VI.BE

Dieter Sermeus: “We mogen de kracht van muziek niet onderschatten.”
dieter sermeus © koen bauters

Dieter Sermeus: “We mogen de kracht van muziek niet onderschatten.”

Van legendarisch jeugdhuis Lintfabriek naar het cultuurcentrum in Lier tot Trix. Een jaar geleden werd Dieter Sermeus artistiek directeur van het Antwerps muziekcentrum.

sven de potter

10.09.20

Features

September 2020. Terwijl we ons laven aan een voorzichtig zonnetje aan de rand van een bos, ergens in Oost-Vlaanderen, zien we op het scherm van onze smartphone het hoofd gekadreerd van de immer sympathieke Dieter Sermeus, artistiek directeur van Trix, het Antwerps muziekcentrum dat zich al jaar en dag profileert als een huis met de vinger aan de pols, zowel voor (opkomend) nationaal als internationaal talent.
In andere omstandigheden zaten we samen, ergens aan een tafeltje in de zon, met koffie en gebak, keuvelend over hoe muziek het leven van ons allebei in welbepaalde richtingen gestuurd heeft. Nu gaat dat niet. We praten digitaal, uiteraard over all things music, hoezeer de tijden veranderd zijn en over hoe Trix omgaat met de hele coronacrisis. Vanuit een luie zetel, met een slapende zoon op de achtergrond.

Voor Dieter Sermeus begon het allemaal in Kontich, een dorp dat tegen Antwerpen aanschurkt en de perfecte voedingsbodem bleek om Sermeus’ muzikale honger te stillen.
“Dat had uiteraard alles te maken met de aanwezigheid van jeugdhuis Lintfabriek,” zegt hij enthousiast. Voor de niet-ingewijden: Lintfabriek in Kontich was (helaas verleden tijd) een morsig muziekhonk met een nogal eigenzinnige programmatie, en wekelijks hoofdzakelijk kleine Amerikaanse undergroundbands op de affiche. BLINK 182, Pavement, Greenday, The Offspring, Karate, Songs Ohia, Laurel Aitken, Girls Against Boys, The Mars Volta, Will Oldham, Motorpsycho, The Ex ... en talloze Belgische bands passeerden er de revue, maar 2007 was het einde verhaal. Voor Sermeus en heel veel andere jongeren uit Antwerpen en de steden errond zorgde Lintfabriek voor de muzikale ontgroening en scholing.

“Ik heb er ontzettend veel bands gezien,” zegt hij, “maar dat is lang niet alles, want de banden die ik er toen gesmeed heb, zijn ook vandaag nog relevante contacten. Ik kwam er in contact met gelijkgestemde zielen zoals Arne Van Petegem (later de eerste artistiek directeur van Trix en de man achter Styrofoam), Onno Hesselink (oprichter van onder andere de provider Ello Mobile), Stef Smits (lang de uitbater van een van ’s lands beste platenwinkels, JJ Records) en Steven Thomassen (nu booker bij Toutpartout). Lintfabriek was een echt broeinest, een plek waar dingen gebeurden. Het zaadje voor wat ik vandaag doe, is daar ontkiemd.”

Zelfs de keuze voor de stad waar ik zou gaan studeren, heb ik gebaseerd op de aanwezigheid van een muzikale scene.

Wie je niet zou kennen als artistiek directeur, heeft je vroeger misschien wel zien spelen met één van je bands: Orange Black, The Go Find of meer recent Dieter von Deurne & The Politics ...
Dieter: “Ja, ik heb altijd al in bands gespeeld. Orange Black is groot geworden in de schoot van Lintfabriek. We hebben er alleszins heel mooie concerten kunnen spelen, vooral als support. Ik herinner me nog levendig supports voor Pavement en Seam ... dat waren prachtige tijden. En ook al had niemand van ons toen een rijbewijs, we raakten overal. Er was in onze vriendenkring altijd wel iemand die ons ergens heen wilde voeren.”

“De camaraderie die rond de werking van Lintfabriek hing, was hartverwarmend en leidde vaak tot mooie samenwerkingen. Arne heeft bijvoorbeeld de eerste plaat van The Go Find geproducet, en heeft ons later in contact gebracht met het Duitse Morr-label, waarmee ik zowel met Orange Black als The Go Find mooie avonturen beleefd heb. Op een bepaald moment was ik zo veel bezig met muziek dat ik nauwelijks nog thuis was, maar ik ben zeer blij dat ik altijd mijn gevoel gevolgd heb, en dat muziek mijn leven en werk voor een groot stuk bepaald heeft. Zelfs de keuze voor de stad waar ik zou gaan studeren, heb ik gebaseerd op de aanwezigheid van een muzikale scene. Het zou Leuven of Gent worden, maar de Gentse Democrazy, de Vooruit en plekken als ’t Krawietelke hebben toch de doorslag gegeven.”

