VI.BE

“Hoe een crisis ons leert te improviseren: pure jazz!”
wim wabbes © kaat somers

“Hoe een crisis ons leert te improviseren: pure jazz!”

Wim Wabbes kennen we als artistiek directeur van de Handelsbeurs, maar is sinds kort ook de voorzitter van één van de grootste Europese muzieknetwerken. Hoog tijd voor een babbel met de kersverse president over concerten in coronatijden, de bloeiende Gentse jazzscene en – natuurlijk – ook over het Europe Jazz Network.

sven de potter

15.10.20

Features

Iedereen heeft het gehad met COVID-19. De vraag is: hoe lang gaat het nog duren voor corona zijn biezen pakt en we weer naar de normaliteit van de dag kunnen?
Gelukkig beschikken we over nogal wat organisatietalent en flexibiliteit. In alle geledingen van de maatschappij tonen mensen dat ze steeds weer een manier vinden om hun business te laten draaien. Op een lager pitje, weliswaar, maar ook aan een laag toerental bereik je wel je bestemming.

Zeker in de muzieksector – en de cultuursector – zie je al sinds het begin van de coronacrisis hoe pientere programmatoren en muziekminnende organisatoren een mouw passen aan hun volledig in de war gestuurde concertwerking.

“In België mogen we ons gelukkig prijzen dat er alweer een concertwerking is,” zegt Wim Wabbes, artistiek directeur van de Handelsbeurs (Gent) en sinds deze maand ook voorzitter van het Europe Jazz Network, “In Ierland of Engeland zijn ze daar nog lang niet, en in Nederland is het toeschouwersaantal opnieuw beperkt tot 30 personen. Dat is erg moeilijk werkbaar.”

Ondanks de stijgende cijfers blijft de cultuur- en muzieksector alsnog gevrijwaard van strengere maatregelen. Een teken dat de sectoren het goed doen wat betreft het installeren en opvolgen van maatregelen.
Wim: “Jazeker. We hebben er lang voor geijverd om onze concertwerking opnieuw te kunnen opstarten. Vanzelfsprekend was dat niet, maar we roeien met de riemen die we krijgen. Ik denk dat de koelbloedigheid van het huidige beleid ervoor zorgt dat we kunnen blijven doorwerken. Voor de Handelsbeurs kunnen we nu per concert 240 bezoekers ontvangen. Dat is een heel werkbaar gegeven, zeker omdat artiesten ook twee keer na elkaar kunnen optreden, telkens voor een ander publiek.”

“Vreemd hoe eenzelfde virus in verschillende Europese landen andere maatregelen uitlokt.”

“Een groot verschil met wat elders in Europa gebeurt. Vreemd toch, hoe eenzelfde virus in verschillende Europese landen andere maatregelen uitlokt. Je zou denken dat zoiets op Europees niveau geregeld zou worden, maar neen. Gelukkig zijn er mensen als Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, die een aantal gestroomlijnde codes heeft bedacht waardoor artiesten onder andere makkelijker door Europa kunnen reizen. Wij hebben binnenkort een band uit Slovenië te gast, en zij moeten een coronatest laten doen voor ze terug naar huis gaan, zodat ze – als de test negatief is – in hun eigen land niet in quarantaine moeten.”

wim wabbes © kaat somers

wim wabbes © kaat somers

Her en der zie je hoe organisatoren weer concerten beginnen te organiseren. Ik zag onlangs hoe in Nederland wel een gabberavond plaatsvond, maar waar elke bezoeker op een stoel moest zitten. Net bij dat genre moet je kunnen dansen ...
Wim: “Ja, de beleving is alleszins helemaal anders, maar ik hoop dat het publiek fysiek zal mogen blijven aanwezig zijn, en dat we niet terug moeten naar concertstreaming. Mocht het moeten, dan staan we er wel klaar voor, maar ik denk niet dat het publiek staat te springen om concerten opnieuw vanuit de luie zetel te volgen. Bij een liveconcert draait alles rond beleving, rond de energie tussen de band en het publiek. Ik zag onlangs een concert van een oude jazzmuzikant, Charles Lloyd, een man van 83 die ineens zijn optreden moest streamen, zonder publiek. Je zag de muzikanten na elk nummer wat verweesd naar elkaar staan kijken: waar blijft het applaus? En moeten we nu meteen beginnen aan het volgende liedje? Een concert is zoveel meer dan enkel gaan kijken naar een artiest, het is een heel ritueel, met een inleiding en een slot.”

“Een concert is zoveel meer dan enkel gaan kijken naar een artiest, het is een heel ritueel, met een inleiding en een slot.”

