VI.BE

“Het publiek heeft een even groot aandeel in onze kunst als wijzelf”
ambroos de schepper © lore steveninck

“Het publiek heeft een even groot aandeel in onze kunst als wijzelf”

Ambroos De Schepper speelde doorheen de jaren al een indrukwekkend palmares bij elkaar bij een hoop bands die vrolijk de grenzen van jazz met andere genres slopen. Zopas verschenen er twee platen waarop hij zijn eclectische benadering van jazz etaleert: ‘Antenna’ van Kosmo Sound, en ‘Sub Surface’, de eerste release van zijn eigen collectief Bandler Ching.

dimitri vossen

24.11.20

Features

Geboren in een muzikale familie, begonnen met saxofoon op zijn negende, in een internationaal tourende groep met zijn broer Florian op zijn twaalfde: het leed nooit enige twijfel dat Ambroos De Schepper zou gaan voor een leven vol muziek. Zopas verschenen er twee platen waarop hij zijn eclectische benadering van jazz etaleert: ‘Antenna’ van het unieke jazzdubcombo Kosmo Sound, en ‘Sub Surface’, de eerste release van De Scheppers veelbelovende eigen collectief Bandler Ching. De periode is dan wel niet ideaal, maar Ambroos maakt er het beste van.

Wanneer we met hem zoomen om te spreken over de dubbele muzikale worp, treffen we hem op roadtrip in de Italiaanse Dolomieten. “Even weg van de lockdown”, zelfs met twee verse releases in de kijker – het is een teken des tijds. Aanvankelijk zou hij zelfs drie platen te promoten hebben, maar de publicatie van Azmari’s tweede album is verplaatst naar januari 2021. Het debuut van Kosmo Sound en de eerste plaat van Bandler Ching mogen op best wat aandacht rekenen, maar door corona is het niet mogelijk om de platen te promoten waar het er het meest toedoet: op het podium.

Ambroos: “De release van een debuutalbum is iets waar je enorm naar toeleeft, het is een bijzondere stap binnen je traject als artiest. Zonder de crisis zou het een heel leuke en drukke periode geweest zijn met heel veel concerten, dus ergens voelt het nu inderdaad als een gemiste kans. Daar moet je je bij neerleggen: het is gepasseerd. Anderzijds: dankzij die releases zit ik tenminste niet met het gevoel dat corona onze activiteiten helemaal heeft stilgelegd: beide platen krijgen aandacht, er worden playlists gedeeld, er komen livestreams aan.. dat compenseert toch een beetje voor wat het zou moeten zijn.”

Friends

Ambroos heeft doorheen de jaren al een indrukwekkend palmares bij elkaar gespeeld bij een hoop projecten die vrolijk de grenzen van jazz met andere genres slopen: Kosmo Sound, Azmari, Mòs Ensemble, RVB Quartet, Okkupeerder... Toch heeft het even geduurd vooraleer hij de stap durfde wagen naar een eigen project waar hij zelf de touwtjes in handen heeft.

Ambroos: “Ik twijfelde altijd een beetje of het wel het juiste moment was, en vooral ook twijfels over wat ik zelf wou doen. Uiteindelijk luister ik naar heel veel verschillende dingen: ik ben opgegroeid met folk en wereldmuziek, ik heb jazz gestudeerd, ik luister veel naar hiphop en elektronica, ik ben in dub verdiept geraakt... Dus ik wou ook mijn goesting kunnen doen in één project waar ik al die dingen kon samenbrengen.”Die kans bood zich aan toen hij voor zijn studies aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel een eindproject moest voorstellen. Tijdens de opleiding had hij al een hechte muzikale band opgebouwd met pianist Alan Van Rompuy en drummer Olivier Penu. De zoektocht naar een bassist bracht Federico Pecoraro op zijn pad. Ambroos’ voorliefde voor de comedysoap Friends leverde een naam op: Bandler Ching was geboren.

© lore steveninck

© lore steveninck

Na twee jaar zoeken en slijpen aan een eigen geluid was het tijd voor een eerste release, en daarvoor hoefde Ambroos niet verder te zoeken dan zijn voormalige thuisstad Gent. Sdban Records heeft zich al een tijdje opgeworpen als een keurmerk voor alles wat Belgisch, spannend en groovy is, en tussen kleppers als Black Flower en De Beren Gieren was Bandler Ching volgens labelbaas Stefaan Vandenberghe perfect op zijn plek. De vijf nummers op ‘Sub Surface’ zijn stuk voor stuk eclectische staaltjes van virtuoos samenspel, maar aan de basis liggen wel steeds Ambroos’ eigen composities, en zijn lyrische saxofoon bepaalt heel duidelijk de richting.