© koen bauters

© koen bauters

Je was eerst communicatieverantwoordelijke voor het cultuurcentrum van Lier en daarna acht jaar directeur. De stap naar Trix was niet zo groot ...
Dieter: “Neen, niet echt. Als je een job in de cultuursector hebt, dan hoor je snel wat hier en daar bougeert. Ik ben maar wat blij dat ik die stap gezet heb. Ik was al zestien jaar aan het werk in cc Lier en heb er mijn schouders kunnen zetten onder heel mooie projecten, maar toen het aanbod kwam uit Antwerpen, kon ik dat echt niet laten liggen. Het is niet dat ik per se uit Lier wou vertrekken, want ik hield enorm van wat ik er deed en de vrijheid die ik kreeg. Wat me zo aantrok bij Trix, was dat het muziekcentrum gevoed wordt door een grootstedelijke vibe, en dat je — meer dan het kleinere Lier — er meer te maken krijgt met uitdagingen die eigen zijn aan een stad als Antwerpen, zoals bijvoorbeeld diversiteit. Ik heb even getwijfeld, maar ben er dan wel vol goede moed ingevlogen. Spijt heb ik alleszins nog niet gehad.”

Wat heeft geholpen om je over de streep te halen?
Dieter: “Het feit dat Trix niet enkel een presentatieplek is, maar ook een huis met een stevige educatieve werking. Ik vond dat meteen een heel boeiende combinatie, één die nogal wat mogelijkheden bood. Trix is voor stad Antwerpen een heel relevante plek, omdat jongeren van allerlei pluimage er een vrijhaven vinden om er hun muzikale zelf te ontdekken en zichzelf te ontplooien. Wat we met Trix bijvoorbeeld willen doen, is een spiegel zijn van alle kleuren die Antwerpen zo boeiend maken. Dat is er nu nog te weinig. Zestig procent van alle jongeren in de stad heeft een migratiegeschiedenis; het zou erg mooi zijn, mochten we ook hen als muziekcentrum meer kunnen betrekken bij onze werking.”

Dan moeten we meteen denken aan Lokale Helden, het VI.BE-project dat aantoonde dat ook in die groep heel wat talent verscholen zit. Alleen, jongeren met een migratiegeschiedenis vinden niet altijd de weg naar een plek als Trix. Hoe wil jij dat aanpakken?
Dieter: “Door ons kwetsbaarder op te stellen, denk ik. Door naar die jonge gasten toe te stappen en hen uit te nodigen, hen deel te maken van de grote familie. Ik kwam onlangs bijvoorbeeld in contact met Khalid, een jonge culturele ondernemer die aangaf dat hij al een miljoen keer voorbij Trix gewandeld was, maar nooit was binnengestapt, omdat hij ervan overtuigd was dat het geen plek voor hen was. Dat zou ik toch graag anders zien. Diversiteit is superbelangrijk. Ik denk dat het zaak is om allianties te smeden, om banden te smeden met organisaties die jongeren van de straat halen en bruggen bouwen. Organisaties als Jeugd en Stad of Moving Ground doen daarin echt prachtige dingen. Jongeren die eerst daar belanden, groeien soms door naar Trix.”

“Ik denk dat we een belangrijke taak hebben wat betreft talentontwikkeling, dat we jongeren kansen moeten bieden, ruimte en infrastructuur om aan de slag te gaan. Maar zoiets kan alleen als de ‘potgrond’ goed is, als je als organisatie je methodologie ent op het aantrekken van talent van onderuit. Je kunt altijd shows organiseren die iets exotischer zijn, maar ik weet niet of dat de juiste manier is om alle niet-bereikte jongeren aan te trekken. Ik denk dat investeren in muziek als grote verbinder de samenleving echt beter kan maken. En ik vind dat vandaag meer dan ooit relevant.”

Ik denk dat investeren in muziek als grote verbinder de samenleving echt beter kan maken.

