VI.BE

Steunpunt voor artiest
en muzieksector

Raven en laten raven

Het nachtleven doet steden bruisen. Maar wanneer de zon onder is, vraagt de stad een heel andere logica en aanpak. Vroeger aanvaardden we gewoon dat de dag en de nacht een beetje met elkaar worstelden. De dagstad hoefde niet per se geconfronteerd te worden met wat er ’s nachts allemaal gebeurde. Ook de nachtraven voelden niet meteen de aandrang om zich overdag te laten horen. Leven en laten leven dus. Maar daar komt nu verandering in. VI.BE sprak met enkele mensen die -letterlijk dag en nacht- dat stedelijk nachtbeleid vormgeven in Brussel, Antwerpen, Gent en Leuven.

Ken Veerman

08.03.23

Features
© nina vandeweghe

© nina vandeweghe

In verschillende Vlaamse steden ontstond de afgelopen jaren een vorm van nachtbeleid. De dag en de nacht hebben elkaar nodig en steeds meer is het inzicht gegroeid dat een stad een beleid nodig heeft dat die twee in evenwicht houdt. Het gevolg van ‘leven en laten leven’ is immers dat nachtleven vaak alleen in de stad kan bestaan zolang er geen klachten zijn. Een stad die haar nachtleven koestert, moet de nacht ook actief verdedigen, niet alleen tolereren. Belangrijke dingen zijn immers niet alleen belangrijk tot iemand er last van heeft.

Er is niet één eenduidige aanleiding voor deze golf aan nachtbeleid. Elke stad heeft haar eigen geschiedenis en vaak is het een kwestie van een specifieke aanleiding die het verhaal in gang zette. Voor Brussel was dat Covid. “Eigenlijk hing het al heel erg lang in de lucht”, vertelt Lorenzo Serra van Brussels By Night Federation (BBNF). “In het buitenland waren er al voorbeelden van nachtclubs en discotheken die zichzelf verenigd hadden en het was een gemiste kans dat uitgerekend België met haar rijke geschiedenis van clubcultuur dat niet had. Er was ook al langer sprake van het oprichten van een Brusselse nachtraad en er waren een aantal issues rond grensoverschrijdend gedrag die dat soort sectoroverleg ook nodig maakten in de stad. Maar de start was moeilijk, onder andere door een gebrek aan financiering. Covid zorgde ervoor dat alles in een stroomversnelling geraakte.

In het buitenland waren er al voorbeelden van nachtclubs en discotheken die zichzelf verenigd hadden en het was een gemiste kans dat uitgerekend België met haar rijke geschiedenis van clubcultuur dat niet had.

Lorenzo Serra

Brussels By Night Federation vertegenwoordigt nachtspelers uit Brussel. Ze hebben hun werking opgedeeld in enerzijds de uitbaters van nachtclubs, nachtcafé’s en concertzalen en anderzijds de nomaden van de nacht: de promotors, festivals en collectieven. Die indeling was puur inhoudelijk gekozen, maar blijkt ook sterk aan te sluiten bij de Belgische wetgeving die de eerste groep indeelt bij horeca, en de tweede bij evenementen. BBNF werd opgericht midden in de coronacrisis, wat meteen voor een intense band zorgde tussen de leden. “Plotseling lazen we dat we niet-essentieel waren. Dat bracht al die ‘niet-essentiëlen’ meteen samen”, lacht Serra. Maar ook met het beleid werd een ijzersterke band gesmeed. “We begonnen met vallen en opstaan, but we have built it together. De clubs en de politiek hebben heel straf werk verricht in de crisis en dat loont tot op de dag van vandaag.” Nu zetelt BBNF mee in de nachtraad van de stad Brussel. “Niet de nightlife council, maar de night council dus”, benadrukt Serra. Het is het adviesorgaan waarop alle beleidsmakers van de nacht bijeenkomen, dus ook hulpdiensten en huisvuilophaling. De nacht is immers veel meer dan dansen alleen.