Ambroos: “Deze EP is een pure weerslag van ons traject als band. Een deel van de nummers stammen echt nog uit mijn ‘studententijd’, een periode waarin je als artiest heel hard nadenkt over je werk. Ons geluid is vooral ook heel spontaan gegroeid: de muzikale ideeën komen van mij, maar ik had verder vooraf geen vastomlijnd geluid in gedachten. Binnen de groep worden die composities door de andere muzikanten naar hun eigen hand gezet. En zo is langzaam het eigen geluid van de groep gegroeid, verder gevoed door de muziek waar ik zelf naar luister, waar de rest naar luistert, maar ook door wat er beweegt in de muziekwereld.”

Nieuwe lichting

Doordat de band met de release nu voor het voetlicht treedt, merkt Ambroos op hoe de buitenwereld een invloed kan hebben op zijn muziek. Door de associatie met Sdban en de achtergrond van de bandleden wordt Bandler Ching onvermijdelijk in het rijtje geplaatst van andere Belgische acts uit de nieuwe lichting jazz zoals STUFF. en SCHNTZL. Die vergelijking is vleiend, maar ook een beetje verraderlijk.

Ambroos: “Nu de plaat uit is en de band wat meer in the picture komt te staan, merk ik dat het publiek en de media een grote invloed uitoefenen op het idee van onze band. Een review of een interview dragen ook bij tot het beeld van de band. We worden nu vergeleken met bands als STUFF., maar het is nooit onze bedoeling geweest om die richting uit te gaan. Maar dan merk je toch dat je in die schuif komt te liggen. Dan is het verleidelijk om aan die verwachtingen te gaan beantwoorden. Toch vind ik het belangrijk om altijd te blijven gaan voor ideeën die spontaan ontstaan vanuit onze muzikale verbeelding, en niet teveel na te denken over een bepaalde richting. We hebben wel degelijk ons eigen idee over Bandler Ching, zelfs al is het muzikaal een mengelmoes van veel invloeden.”

“Ik het belangrijk om altijd te blijven gaan voor ideeën die spontaan ontstaan vanuit onze muzikale verbeelding, en niet teveel na te denken over een bepaalde richting.”

Toch is Ambroos dankbaar voor de golf van Belgische jazzvernieuwers, en de verschuivingen die ze hebben teweeggebracht door vooral ook bij het publiek en op podia de geesten te verruimen.

Ambroos: “Dankzij die bands, en ook wel een aantal labels en programmatoren, zijn er de laatste jaren echt wel kansen gecreëerd, en dat heeft ons zeker ook beïnvloed. Bij Bandler Ching zijn we allemaal ongeveer van dezelfde leeftijd, dus we zijn als artiest opgegroeid midden in die veranderende scene, en de mentaliteitsverandering die ze hebben teweeggebracht. Veel dingen die ik zelf spontaan aanvoelde, zie je daar bevestigd: dat je als jazzartiest de electronica niet hoeft te schuwen, dat je een groove kan lenen uit trap of hiphop... In zo’n landschap kan je je muzikale ideeën echt de vrije loop laten. We mogen er trots op zijn dat we die scene hier in België hebben.”

Tijdens zijn vakantie blijft Ambroos nog even grotendeels afgeschermd van de reacties op de plaat. Toch is hij benieuwd om te horen hoe zijn geesteskind door het publiek wordt ontvangen.
Ambroos: “Dat zijn echt mijn eigen composities, en voor het publiek zijn ze ook nieuw. Het gaat wel leuk zijn om te kijken hoe mensen die muziek plaatsen.”

Het contact met zijn publiek is wat Ambroos het meeste mist nu liveoptredens een tijdlang problematisch en bij momenten zelfs onmogelijk zijn geworden. Meer nog: het publiek is voor hem even cruciaal voor de muziek als wat er op het podium tussen de muzikanten gebeurt.