Als er een ding is wat duidelijk is geworden: als het moet, improviseren we wel. Waarmee we meteen een mooie brug hebben naar de jazz. Je bent onlangs voorzitter geworden van het Europe Jazz Network.
Wim: “EJN is een van de grotere Europese muzieknetwerken, met 164 leden uit 34 verschillende landen. Het is begin jaren 1990 ontstaan in Italië, toen al als een digitaal platform, wat in die tijd redelijk avant-gardistisch was. Het was een klein intranet van mensen die vanuit Italië tours willen organiseren, maar het is gaandeweg gegroeid tot de organisatie die het nu is. En erkend door de Europese Gemeenschap.”

“EJN is vandaag een belangrijk netwerk, met in de Raad van Bestuur leden uit onder andere Polen, IJsland, Ierland ... en ik ben sinds kort voorzitter, ja. Maar belangrijker dan dat is dat het netwerk een bundeling is van heel wat expertise inzake jazzmuziek, met een eigen manifesto. Het EJN zet bijvoorbeeld heel hard in op duurzaamheid, op vergroening van de sector, op sociale inclusie, samenwerkingen tussen artiesten van verschillende pluimage en etniciteit ... Er ligt binnen het EJN een heel grote focus op het verbindende karakter van jazzmuziek of van muziek in het algemeen. Ik merk dat ook dagelijks: mensen zijn op zoek naar verbinding, maar de huidige toestand laat dat niet toe. Als muziek daar een rol in kan spelen, kan ik dat allemaal maar stimuleren.”
 
Toeval of niet, maar bij VI.BE verschijnt binnenkort ook een publicatie over hoe muziek de maatschappij met elkaar kan verbinden, over verschillende sectoren en domeinen heen. Logisch ook wel, want wie een optreden bijwoont, voelt zich deel uitmaken van een moment en kan er verschillende emoties delen. 
Wim: “Zeker. Het is opmerkelijk hoezeer mensen nood hebben aan die gedeelde beleving, zelfs al is er een onzichtbaar virus dat alles quasi op slot zet. Mensen zijn bereid om een berekend risico te nemen en toch naar concerten af te zakken. Dat komt natuurlijk ook omdat organisatoren er alles aan doen om een concert veilig en verantwoord te laten verlopen. Ik vind die gretigheid wel mooi. Als ik zie wat er in de Handelsbeurs gebeurt, kan ik alleen maar glimlachen: sinds midden september kunnen we er weer concerten organiseren. Het is soms improviseren, maar laat dat nu net een van de fundamenten van jazz zijn. (lacht) Vrijwel alle bands die de revue gepasseerd zijn, hebben een staande ovatie gekregen. Dat zegt toch iets. Mensen kunnen niet juichen of joelen, maar laten hun appreciatie wel merken. En de energie die dan ontstaat, dat valt met geen woorden te beschrijven.”

“Ik heb enkel maar bewondering voor de weerbaarheid en de inventiviteit die muzikanten aan de dag leggen.”

“Het spreekt voor zich dat je je bezoekers vooraf wel diets moet maken hoe de avond zal verlopen. Regels aankondigen, vertellen wat kan en wat niet kan. En dat verloopt allemaal goed. Stilaan gaan we naar een werking die anders is dan wat we normaal gezien doen, maar die muzikanten wel opnieuw een hart onder de riem steekt. AKA Moon heeft bijvoorbeeld twee keer na elkaar kunnen spelen, Jef Neve drie keer. Muzikanten willen op een podium staan. Ik heb enkel maar bewondering voor de weerbaarheid en de inventiviteit die ze aan de dag leggen.”

Fingers crossed, en hopen dat er – met steeds meer coronagevallen – geen verstrenging komt van de maatregelen en de cultuursector weer op slot gaat. Het is misschien eens tijd om de luchtvaart of de overvolle treinen aan te pakken.
Wim: “Ja, je hoort die kritiek wel vaker. Waarom wij wel en zij niet? Waarom dat verschil? Is het omdat je na concerten langer blijf napraten? Ik zou het niet weten. Op treinen wordt er alleszins niet zo nauw gekeken op afstand houden. Maar, belangrijker dan elkaar met de vinger te wijzen, is dat we over sectoren heen met elkaar moeten blijven praten. Want enkel zo kunnen we deze crisis het hoofd bieden. Ik zie dat er zowel lokaal als nationaal mooie dingen plaatsvinden, dat er initiatieven ontstaan, en dat muzikanten wel aan de bak komen. In een land als Nederland is dat nog helemaal niet aan de orde. Stel dat we bij de Handelsbeurs ook ons café moeten sluiten, omdat het de onveiligheid in de hand zou werken, dan moeten we dat doen. Wat voor mij het belangrijkste is, is dat het zaalgebeuren kan blijven doorgaan. Vooral ter wille van de artiesten, want voor hen hangt er enorm veel van af, zeker op financieel vlak.

