vandaag veel metalbands met een verleden in de hardcore punk, vaak met leden die heel belezen en/of activistisch zijn, of zelf academici. De zanger van de Nederlandse groep Terzij De Horde is bijvoorbeeld een professor Duurzame Ontwikkeling. In hun liner notes geven ze mee welke auteurs gezorgd hebben voor inspiratie, zoals Achille Mbembe, Arturo Escobar en Michel Foucault.”

“Tussen metal, hardcore en punk zijn historisch gezien veel overlappingen. Kijk naar bands als Heaven Shall Burn, Congress, Misery Index of zelfs IDLES: stuk voor stuk bands met uitgesproken politieke lyrics. Ook bij hiphop en metal vind je mooie raakvlakken. In het onderzoek naar metal als sociaal-cultureel fenomeen vind je ook heel veel verwijzingen naar het onderzoek naar hiphop, wat zich op een gelijkaardige manier ontwikkelde. Je vindt er gelijklopende maatschappelijke thema’s, een soortgelijke impliciete organisatie, een verwante opbouw van scenes.”
 
We moeten het uiteraard ook even hebben over de Belgische metal. De pioniers van Ostrogoth zullen blij zijn dat wat zij ooit zaaiden vandaag nog ruim weerklank vindt.
 
“Haha, jazeker: Belgische metal boomt. Kijk maar naar de scene in Mechelen, met Psychonaut, Pothamus, HIPPOTRAKTOR en L’itch. Daarbuiten kan je niet om groepen heen als Cobra The Impaler, Doodseskader, STAKE, Lalma… en talloze andere. Het gaat steeds om een aantal groepen die het voortouw nemen en andere mee op sleeptouw nemen. En er is een grote loyauteit voor de roots.”

“Kijk naar Brutus en Amenra; het zijn twee bands die doorheen hun spectaculaire groei, een hechte band hebben behouden met de plekken waar ze groot werden. Brutus speelt ook vandaag nog in kleine zalen, omdat ze dat graag doen. Hun tweede plaat releasten ze bijvoorbeeld in een skateshop in Leuven. Dat is heel eigen aan de scene en het typeert heel wat Belgische bands. De Belgische scene is nog erg aan het groeien en wordt toonaangevend in Europa. Als onderzoeker vind ik dat een mooie evolutie.”

didier goossens © lucinde wahlen

didier goossens © lucinde wahlen

We kunnen er niet omheen: Metallica. Voor de ene dé beste metalband aller tijden, voor de ander zo passé als Rubik’s Cube.
 
“Als onderzoeker is het een interessante band, zeker omdat Metallica ook door de scene soms met een zeker argwaan bekeken wordt. Ze hebben uiteraard hun erfenis, maar op een bepaald moment bereikt een band zo’n status dat ze heel veraf staan van waar ze ooit begonnen.”

“En dan krijgen ze te maken met diezelfde onofficiële regels die hen afrekenen op hoe ze zich vandaag gedragen. In de ongeschreven metalcodex staat dat je als metalband je centen wél mag aanwenden om te touren in een chique tourbus, maar als je je geld spendeert aan zaken die niets met metal te maken hebben, dan krijg je toch meewarige blikken.”

Tja, als Lars Ulrich door zijn huis stapt en aangeeft dat hij zijn hele verzameling schilderijen wil laten veilen, dan staat dat voor een modale metalliefhebber wellicht heel ver van hun bed.
 
“Ja, maar ook Rode Duivel Thomas Meunier is een verwoed kunstverzamelaar. Daar kraait geen haan naar. Dus waarom zouden we Lars Ulrich wel verdoemen, en niet Meunier? Je moet de perceptie van een band als Metallica plaatsen in een tijdskader.”

“Kijk bijvoorbeeld naar de ophefmakende docufilm die ze lieten maken, Some Kind of Monster. Je kreeg het beeld van een band die een superstatus had bereikt en daar heel open over wilde communiceren. Ze gaven een inkijk in een dynamiek van een band waarvan de leden – zeker Ulrich, Hetfield en Hammett – elkaar al decennia kennen, en vertelden openlijk over hoe succes hun leven veranderde. Neem het hen eens kwalijk.”

“Maar hoe ze zich gedragen en waar ze hun centen aan uitgeven, gaat eigenlijk in tegen de ongeschreven wetten van de scene, die ze nota bene mee hebben vormgegeven. Dat is toch ook een beetje een mindfuck. Van het initiële uitgangspunt dat ze hadden als jonge, aspirerende band ‘get in the van, play, break even and go on’- blijft na een tijdje niets meer over.”

“Maar dat is iets wat fans vrijwel nooit te zien krijgen, dat harde labeur, dat lange wachten, de belachelijke speelplekken, het ondermaatse eten … Het beeld dat een fan heeft van een band, wordt grotendeels gevormd door de successen van de band, de optredens –  niet door wat zich achter de schermen afspeelt.”