Ambroos: “Een artiest wordt gevoed door het publiek. De drang om op een podium te staan wordt vaak verkeerd begrepen als ‘egotripperij’, een schreeuw om aandacht. Maar dat is het voor mij dus niet. Het publiek heeft een even groot aandeel in onze kunst als wijzelf. De bands waarin ik speel, groeien vooral door op het podium te staan en de muziek te delen. Die interactie tussen de artiest en het publiek wordt enorm onderschat, want het is net daar dat de mogelijkheden van wat je muzikaal kan doen naar boven komen.”

“Het idee om vaker een publiek te gaan opzoeken in plaats van je optreden achter gesloten deuren te houden, spreekt me nu heel hard aan.”

Voor Ambroos staat het dan ook vast: wanneer de coronacrisis uiteindelijk gepasseerd is, wil hij als artiest nog meer mensen bereiken – niet enkel in een concertzaal, maar waar hij ze ook maar kan vinden.
Ambroos: “In de zomer heb ik aan de VK in Brussel een optreden op straat meegemaakt, en je merkte echt dat de hele buurt daarvan opleefde. Iedereen die passeerde, bleef staan en reageerde op het gebeuren. Dat idee spreekt me nu heel hard aan, om vaker een publiek te gaan opzoeken in plaats van je optreden achter gesloten deuren te houden voor een beperkte groep mensen die bewust naar jou komen kijken.”

Jazzdub

Bijna tegelijkertijd met de release van ‘Sub Surface’ verscheen er onlangs ook ‘Antenna’, het eerste volwaardige debuut (na een EP en een single) van Kosmo Sound, die je misschien al kent als laureaat van de eerste editie van Sound Track. Met hun unieke mix van dub en ska, jazz en Oosterse invloeden hebben ze een dijk van een livereputatie opgebouwd, en dus was het tijd voor een volwaardig visitekaartje. Het album is tegelijkertijd een document geworden van deze eerste periode, met nummers die al enkele jaren op de setlist staan.

Ambroos: “Die nummers hadden we dus al goed in de vingers, maar in functie van een album ga je als band ineens een hoop praktische vragen stellen. Waar wil je dat de muziek terechtkomt? Wat wordt de grafische vormgeving, wat met de distributie en verkoop? En dus ook: welke nummers kiezen we, en zijn er misschien oudere tracks die op de plaat zouden passen? Vervolgens hebben we tijdens repetities alle nummers doorgespeeld, en opnieuw gearrangeerd in functie van het album. Dat kan behoorlijk verschillen van de live-uitvoering. In de studio liep dat proces door, onder begeleiding van onze producer Koen Gisen.”

Het resultaat geeft een goed beeld van de band zoals hij op een podium klinkt. Volgens Ambroos is dat een goede basis om in de toekomst verder te experimenteren met de band.

Ambroos: “De opnames zijn dit keer heel levendig en behoorlijk rock-’n-roll gebleven. Je kan zo’n albumproductie echter ook benaderen als een compleet op zichzelf staand gegeven, los van de liveshow. Zeker omdat we sowieso al veel invloeden van dub en elektronische muziek verwerken. We kunnen volgens mij een studioplaat maken waarop we volop gebruikmaken van de mogelijkheden die een digitale productie kan bieden. Ik zou dat alleszins heel spannend vinden.”

© lore steveninck

© lore steveninck

Als uitsmijter vragen we Ambroos nog naar enkele muzikale voorbeelden waar hij naar opkijkt. Verrassend genoeg gaat hij niet voor internationale klinkende namen, maar voor enkele noeste werkers uit eigen land.

Ambroos: “Ik ben behoorlijk onder de indruk van alles wat Lennart Heyndels doet. Hij treedt vaak aan als bassist in allerhande combo’s, maar in zijn eigen werk gaat hij echt alle kanten op. Bert Cools is ook zo’n figuur. Allebei zijn het muzikanten met eenzelfde open instelling naar alle mogelijke genres en stijlen, die ze omarmen met een zeer integere passie. Dat vind ik heel inspirerend. Je hoort ze ook niet hoog van de toren blazen over wat ze zijn of willen. Ze doen gewoon vastberaden hun ding, en daarmee inspireren ze heel veel muzikanten rondom hen.”

Op vrijdag 27 november speelt Kosmo Sound een livestreamconcert vanuit de Handelsbeurs. Tickets voor dat concert zijn hier verkrijgbaar. ‘Antenna’ en ‘Sub surface’ kan je hieronder en via de links beluisteren.

Accepteer cookies om deze embed te bekijken.

Accepteer cookies om deze embed te bekijken.

DNL 2021

Reclame