Ruis op de communicatie

In Antwerpen en Gent ging het nachtbeleid al van start voor de coronacrisis. De aanleiding was telkens de vaststelling dat het contact tussen het beleid en de nachtsector niet goed zat. “Het was wel even schrikken toen Antwerpen in een kritisch krantenartikel door een café-uitbater omschreven werd als ‘Het Bokrijk aan de Schelde’. Een saaie stad waar je veel oude gebouwen kon zien, maar waar je vooral ‘s nachts geen plezier mocht hebben. Dat strookte helemaal niet met hoe het bestuur de stad zag, maar het was de ervaring van een aantal spelers uit het nachtleven.” Zara De Meyer is de stedelijke horecamanager en sinds 2019 is ze ook het aanspreekpunt voor de nightlife-sector. Voordien was er wel al heel wat werk geleverd vanuit de stedelijke jeugddienst, maar de stad koos in 2019 resoluut om een integraal beleid te gaan voeren na de noodsignalen van de sector. “Het nachtleven is een meerlagig verhaal. Het is ondernemen, maar ook cultuur en toerisme. In onze visie moeten bijvoorbeeld ook taxi-maatschappijen betrokken worden bij het beleid”, zegt ze. Zara bouwde tijdens de pandemie een intensief overleg uit met de verschillende nachtspelers in de stad. Er volgde een actieplan uit dat ook aan de politiek werd voorgelegd.
 

Het nachtleven is een meerlagig verhaal. Het is ondernemen, maar ook cultuur en toerisme.

Zara De Meyer

Ook in Gent zat er eerst behoorlijk wat ruis op de communicatie tussen nachtclubs en het stadsbestuur toen het er in 2019 naar uitzag dat Kompass moest sluiten en een jaar eerder ook Decadance de deuren al sloot. Daarom riep de stad Gent de functie van nightlife coach in het leven. Frederic Hautekeete neemt vandaag die rol op zich en wordt daarbij bijgestaan door een stedelijke nightlife council waarin experts van binnen en buiten de sector zetelen. Ze werken aan nieuw beleid rond onder andere drugs en geluidswetgeving.

“Het lijkt alsof er jarenlang niets gebeurd is in de Leuvense club scene en dat nightlife de laatste maanden ineens in gang is geschoten.” Sabine Tonet is projectmanager bij Stelplaats, een ruimte voor jongeren(cultuur) en ondernemerschap in Leuven, met onder andere repetitieruimtes, een skatepark en een nachtclub. Tijdens het gesprek liggen de walkies en betaalterminals op te laden. Straks start er immers een uitverkochte club night met Nosedrip. In haar kleine kantoortje dat uitzicht geeft op de bijzondere dansvloer, vertelt ze dat er de laatste jaren heel hard samengewerkt is tussen nachtleven en beleid. Dat was niet altijd zo. Na de sluiting van de club Silo in 2011 was het Leuvense nachtleven heel erg lang beperkt tot danscafés. In 2018 begon het jongerencollectief Nachtplan samen met Sabine dit tekort aan te kaarten onder de vleugels van de stedelijke jeugddienst. Hun onderzoek naar ruimte en mogelijkheden voor clubcultuur in Leuven deed geleidelijk ook de politieke geesten rijpen. 

In Stelplaats wordt er dankzij het werk van Nachtplan straks gebouwd aan een grotere nachtclub voor jongeren, dicht bij het centrum. “Bekijk een club gerust als stedelijke basisinfrastructuur”, zegt Sabine, “Elke stad heeft ruimtes nodig waar jongeren zichzelf kunnen ontplooien en waar subculturen kunnen groeien”. Nog geen kilometer verderop ligt de meubelwinkel Domo. Over enkele jaren wordt deze voormalige showroom vastgemaakt aan de aanpalende concertzaal Het Depot. En ook hier zal een club ontstaan, zij het met een andere, meer programmatorische insteek. Dat een club als Het Depot uitbreidt met een clubzaal heeft immers veel te maken met het feit dat steeds meer genres zich niet meer laten presenteren in een zittende of staande setting. “Kijken en dansen zijn twee verschillende zaken”, zegt Mike Naert van Het Depot. “Daarop inspelen is een goede manier om nieuwe publieken en partners te bereiken”. 

Bekijk een club gerust als stedelijke basisinfrastructuur. Elke stad heeft ruimtes nodig waar jongeren zichzelf kunnen ontplooien en waar subculturen kunnen groeien.