Waarmee we aanbelanden bij de chronische malaise waarin de cultuursector zich bevindt: er bougeert nauwelijks iets. Hoe gaat Trix om met de coronacrisis?
Dieter: “Het is superlastig. Heel het culturele ecosysteem kreunt onder de crisis en er is niet meteen een vooruitzicht waarin alles terug naar de bekende orde van de dag gaat. Maar ook al is het moeilijk, toch zie ik kansen. There is always a silver lining. Nu de concertwerking op zijn gat ligt, is er geen rush. Er moeten niet elke dag duizend dingen in orde gebracht wordt. Die stilte geeft wel ruimte voor een zekere bezinning. Het geeft de mogelijkheid om oude banden terug aan te halen of te investeren in zaken die anders gewoon blijven liggen.”

“De coronacrisis noopt ons tot het omdenken van onze werking, althans voor een periode. Trix stond tijdens de zomer bijvoorbeeld leeg: aangezien er geen concerten waren, hadden we onze ruimtes ter beschikking. We hebben jongeren uitgenodigd om ze te bezetten in de vorm van residenties, en hebben muziekkampen georganiseerd. Bij één van die kampen trokken we bewust drie vrouwelijke lesgevers aan. En dat had een opmerkelijk resultaat, want er hebben zich voor dat specifieke kamp meer meisjes ingeschreven dan jongens. En daaruit kunnen we dan weer lessen trekken voor de toekomst.”

© koen bauters

© koen bauters

Om de zomer niet helemaal leeg te laten, gingen jullie ook een samenwerking aan met Arenberg, CC Deurne, De Studio en OLT. Er kwam een zomerprogrammatie van in het Rivierenhof.
Dieter: “Ja. In tijden van crisis zie je dat mensen niet bij de pakken willen blijven zitten. Ook daar zie je weer hoe verbindend muziek kan werken: zowel bij het OLT, Arenberg, De Studio als CC Deurne was de goesting er om iets te doen, al was het maar om het publiek te geven waar het al zo lang naar smachtte. Cultuur, en zeker muziek, is een grote kracht, werkt op de emotie en geeft mensen een broodnodige uitlaatklep en een paar uur ontspanning. Ik vind dat heel erg belangrijk. Ik hoorde onlangs iemand zeggen dat hij zo genoten had van het eerste concert dat hij zag sinds maart, en hoezeer hij bijna vergeten was wat livemuziek met hem deed. Ik denk dat we daar heel waakzaam over moeten blijven en dat we muziek de plek geven die het verdient, wegens o zo belangrijk. Zowel voor de meerwaardezoeker als voor de jonge hardcorefan die opleeft van loos te gaan in een moshpit.”

Niet enkel voor het publiek, ook voor de muzikanten zelf. Bert Dockx, de man achter Dans Dans, The Flying Horseman en talloze andere bands schreef onlangs een stukje waarin hij het persoonlijke belang van muziek onderstreepte. Ik parafraseer even.
“Als ik geen muziek kan maken, word ik een ambetant persoon. Ik heb het nodig om te spelen, om uiting te geven aan mijn gevoel, aan wat er leeft. Doe ik dat niet, dan kwijn ik weg, en heeft niemand iets aan me.”

Dieter: “Ja, dat begrijp ik. Voor heel wat professionele muzikanten is dit een zeer moeilijke periode. De mensen die er moeten van leven, zien echt zwarte sneeuw. Dus die situatie mag echt niet te lang meer duren. Voor andere muzikanten is het verhaal ietwat anders: in de Belgische muziekscene vind je heel veel semi-professionele muzikanten, die muziek combineren met een job. Voor hen is het financieel minder lastig, wat niet betekent dat het makkelijk is, verre van. Je kunt die passie niet zomaar vervangen door iets anders. Vooral de freelancers hebben het moeilijk, en daarin zie ik wel een mogelijk probleem: als alle freelancers — die nu geen aanspraak maken op een compensatie of helemaal geen inkomen hebben — zich gaan omscholen, dan zitten we binnen afzienbare tijd met een tekort. Als die expertise verdwijnt, zou dat heel erg jammer zijn.”



Zoals Dieter aanhaalde, zijn er velen in de livesector die het momenteel financieel erg moeilijk hebben. Wil je hen helpen? Steun dan het solidariteisfonds LIVE2020.
Zelf hulp nodig? Je kan vanaf nu steun aanvragen.

Steun LIVE2020!

Vraag steun aan LIVE2020