wim wabbes © kaat somers

wim wabbes © kaat somers

De Handelsbeurs ligt in hartje Gent, een  stad met een boeiende jazzscene, met verschillende actoren. Ik denk aan Gent Jazz, Citadelic, Jazz in ’t Park ...
Wim: “Ja, Gent is echt een heel bruisende muziekstad. Ik denk zelfs qua actie één van de – zoniet de – meest levendige in Europa. Ik hoorde onlangs een aantal Parijse muzikanten beweren dat er in Gent meer bougeert dan in Parijs, een stad met een inwonersaantal ter grootte van België. Dat leek me nogal sterk, maar het geeft wel te kennen hoe de muziekscene in Gent gepercipieerd wordt. Ik weet niet precies hoe dat komt, maar ik denk dat de kleinschaligheid van de stad en de hoeveelheid aan muzikanten daar wel voor iets tussen zit.”

“Leuk aan de jazzscene is bijvoorbeeld dat er nagenoeg geen concurrentie is en dat bands zich tot elkaar aangetrokken voelen. Meer nog, jazzmuzikanten beperken zich niet tot enkel jazz, maar duiken overal op. Kijk bijvoorbeeld naar Fulco Ottenvanger, die naast Stadt ook de honneurs waarneemt bij een band als BeraadGeslagen, De Beren Gieren en recent een pop-soloplaat uitbracht. Of naar Gilles Vandecaveye-Pinoy, die net zo goed gedijt bij Pieter-Jan De Smet als bij Steiger en Peenoise. Of de kerels van Moker, PAARD., ... er is een ongelooflijk inspirerende hybridisering, en iedereen heeft respect voor elkaar.”

“Ik zie vooral heel wat inspirerend gebeuren bij de generatie tussen de 25 en 35. Kijk naar Mattias De Craene bijvoorbeeld, die zowel solo als bij Nordmann prachtige dingen doet.”“Ik herinner me dat de gerenommeerde Noorse concertorganisator Jan Ole Otnæs zich na een Belgian Jazz Meeting uitsprak over de Gentse/Belgische jazzscene en die prees om haar creativiteit en originaliteit, die hij uitzonderlijk vond. Komende van één van dé meest intrigerende jazzlanden van Europa wil dat wel wat zeggen.”

“Ik herinner me dat de gerenommeerde Noorse concertorganisator Jan Ole Otnæs zich na een Belgian Jazz Meeting uitsprak over de Gentse/Belgische jazzscene en die prees om haar creativiteit en originaliteit, die hij uitzonderlijk vond.”

Voor je bij de Handelsbeurs aan de slag ging, was je lang programmator in de Gentse Vooruit, heden de Kolruit. Is er een groot verschil in werking? 
Wim: “Ik vind van wel. Bij Vooruit lag de nadruk dan wel op muziek, maar in combinatie met andere podiumkunsten. Bij de Handelsbeurs hoef ik me enkel bezig te houden met de muziekprogrammatie. Ik vind dat een zeer aangename en bevoorrechte positie, zeker omdat we dankzij de infrastructuur van het huis enorm veel verschillende genres kunnen programmeren. De Handelsbeurs laat zich net zo goed bespelen door een metalband als door een kamerensemble, met steeds weer een fenomenale akoestiek.”

“Het is een heel stimulerende omgeving om deze job uit te oefenen, ook omdat de Handelsbeursploeg erg gedreven is. Klein, ja, maar de neuzen staan allemaal in dezelfde richting. En zeker nu, met heel die coronacrisis, wordt duidelijk dat de plek nog meer troeven heeft dan we aanvankelijk dachten: tegenwoordig laten we ook families genieten van een concert en vragen we muzikanten om om 16uur op te treden. Ook dat is mooi.”

“Gelukkig schept corona ook opportuniteiten, want aangezien we enkel lokale bands aan een speelplek kunnen helpen, betekent dat ook dat we dieper moeten graven in het aanbod, en dat we meer parels ontdekken.”

Ik heb me laten vertellen dat je een lans wil breken voor meer vrouwen op het podium.
Wim: “Absoluut! Vrouwen zijn naar mijn gevoel nog te weinig zichtbaar op podia. Ik vind dat vaak een gemiste kans. Zeker in de jazz zijn er de laatste jaren heel wat vrouwen die het mooie weer maken, en ze verdienen allemaal een podium. Yannick Peeters, Lara Rosseel, Nabou Claerhout, Anneleen Boehme, Karen Willems,... Niet omdat het vrouwen zijn, maar omdat het steengoede muzikanten zijn die gehoord moeten worden, en gezien. Gelukkig blijkt ook hierin dat corona opportuniteiten schept, want aangezien we enkel lokale bands aan een speelplek kunnen helpen, betekent dat ook dat we dieper moeten graven in het aanbod, en dat we meer parels ontdekken. Een mooie evolutie.”

Wil je meer weten over het Europe Jazz Network? Check dan zeker de site