Sabine Tonet

Vier steden, vier aanpakken

Vier steden, vier verschillende aanpakken. Soms ligt het zwaartepunt van het nachtbeleid bij de sector zelf. Dat is het geval in Brussel en Leuven waar het overleg vooral vertrokken is vanuit noden. Het gaat om nachtspelers die het gesprek met de overheid aangingen om het belang van de nacht op tafel te leggen. In Antwerpen en Gent was de beweging grotendeels omgekeerd. Het was de stedelijke overheid die merkte dat de communicatie met de nachtsector sterker kon en het initiatief nam om dat te verbeteren. Dat leverde al veel op, maar voor Zara De Meyer blijft het een handicap om nachtbeleid uit te werken zonder een georganiseerde sparring partner uit de nacht. “Op dit moment missen we dat als stad. We zijn dan ook best jaloers op een orgaan als de Brussels By Night Federation.” In tegenstelling tot Brussel, is het nachtleven in Antwerpen immers nog niet georganiseerd. Er zijn wel al wat pogingen gedaan, maar voorlopig blijkt het landschap te versplinterd.

In Gent bestaat er wel al een zelforganisatie van jongeren onder de naam Jeugd Van De Nacht die geleidelijk aan hun aansluiting vindt bij de nightlife council. Net zoals in Leuven, kloeg Jeugd Van De Nacht aan dat het nachtbeleid te eenzijdig gericht was op louter commerciële spelers. En ook net zoals in Leuven wordt Jeugd Van De Nacht mee ondersteund door de jeugddienst. Daarnaast faciliteert ook Kunstencentrum VIERNULVIER mee. 

Al die verschillende invalshoeken leggen een fundamenteel issue van de nacht bloot. Nachtbeleid hoort overal thuis en nergens. Soms horeca, soms cultuur, soms jeugd, soms handhaving, soms toerisme en soms kunst versus commercie. Net omdat het een sector is die aan zoveel politieke domeinen raakt, is het belangrijk om kennis uit te wisselen. “In de praktijk merk ik dat gesprekken heel anders worden wanneer een club-uitbater en bijvoorbeeld een handhavingsambtenaar voor het eerst persoonlijk samengezet worden”, merkt Frederic Hautekeete op. Elkaar leren kennen maakt een enorm verschil. Expertise-uitwisseling en netwerken zijn dus belangrijke onderdelen van het beleid.

In Antwerpen wisselden stad en discotheken expertise uit over de preventie van grensoverschrijdend gedrag en het wettelijke kader waarbinnen clubs kunnen optreden tegen ongewenste intimiteiten. Dat gebeurde onder andere tijdens Full Circle, het driedaagse nightlife-festival in meer dan 20 locaties doorheen de stad. Ook de Gentse nightlife council ontwikkelt specifieke kennis en beleid binnen de verschillende werkgroepen van de nachtraad. Soms gaat dat om drugspreventie, soms om jeugdwerk. Het is niet toevallig dat sexual harassment een terugkerend thema is in alle steden. Het is niet alleen een belangrijk topic, maar het is bij uitstek ook een onderwerp waarover sector en overheid het vurig eens zijn. Het is natuurlijk veel makkelijker om te starten op gedeelde grond dan vanuit verschillen.

Een nachtbeleid is niet alleen goede afspraken maken, maar ook samen de stad van morgen bouwen. Letterlijk. De stad Antwerpen maakte een stedenbouwkundige locatiestudie waarin gekeken werd hoe de inplanting van clubs in de stad in de toekomst moet gebeuren. Men was het heel snel eens over het inzicht dat grootschalige discotheken van meer dan 3000 bezoekers geen ruimte hadden in het historische stadscentrum. Maar meteen volgde daaruit het principe dat kleinschalige clubs wél in de stad moesten kunnen blijven. Dit leidde tot een tweede ruimtelijke beslissing. In navolging van Londen koos Antwerpen voor het zogenaamde Agent of Change-principe. Dat wil zeggen dat in de toekomst de plicht tot geluidsisolerende maatregelen komt te liggen bij wie er het laatst bijkwam. Het principe werd ondertussen aangenomen maar het moet nog wel opgenomen worden in de bouwcode. Een hotel dat naast een Antwerpse club gebouwd wordt, zal dus in de toekomst mogelijk zelf moeten instaan voor de nodige isolatie.

De tijd dat een club moest sluiten omwille van een nieuwe buurman zou daarmee in principe voorbij moeten zijn. Het is een beleidsmaatregel die heel expliciet een plaats aan de nacht geeft. “We zijn er nog niet, maar ook Brussel is Agent of Change aan het onderzoeken”, zegt Lorenzo Serra. Het zou een heel verschil maken in het huidige dossier rond de mogelijke sluiting van de Fuse na burenklachten. Hij is zelf een vurige pleitbezorger van gecentraliseerd nachtleven. Je moet één of meerdere uitgangswijken hebben in de stad, zegt hij. Het nachtleven geeft structuur aan een wijk, sociale controle ook en dus veiligheid. De nacht is de helft van het leven, daar moet je je stad ook op voorzien. 