Maar hoe ze [Metallica] zich gedragen en waar ze hun centen aan uitgeven, gaat eigenlijk in tegen de ongeschreven wetten van de scene, die ze nota bene mee hebben vormgegeven. Dat is toch ook een beetje een mindfuck.

didier goossens

Laten we wel wezen, Metallica heeft heel veel betekend voor het genre.
 
“De eerste vijf albums zijn baanbrekend, met elke nieuwe release. Tot vandaag is de band nog steeds een toonbeeld van hoe alle soorten en stijlen steeds weer terugkomen. Kijk bijvoorbeeld naar een reeks als Stranger Things, waar ‘Master of Puppets’ passeert, een song uit 1986. Heel wat jonge mensen hadden wellicht nog nooit van Metallica gehoord toen ze dat hoorden passeren. Het heeft heel wat nieuwe fans opgeleverd, waar de oude garde dan weer op reageerde met ‘jullie zijn geen echte fans’. Er ontstond commotie op fora en tussen fans, waarop de band zelf een statement maakte door iedereen te vragen om ‘even te dimmen’.”

“Iedereen heeft het recht om de muziek te beleven zoals die dat wil. Als onderzoeker is dat een heel interessant gegeven. Er bestaan studies over hoe fans emotioneel reageren op de evolutie van een band. Binnen metal music studies is er een heel grote tak die zich toelegt op de psychologie achter het genre. De emotionele waarde van Metallica, en andere bands bij uitbreiding, is daarin een mooie casestudy.”

Iedereen heeft het recht om de muziek te beleven zoals die dat wil. Als onderzoeker is dat een heel interessant gegeven.

didier goossens

Vandaag is de muziekindustrie nog grotendeels een mannenbastion. Kijk je naar (grote) festivals dan bestaat de line-up hoofdzakelijk uit mannen. Een aantal festivals proberen dat consequent te counteren door tenminste de helft van de slots te voorzien voor vrouwelijke artiesten. Hoe zit dat eigenlijk bij metal, een genre waar anno 2022 ook nog steeds mannelijke bands de plak zwaaien? 

Het aantal vrouwen dat actief musiceert was in een publicatie van 2018 maar 3%. Van alle muzikanten die er te vinden zijn op Encyclopaedia Metallum. Dat is extreem weinig, maar dat zegt weinig over de vrouwen en meisjes die thuis bezig zijn met muziek te maken.”

“Het aantal zal dus nog hard stijgen, en dat hangt samen met maatschappelijke ontwikkelingen. Denk maar aan de geboomde verkoop van Fender tijdens COVID, de protesten in Iran, documentaires over groepen als Slave to Sirens uit Libanon… Mensen zijn boos, boosheid voedt creativiteit, en dat stemt mij op een bepaalde manier hoopvol.”

“Maar toch is er zeker in West-Europa nog veel te weinig representatie voor vrouwen in de scene. Om uiteenlopende redenen, maar één ervan is dat de metalscene zelf gesticht is door mannen, waardoor de scene erg patriarchaal is, ook in gedrag. Vrouwen worden veel te weinig geboekt op festivals, worden achter de schermen alleen beschouwd als zangeres of zelfs afgedaan als groupie... En tijdens shows is er vaak nog heel weinig respect voor vrouwelijke fans, getuige de enorme hoeveelheid verhalen over catcalling en aanrandingen.”

“Ik ken mensen die niet willen crowdsurfen uit vrees voor grijpgrage handen. Maar er is verandering op til, en dat is geen moment te laat. #MeToo heeft bijvoorbeeld ook in de metalindustrie een enorme impact gemaakt: wangedrag van artiesten, bezoekers, medewerkers… wordt steeds actiever opgevolgd, aangekaart en bestraft, bijvoorbeeld door safer spaces-initiatieven op festivals en in concertzalen. Ook in muziek hoor je het, zoals de frontvrouw van GGGOLDDD: op hun laatste plaat stelt zij haar verkrachting door een partner, en de mentale en fysieke gevolgen daarvan, expliciet aan de kaak.”  

“Ik kijk ook enorm op naar onderzoekers als Rosemary Lucy Hill, Jasmine Shadrack, Joan Jocson-Singh en Julie Turley. Die laatste twee gaan bijvoorbeeld actief in gesprek met moeders in rock- en metalscenes, omdat die groep al te vaak vergeten wordt, hoewel metal ook in hun levenslopen een grote rol speelt. Ik wil dan ook oproepen om zeker te luisteren naar vrouwen, en bij uitbreiding alle mensen die zich niet gerepresenteerd voelen in de scene: hun verhalen zijn minstens even belangrijk als we metal uit het verdomhoekje willen halen. Het mag niet alleen over de meerderheid gaan.”

Ik wil dan ook oproepen om zeker te luisteren naar vrouwen, en bij uitbreiding alle mensen die zich niet gerepresenteerd voelen in de scene: hun verhalen zijn minstens even belangrijk als we metal uit het verdomhoekje willen halen.

didier goossens