VI.BE

Mijmering — Experiment

Ramses Van den Eede (Hypochristmutreefuzz, Teen Creeps) pent maandelijks een mijmering neer.

ramses van den eede

13.07.20

Features
© remco van gestel

© remco van gestel

21u45, ik neem de lift van de zevende verdieping naar beneden om op de zeedijk van Oostende naar het laatste licht van de dag te kijken. Ik staar me blind in de ondergaande zon. Af en toe sluit ik mijn ogen en dan danst het op mijn netvlies gebrande bolletje verder in mijn hoofd. Ik denk aan Spilliaert en Ensor, beide uit Oostende afkomstig en op hun eigen eigenwijze manier gefascineerd door licht.

Terwijl ik daar sta, leunend tegen de inkomhal, mijmer ik over onbelangrijke politiekers uit een verleden tijd, die Ensor niet vonden passen binnen een Vlaamse canon omdat hij niet schilderde zoals bijvoorbeeld Van Eyck. Zo een politieker die 100 jaar na datum de geschiedenis in tegenstelling tot de kunstenaar niet heeft gehaald. Zo een man die gewoon niet wist wat hij had aan een paar kleurvlakken die de zee moesten voorstellen, snap je? Die was niet met de lift van de zevende verdieping een kwartier voor zonsondergang naar beneden gekomen om dat schouwspel te bewonderen. Die had zich omgekeerd met een lift in een kantoor in Brussel gewerkt om daar al dan niet gefrustreerd onmogelijke cijfers te doen kloppen. Vergeefs uiteraard, en altijd de schuld voor zijn onkunde afschuiven op de persoon die hem voorafging.

Ik heb lang getwijfeld om er iets over te schrijven omdat het thema mij te simpel en vanzelfsprekend leek. Maar kijk, ja, ik wil toch graag eens een lans breken voor het experiment. Simpel.

In elke kunstvorm, op elk niveau en in elke graad van underground tot mainstream kan een vorm van experiment zitten.

ramses van den eede

Voor mij hoeft een experiment niet per se te slagen. Als het op voorhand zou moeten slagen dan was het in de regel geen experiment. Mijn fascinatie voor het experiment komt dan ook uit het feit dat het een experiment is. Nu denk je misschien aan iets banaals, een scheet in een fles, dat verkopen als “experiment” en daarbovenop subsidies aanvragen. In elke kunstvorm, op elk niveau en in elke graad van underground tot mainstream kan een vorm van experiment zitten, dus ik heb het echt niet over een scheet in een fles. Daarnaast zou ik graag de mensen die spontaan aan een scheet in een fles hadden gedacht graag uitnodigen om dat misschien ook eens te doen. Je kan er rijk van worden.

Tot daar de pipi kaka. Er is een interessante spanning tussen wat er in de underground gebeurt en in de mainstream (en heel die grote grijze zone daartussen). Beide zijn van gelijkwaardig belang om iets te doen bewegen in onze geschiedenis. Ergens worden er dingen uitgeprobeerd. Die worden dan in een minder radicale vorm overgenomen, gecommercialiseerd, en voor je het weet is er weer een decennium gepasseerd en begrijpen we wat we collectief hebben verwezenlijkt.
Marginaliseer één van die twee uitersten en je stevent af richting culturele verarming. Ik voel me genoodzaakt om iets te schrijven over het experiment omdat ik voel dat dat uit balans begint te geraken. En dat is niet enkel te wijten aan het rechts politiek milieu waarin we leven. We zijn collectief verantwoordelijk. Een programmator die geen risico’s durft te nemen, een booker die zich nog vóór een nieuwe release al indekt door uit te leggen dat het niet makkelijk te verkopen zal worden. Dat blindstaren op ticketverkoop. Ticketverkoop als waardemeter. Een producer die een twintigjarige overtuigt om toch maar naar hem of haar te luisteren omdat die het allemaal al heeft meegemaakt en dus weet hoe een goed nummer in elkaar zit. Al die dingen fnuiken de experimenteerdrang bij een anders zo radicale jeugd. Moeten we de jeugd in zijn radicaliteit niet vertrouwen? Zelfs al lijken sommige dertigers en veertigers daar tegenwoordig anders over te denken, iedereen is 20 geweest.

Hoe minder geld er is, hoe meer we grijpen naar makkelijke, begrijpbare, risicoloze kunst zodat we kunnen verkopen en onze boekhouding op het einde overeind blijft. Zeker nu, nu is er nóg minder, door zowel de laatste culturele besparingen als door de financiële uppercut die zo een pandemie aan de sector uitdeelt (over het verdwijnen van CD-verkoop en het onderbetalen van streamingsdiensten maar gezwegen). Waar vroeger die subsidiepot diende om die kleinere, meer experimentele groepen hun ding te laten onderzoeken, zit nu iedereen uit het underground/mainstream spectrum aan diezelfde koek te knabbelen. Je zou nu maar een jonge Ensor moeten zijn met een visie. Zou hij denken: “Toch maar eens zoals Van Eyck leren schilderen?”.

Mijmering — Over de lelijkheid