Een maatschappelijke missie

De dag en de nacht zijn fundamenteel anders. De dag is structuur en uitvoeren. Het nachtleven is vrijheid en ontdekken. Uitgaan en clubcultuur hebben daarom ook een belangrijke artistieke én socio-culturele rol. Het zijn plaatsen van ontmoeting en zelfverkenning. ’s Nachts wanneer de buitenwereld even verdwenen is, is er alleen nog het dansen, het ritme en de onbekenden rondom ons. De nightlife-onderzoeker Luis-Manuel Garcia noemt het treffend liquidariteit, de ongrijpbare solidariteit die even ontstaat tussen vreemden op de dansvloer. De nacht is de plek waar je identiteiten uitprobeert, waar we onderzoeken wie of wat we allemaal kunnen zijn. Tijdens het gesprek met Sabine Tonet valt het woord activisme. Clubcultuur heeft ook een maatschappelijke missie. De nacht is de plek waar mensen zichzelf kunnen ontdekken. Het is broodnodige community building in een vereenzamende maatschappij. “Het gaat om open mindedness”, beaamt Lorenzo Serra, “En het is dus allesbehalve niet-essentieel”. 

De nacht is de plek waar mensen zichzelf kunnen ontdekken. Het is broodnodige community building in een vereenzamende maatschappij.

’s Nachts worden ook dromen en revoluties gesmeed. Wanneer ze niet vastzitten in de nine to five, komen mensen elkaar in heel andere verhoudingen tegen. De dokter ontmoet er de kunstenaar, de politicus ontmoet er de fabrieksarbeider. De dansvloer is daarom niet alleen commercieel entertainment, maar ook de plaats voor nieuwe ideeën, burgerrechtenstrijd en maatschappijkritiek. Maar hoe verzoen je maatschappijkritisch protest en ambtelijk overleg? Kan dat wel?

Het is niet altijd evident om dat nachtelijke vrijdenken te combineren met beleid van de nuchtere dag. “Soms liggen de standpunten wat te ver uiteen. De kunst is dan om vooral te focussen op de gemeenschappelijk grond. Niet iedereen hoeft het altijd over alles eens te zijn, maar we moeten wel durven vertrekken vanuit een fierheid voor het nachtleven.”, bevestigt Zara De Meyer van de stad Antwerpen. De groei zit dus net buiten de comfortzone. Dat geldt zowel voor nachtraven als voor politici.

Soms liggen de standpunten wat te ver uiteen. De kunst is dan om vooral te focussen op de gemeenschappelijk grond.

Zara De Meyer

Daarin lijkt meteen ook de sleutel tot een succesvol nachtbeleid te zitten. In het verleden hadden steden al te vaak een soort gewapende vrede met hun nachtleven. Leven en laten leven. Het ging dan alleen maar over geluidsoverlast en drugpreventie, maar niet over de waarde van de nacht zelf. Ook de nachtspelers gingen te vaak mee in dat negatieve verhaal en vermeden daarbij het gesprek met de overheid. De nightlife policy van vandaag heeft een hogere ambitie. Het gaat om een positief narratief schrijven voor de nacht. “Dat negatieve stigma van de sector maakt het werk vaak moeilijk.”, zegt Frederic, de Gentse nightlife coach. “Terwijl we het ook zouden kunnen hebben over de link tussen Kompass en technologie, of het aantal overnachtingen in de stad die clubcultuur oplevert”. 

In verschillende steden in Vlaanderen zien we stilaan nightlifebeleid ontstaan dat begint bij het idee dat we straks meer en nog beter nachtleven willen. Het gaat niet meer om loutere damage control, maar net om meer feest voor alle partijen. Een goed beleid voor de nacht is dus een moedige samenwerking tussen heel diverse spelers die de gemeenschappelijke grond willen zoeken.

Het werkt alleen als alle partijen uit hun comfortzone komen en de dansvloer durven opstappen.

Ken Veerman is strateeg voor culturele organisaties en schreef dit artikel aan de hand van interviews met Lorenzo Serra (Brussels By Night Federation), Zara De Meyer (stad Antwerpen), Frederic Hautekeete (stad Gent), Sabine Tonet (Stelplaats en Nachtplan) en Mike Naert (Het Depot).

Promo adverteren

Reclame